is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrij Nederland; je maintiendrai-onafhankelijk weekblad voor alle Nederlanders, jrg 2, 1941, no 20, 13-12-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BOMMENWERPERS BOVEN OÜITBLAND I

gATTLE EN BLENHEIM, Wellington en Whitley, Hampden en Halifax, Manchester en Stirling: ziedaar de slagorde der Britse bommenwerpers, wier razende eskaders Duitsland het donderend antwoord brengen op de laffe bombardementen van Londen, de massamoorden in Belgrado, Warschau, Rotterdam, de sluipmoorden der Messerschmidts op vluchtende vrouwen. Bremen en Hamburg, Keulen en Aken, Lubeck en Karlsruhe, Stuttgart, Wilhelmshaven, Hamm, Krefeld en Duisburg, Dusseldorp en Munster, Dresden en Malle en Hildesheim, Borkum en Frankfort, Mannheim, Augsburg, Muenchen, Essen, Berlijn: ziedaar de plaatsen waarboven de ronkende motoren het lied der wrake zingen in zomer en winter, bij dag en bij nacht. En wat is hun doel? De verbrijzeling van het hakenkruis, de vernietiging van het doortrapte, bedriegelijke, krijgszuchtige Moffendom; de verdelging van de Bruine Pest van het aangezicht der aarde. En wie doen dit gruwzaam werk, dat hun opgedrongen werd door de mensenmoordenaars in het hart Europa, die brallend uittogen om de wereld te knechten, die alles bezoedelden op de aarde en in de hemel, die zich vergrepen aan vrede en vrijheid aan eer en geweten, aan heiligdommen en haardsteden, aan het tijdelijke en het eeuwige, aan de mensen en aan God ? Het zijn de kinderen van het Groene Eiland dat het bolwerk der vrijheid is, jongens die anders ambtenaren zouden zijn en chauffeurs, dokters en verplegers, metselaars en metaalarbeiders, ploegers en zaaiers. Nu ploegen zij hun onzichtbare voor door de duistere velden des hemels, nu laten zij met een verbeten grimlach de lange gele bommen los, nu zaaien ZIJ de dood boven Duitsland. Zeventien duizend _ doden, gewonden, gevangenen; ziedaar het offer dat zij brachten voor de vrijheid van Europa, voor uw vrijheid en mijn vrijheid.

t) A rustige helden van de K.A.F., de jongens die de vleugels op hun schouders van hun uniformjas dragen, en de donkere schaduw rond die vleugels is hun bereidheid tot de dood. De dood leunt over de schouder der piloten en zijn onzichtbare hand grijpt naar het trillende stuurwiel; hij is de trouwe begeleider van elke bommenwerper op elke reis; zijn Ijskoude adem walmt het kompas van den navigator en bevriest in vuistdikke klompen ijs op de zwiepende, kreunende vleugels. Maar zij vrezen hem niet: hij is hun kameraad en vertrouwde geworden op de lange eenzame reizen tussen de duistere

aarde en de lichtende boog van de Melkweg, waaruit zij trillend als een pijl omlaagschieten op hun doel, omlaag in de verraderlijke vangarmen der zoeklichten, omlaag in de vuurhel van het afweergeschut, dat het toestel soms onder hun voeten uiteenrukt, zodat zij als stofjes weggeslingerd worden in de nacht. Maar als er honderd uittijgen, dan keren er negentig terug: en waar zij een jaar geleden vlogen in groepen van tien, daar razen zij nu in eskaders van honderd.

De schemering valt over het vliegveld, en de gebouwen, die besmeerd zijn met krinkelende strepen verf, rossig en donkerblauw, geel en groen, worden grijs tegen de grijze hemel. Zes zwijgende mannen lópen op een rij achter elkaar naar het het slokt hen op met een kort geluid van klappende deuren, die hen afsluiten van de gewone wereld der gewone mensen. Terwijl de aarde inslaapt, gaan zij, de paladijnen van de schemering, hun lange nachtwake tegemoet. Zij verliezen de aarde onder de voeten; de ruimte golft rond hen heen; en nu bonst hun hloedklop op de maat van de machtige strijdzang der motoren.

Achter in de glazen geschuttoren, die opgehangen lijkt in de ruimte, zit de 'kanonnier, eenzaam uitstarend in de koude eeuwigheid van wolken en sterren. Het vliegtuig raast recht naar het oosten, dwars over de Noordzee. Onder zijn voeten, onder de dunne reep metaal van de vliegtuighuid, is de dubbele afgrond van lucht en water. Maar het verschrikt hem niet; hij zit glimlachend te peinzen over het wonder van het voortbestaan. Hij denkt aan de keren, dat het werkelijk erg was; aan die vlucht, toen de kille vorst zich naar binnenvrat in hun verdoofde, witberijpte lichamen, en hij met zijn hoofd tegen de vloer bonkte, in de krankzinnige hoop dat een andere vorm van pijn als verlichting zou werken naast de marteling van het langzame bevriezen; aan die terugkeer boven zee in een kreunend, hijgend vliegtuig, waarvan de brandende stuurboordvleugel als een gloeiend stuk meteoor door de nacht raasde, tot zijn kameraad naar buiten klom, gaten in de vleugel trapte om zich in vast te klemmen, de vlammen bereikte, en ze uitleeg met een motorkap.—Maar het is geen tijd voor dromen; de machinegeweren moeten beproefd worden; en een uitdagend geratel slaat omlaag in het hese huilen van de zee. Als hij de handen weer tevreden op de knieën legt, eindigt het water in een witte schuimrand: dit is de kust van Holland. Mensen worden wakker

uit hun slaap, tillen de gordijnen opzij en staren met kloppend hart naar buiten in de nacht. Boven hun smekend opgeheven hoofden trekt de vrijheid zingend voorbij; en als het dreunend lied der motoren is weggestorven, valt de vernedering der knechtschap loodzwaar op hen neer. Maar daarboven wordt de lucht levend: ballen van vuur zoeven langs de vleugels, en de navigator begint te grijnzen. Het doel is nabij: een groot rangeerterrein, dat met zijn arcering van rails spookachtig door het donker begint op te doemen, wanneer het vliegtuig in een huilende duikvlucht gaat, in blindelings vertrouwen op den voorganger, dat deze de lichtkogels op tijd zal uitwerpen. Een omlaagwaaierende vlam verscheurt het nachtgordijn; de bomdeuren gaan open; de doffe bonken van het afweergeschut tellen de seconden af tussen leven en dood. De duizendponders tuimelen omlaag, ,en als de vlam van hun ontploffing omhoogschiet, wordt het geraamte van het vlietuig geschud als door een duizelende vuistslag. De kanonnier uit een rauwe kreet, en zendt zijn grove hagel in rappe salvo’s omlaag in de vuurhel. De machine zwenkt en danst en fladdert om een uitweg te zoeken uit het lichtend spinneweb, waarvan elke draad een dodende straal is. Eindelijk!—stilte en nacht, sterren en wolken, honger, uitputting en tevredenheid met het herwonnen bestaan, dat hun weer gegund blijft voor hoe lang? een dag, een week, een maand ? Zij bekommeren er zich niet meer om; zij hebben afgerekend met het leven. En nu vliegen zij koppig terug, tegen de westerstorm in, door het domein der duisternis, waarin hun werkelijke leven zich afspeelt. Stormen van ontploffingen en orkanen van vuur omgeven hen; en op die vloed der vernietiging drijft het kleine mensenhart onvervaard door de nacht der verschrikking.

Want hun on vervaardheid is geen bluf, maar gespannen wil naar dit ééne doel: de brandende fakkel der vrijheid te werpen in het wilde woud van de grimmige weerstand, dat eens versmeulen zal tot as. En dan vliegen de stalen vogels voor de laatste maal naar huis; dan zullen de moede piloten uitstappen, en vreemd en onwennig terugsjokken naar hun barakken, en elkaar verwezen aanstaren met de onuitgesproken gedachte : “ Zullen de mensen het ooit begrijpen, wat wij voor hen deden? Zullen zij zacht voor ons zijn en begrijpend, nu wij weer in de zonnedag moeten leven, wij, die de vrienden waren van dui-ster en dood? ”

A. DEN Doolaard.

Deze ruimte is aangeboden door de N. V. Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië