is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrij Nederland; je maintiendrai-onafhankelijk weekblad voor alle Nederlanders, jrg 2, 1942, no 26, 24-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE TEKENEN DER TIJDEN

ÜEGRIJPEN WIJ WEL voldoende de ontzagwekkende diepte van het treurspel, dat zich nu afspeelt op het aardse schouwtoneel? Het wordt opgevoerd op een wijze, die het vooruitstrevende Russische theater voor de eerste maal toepaste: de toeschouwers zaten er niet enkel bij om te klappen, te knabbelen, te suffen of te gapen; maar plotseling doemden, er stoeten spelers op achter uit de zaal, om op hun doorbraak naar het toneel de toeschouwers te betrekken in het spel. Wat toen een hersenbedenksel was, is nu rauwe werkelijkheid geworden : Millioenen. die zich zelf enkel zagen als geïnteresseerde toeschouwers, zijn door een wenteling in het spel, die zij niet voorzagen, meegesleurd op het toneel, dat nu elke hoek van de wereldzaal omvatten, kan. En velen, die zichzelf nimmer in een figuranten-, laat staan acteursrol droomden, protesteren hevig, omdat ze “ verraderlijk ” ontvoerd zijn uit hun gemakkelijke peluche fauteuil.

De oude wereld gaat ten onder; en velen, die druk bezig zijn in klein comité over de gestalte te praten, welke de nieuwe wereld volgens hen aan zou moeten nemen, beseffen niet, dat zij bezig zijn een huis te bouwen op een stevig uitziend vlot, dat zich in bedriegelijk gelijkmatige vaart voortspoedt naar een waterval, drijvend op de stroom van de tijd, die geen sterveling ooit nog heeft kunnen tegenhouden of vertragen. Het is zo verlokkelijk over de preciese gedaante der nieuwe wereld te spreken of liever over het vakje waarvan wij precies verstand hebben. Maar laten we allereerst proberen om de tekenen der tijden te verstaan; want anders schrijven wij in water en bouwen wij op drijf zand.

De gebeurtenissen der laatste weken in Malakka hebben een diepe geestelijke betekenis: zij, die oren hebben om te horen, hebben een gekraak vernomen in het bouwwerk der oude wereld, waardoor een scheur ontstaan is, die zo goed als zeker nimmermeer bijgemetseld zal kunnen worden. Het uitwijzen uit Singapore van den ongenadigen radiocommentator Brown, die weigerde om optimistische onwaarheden over de luchtverdediging om te roepen, heeft bewezen, dat er iets mis is met de toepassing der democratie, waarvoor wij dan toch vechten; en de eigenaardige wijze, waarop het Chinese aanbod tot het zenden van troepenversterkingen door enkele machthebbers aldaar van de hand gewezen werd, omdat zij bevreesd waren voor een prestigevermindering van het blanke ras, getuigt van een mislukte zelfoverschatting, die haar terugslag dreigt te hebben in heel het Verre Oosten.

En daarom is het ook volkomen overbodig, dat wij Nederlanders elkaar op de rug kloppen onder de troostrijke verzeke-

ring, dat dergelijke fouten op ons. grondgebied niet voor zullen komen. Het is nutteloos, omdat Britten, Nederlanders en Australiërs saamgekoppeld zijn in een meedogenloze lotsverbondenheid. Indien Singapore vallen zou, dan zijn de verdere schakels in de “ gordel van smaragd ” een zeer onzeker bezit.

En al was onze voorbereiding dan ook van zeer degelijke kwaliteit: Wij hebben ons allen tezamen zeer rustig schuldig gemaakt aan éen grote fout, die wonderlijkerwijze door vele intellectuelen niet eens als zodanig wordt aangevoeld; terwijl er eigenlijk ook al weer niet van schuld gesproken kan worden, doch eerder van geduldig meelopen in een tredmolen, die de verkeerde kant op draait. Over dit onderwerp had ik dezer dagen een gesprek met een rondborstigen marineman,' dat ik hier verkort, getrouw (èn gekuist) zou willen weergeven.

“ Allemaal goed en wel ”, zei hij, “ ik wil tot m’n laatste asem vechten voor de democratie; en dat heb ik rUisschien wel bewezen ook. (Toen ik naar de ridderorde loenste, die hij in zijn eigen woorden ‘ per ongeluk opgelopen’ had, bloosde hij diep.) “ Maar ik en een heleboel anderen zoals ik, zouden nu eindelijk wel eens willen weten, wat dat nu weer voor democratie wordt, wanneer we die kereltjes aan de andere kant eindelijk kleingekregen hebben. Ik stel me namelijk voor, dat ik voor m’n kleintjes vecht, die ik thuis achter heb moeten laten; en als ze na de oorlog weer met dezelfde slappe was beginnen, dan geef ik er de brui aan. Wat ik daarmee bedoel? Kijk, op het ogenblik schreeuwen we moord ên brand, dat de Jappengluipers ons zo gemeen hebben aangevallen. Nou ben ik de laatste tijd zo’n beetje aan het lezen geslagen; en ik moet je zeggen, dat ik me de ogen uit m’n hoofd heb geschaamd. Bij die Jappen thuis is het maar een armoedzaaierszoodje, wat grondstoffen betreft; en terwijl we toch wisten, dat de schurken ons' te grazen zouden gaan nemen, zijn we jarenlang netjes met presenteerblaadjes aan komen dragen, waarop alles lag, wat ze voor een aanval tekort kwamen: ijzer en aluminium en olie en koper en tin en rubber en wat al meer.”

“ Dat waren enkel maar de logische gevolgen van het heersende economische systeem ”, onderbrak ik hem.

“ Kan me niet schelen hoe het heet ”, zei hij knorrig, in diep wantrouwen tegen alle stadhuiswoorden. “ Maar deugen doet het zeker niet; en als dat zo is, dan moet het veranderd worden; anders doe ik een volgende maal niet meer mee. Ik ben in m’n leven nogal ver weg geweest, en ik heb ook tussen wat wij noemen “ wilden ” gezeten. Die bakkeleiden ook wel eens, om jachtgronden of zo; maar

dan ging de ene partij de andere niet eerst voorraadjes knodsen en pijlen leveren. Daar waren ze waarschijnlijk te onbeschaafd voor. Ja, en te slim. Want wat heb je aan je duurverkochte knots, als je er een poosje later zelf een klap mee op je hersens krijgt?” Ik kon tegen deze zeemanslogica niet veel meer inbrengen, dan dat er deze zomer dan toch embargo’s waren gekomen. “Jaren te laat ”, viel hij in. “ Het gevolg is enkel geweest, dat de Jappen hun stuff nu met geweld gaan halen, en daar hadden we in onze voordelige zakendoenerij nooit genoeg op gerekend. Neen,die embargo’s hadden er moeten komen, toen de Jappen de Chinezen op hun huid begonnen te zitten. Maar diè hebben we vier jaar lang lekker laten stikken; en nou zijn we o zo blij dat ze ons wel helpen, en uit pure dankbaarheid maken we die Tsjangenzovoorts opperbevelhebber in z’n eigen China. Daar zal-die echt vereerd mee zijn na vier jaar op z’n eentje te hebben gevochten. Zeg eens eerlijk: wat moeten die vierhonderd millioen Chinezen wel van al die slimme blanken denken? ”

Ik gaf toe, dat het maar beter was er heel nederig niet aan te denken. “Ja, en nu nog wat ”, ging hij voort. “ Datzelfde kunstje van de Jappen hadden we toch eigenlijk ook al met de Moffen uitgehaald. We hebben ons met open ogen laten bedriegen, omdat de zaakjes zo voordelig liepen. Nou, dan zeg ik: dan maar voortaan liever arm, maar veilig, dan rijk en om de twintig jaar in de soep. Je snapt, dat er iets aan gedaan moet worden, en gauw ook. Ik heb gehoord, dat jullie een heleboel commissie’s hebben, die over de toekomst praten; nou, dat lijkt me echt iets voor hen. Maar zeg maar dadelijk, dat ze d’r niet mee komen, als ze enkel het koper op de brug gaan poetsen. Want weet jo, wat het is? Dat schip, waar we mee voeren, was totaliter verkeerd gestouwd: en bovendien hadden we een deklast, aan eigenwijsheid, zal ik maar zeggen, en eigenbelang, waar je bij mooi weer als varensgast enkel maar je tenen tegen stoot; maar in een vliegende storm, zoals nu, ga je er mee naar de kelder, als je het hele zaakje niet radikaal over boord plompt. Vertel ze dat maar. Schoonschip, dat is wat we nodig hebben.”

“ Vertel ze het zelf maar ”, sloeg ik voor.

“Ben je helemaal bepieremagocheld? ” zei hij, terwijl hij haastig bpstond. “Ik voor een commissie? Ik heb wel wat anders te doen! ” Terwijl ik dit neerschrijf, vaart de brave weer op zee, om ons de benzine voor de taxi te bezorgen, waarin we na de commissievergadering naar huis rijden. Vandaar, dat ik U de woorden van den man, die in zijn eenvoud de tekeneft der tijden wel bleek te verstaan, enkel niaar in druk ter overpeinzing kan geven. A. DEN Doolaard.

Deze ruimte Is aangeboden door de N. V. Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-lndië