is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrij Nederland; je maintiendrai-onafhankelijk weekblad voor alle Nederlanders, jrg 2, 1942, no 27, 31-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LA RETRAITE DE LA GRANDE ARMEE

£JET WAS DE NACHT van de 22ste Juni, de nacht van de zomerzonnewende, de korte waarin de sterren dof blijven als het meel, dat verstuift bij het maken der broden. Het was de nacht, waarin de hongerende schutter te voorschijn dook uit de donkere bossen van Pruisen en Polen, om de pijl der tyrannie te richten op het hart van de sovjetster; de pijl die gevederd was met de pluimen der geplukte en geplunderde volken: Tsjechen en Noren, Denen en Nederlanders, Belgen en Fransen, Grieken en Yougoslaven. Maar nog had hij honger, het zwarte beest, en hij likte zich de baard af naar het wuivend graan der Russische velden. De Russen wankelden onder de eerste schok, en weken terug, en terug, vechtend en bloedend en lijdend en dorstend, en weldra enkel nog levend op de droesem, van de wijn der hoop, die zij smachtend gedronken hadden tot de laatste druppel. De hoop was bitter, maar zij bleef de strijders drenken.

Hoop? Waarom? vroeg de ongelovige wereld. Waarom hoop, toen de Stalinlinie viel, toen de vijand oprukte van de Pruth naar de Boeg, van de Boeg naar de Dnjepr, van de Dnjepr naar de Donetz, van de Donetz naar de Don, over een landstreek, vier en twintig maal zo breed als Nederland?

Waarom hoop, toen de vijand voortbeukte langs de zee, van Memel naar Libau, van Libau naar Riga, van Riga naar Tallinn, van Tallinn naar Narva, van Narva tot vlakbij Kroonstad, de vesting van Leningrad; onweerhoudbaar oprukkend langs de oever, zes dagen en zes nachten varen ver?

Waarom hoop, toen de nazihorden verder zwermden door moerassen, over heuvels en langs wouden, zwart en krioelend als vliegenzwermen op een paardelijk? Waarom hoop, toen de houwitsers met het hakenkruis, die Kiev bekogelden, verder ratelden tot aan Kharkov, van de heilige stad der gouden koepelkerken tot aan de stalen vesting der tankfabrieken ? Waarom hoop, toen de steden en dorpen de Russen uit de hand vielen als warrelende bladen uit een boom in de late herfst?

Waarom hoop, toen de tanks verderreden over de lijken, van Toropets naar Rzjev, van Rzjev naar Kalinin, van Kalinin naar Klin? Toen zij de huizen in brand schoten, in Vitebsk, in Smolensk, in Vyasma, in Mozsjaisk,- tot de gloed te zien was vanaf de tinnen van het Kremlin?

Hoop, omdat de vijand niet alléén verder kroop, het bloedende Rusland in; maar omdat de kerkhoven met hem meekropen. Niet alleen tanks daverden naar het front, maar treinen en treinen met ongebluste kalk, die in de massagraven het vlees wegvrat van Duitsland’s roekeloze en wrede jeugd.

Hoop, omdat achter Kiev en voor Smolensk de blaren reeds begonnen te vergelen in de berkewouden; en de Russische soldaten staarden omhoog, en zeiden tot elkander: “De winter komt! ” Hoop, omdat bij Kharkov de velden wit waren van rijp; hoop, omdat in het bitterst van het beleg van Leningrad de sneeuw ineens dwarrelend en zacht op de kanonnen viel. Hoop, omdat de vijand niet alleen zijn eigen kerkhoven achterliet, maar omdat hij de onze vond.

Vernietig! verbrand! Verpletter! Als een verscheurende gil, als een zengende bliksem vloog het bevel door de reusachtige Rusland. De vijand veroverde Smolensk, een ruine; Vyasma, een ruine; Briansk, een ruine; Tula, Odessa, Nikolayev, Rostov: ruines. De puinhopen van Rusland wentelden hun steenstorting terneer op Hitler’s heersersdromen. En door het kerkhof, dat zij niet gebouwd hadden met troffel en hardsteen, maar met drilboor en dynamiet, waarden spoken, spoken bij duizenden, van vlees en bloed, met revolver en mes, handgranaat en mitrailleur ; de guerilla’s!

En toen sneed de wind, toen stak de sneeuw, toen stuwde de storm uit de steppen de Russen op ten tegenaanval. Toen keerden zij zich tegen de moordenaars van Europa, die Narvik hadden veroverd, en Londen verschroeid, en Parijs geschonden; de soldaten, die de Olympus hadden ontheiligd en die hun barbarenlaarzen hadden afgeveegd aan het marmer van het Parthenon.

En nu waaien er vlaggen in Moskau. Het geblaf der Duitse kanonnen en het gehuil der Duitse granaten zijn verstomd in de winternacht; het rode leger heeft de blaffende en huilende nazihonden teruggeranseld met de zweep van de wraak; dé Sovjethamer beukt los op hun van koude krinkelend lijf; de Sovjetsikkel snijdt de zenuwstreng door der Duitse machtswellust; de Sovjetster straalt weer boven het Kremlin. In de lege graftomb van Lenin voor het Kremlin, waar Napoleon sliep, en waar Hitler met uitgerekte nek belachelijk naar reikhalsde, ligt een tweedq schim begraven. Het

is de schim van Hitler’s machtsdroom, dat hij wereldveroveraar zou kunnen worden; hij, de moordenaar der mensenliefde in alle landen; hij die geen kinderen heeft, maar toch de vader is van een monster: de vader der wreedste wraak, waarnaar de vertrapte mensheid ooit heeft gehunkerd. Maar er zijn nog eenvoudige mensen in Rusland ; en hun harten zijn te kinderlijk om enkel doorvreten te worden door wraak. Hun harten bonzen van vreugde; vreugde, omdat de boeren weer terugkruipen uit de duisternis der wouden naar hun halfverkoolde dorpen; vreugde, omdat de broodovens weer roken met blauwe pluimen, die de vaandels schijnen van de komende lente; vreugde, omdat de geur van het versgebakken brood in de ruines hen vertelt, dat leven en groeikracht gezegevierd hebben over de doodsstorm der helse demonen; vreugde, omdat de smak van Hitler’s nederlaag als een rollende donder midden in den winter door het verbaasde Europa is gegaan.

En die vreugde blijft, ook al veroveren zij geen dorpen meer, doch enkel geraamten van dorpen; geen steden, maar enkel plaatsnamen. De Stormoviks schreeuwen in hun huilende duikvlucht het oordeel uit over de haveloze nazihorden, sneeuw en stormwind spelen de treurmars voor het ten dode gedoemde leger. Maar zij zijn niet de enige spelers in het wreed orkest: zij zijn slechts de begeleiders van de solist. Want voor de troep uit, spelend op het blad van zijn zeis, loopt Magere Hein, tokkelend met zijn knoken tegen de zandloper; en voor elke korrel, die valt, rolt er een Mof in de sneeuw, om langzaam te verstijven onder een laag harde korrels, die zich meedogenloos vasthechten op zijn bevriezend lichaam.

En wat zo ontstaat is het tegenbeeld van de Siegesallee in Berlijn. Daar zitten de lelijke standbeelden der Germaanse overwinnaars stram op hun voetstukken, koude marmerbonk naast marmerbonk. Doch tussen Moskau en Smolensk zitten ze niet, maar ze liggen, languit in de sneeuw, koude vleesbonk naast vleesbonk.

. Dit was Duitsland’s jeugd; dit was Duitsland’s glorie; dit is Duitsland’s einde. En de wind raast verder over de lijken, zoals hij raasde in 1812, tot de laatste Mof uit Rusland zal zijn weggeranseld, de hel der vernietiging in!

A. DEN Doolaard.

Deze ruimte is aangeboden door de N. V. Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tof: Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië