is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrij Nederland; je maintiendrai-onafhankelijk weekblad voor alle Nederlanders, jrg 2, 1942, no 28, 07-02-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onderzoekt alle dingen en behondt het goede

TT ET IS HET GROTE voorrecht der democratieën, dat het ons gegund blyft zelfs in oorlogstijd gezamenlijk te blijven zoeken naar de oplossing van de netelige vraagstukken, die ons dikwijls benauwen, wanneer wij ons, zoals ieder denkend mens, bezorgd afvragen: “En wat moet hierna komen? ” In de poffertjeskraam der totalitaire staten mag de publieke opinie uitsluitend gebakken worden in het van staatswege nauwkeurig vastgestelde wafelijzer; wie met de vorm daarvan niet tevreden is gaat achter prikkeldraad. Deze gewelddadige eenzijdigheid en gelijkhebberij zijn ons van nature vreemd; het is onze trots, in dikwijls scherpe gedachtewisseling elk van zijn kant te kunnen ciseleren aan de klomp ruwe stof, die door ons gezamenlijk pogen eens het beeld der waarheid zal benaderen. In ootmoedige aanvaarding der betrekkelijkheid van alle menswerk blijven -ifrij er trots op, dat ons streven ondanks alle verschil in uiting, toch gemeenschappelijk is. Elk voor zich zijn voordeel doen met andermans bevindingen—dat is het'kenmerk van den waren democraat. Hij dient critiek altijd als een metselsteen te beschouwen, die hij bij draagt tot het gemeenschappelijk bouwwerk, en niet als een “ doorslaand ” argument dat het uitsluitend doel heeft, andersmans schedeldak te kraken. Dat waren de gedachten, die bij opkwamen, toen ik het hoofdartikel las in het vorig nummer, onder de titel “ Systemen en Menschen.” Op zijn gewone puntige wijze wees de kundige schrijver op een leemte in de redenering van mijn zeeman, die zich bitter beklaagde dat de democratieën Japan door jarenlange levering van grondstoffen tot de huidige oorlogvoering in staat gesteld te hebben. De zeeman had Rusland vergeten, dat hetzelfde gedaan had, ook tegenover Duitsland, en dus geen haar beter was. De materiaalleveringen waren dus niet het gevolg van het heersende economische systeem, zoals ik beweerde, een systeem, dat in het handeldrijven met den eventuelen vijand geen been ziet; maar zij waren een uitvloeisel van de vrees, geïsoleerd 'in een oorlog verzeild te raken.

Ik ben den schrijver dankbaar voor zij'n scherpe omschrijving, en ik heb er mijn voordeel mee gedaan. Hij heeft volkomen gelijk—maar in het betrekkelijke; en deze betrekkelijkheid wilde ik gebruiken om tezamen met hem een stap voorwaarts te doen. Mijn zeeman en ik wierpen een steen in de stroom; de hoofdartikelschrijver wierp er een steen bij. Maar het gaat er niet om, wie het water het hoogste liet opspatten —het gaat er om, dat al deze stenen tezamen eens een dam kunnen vormen, die de vloed van het onrecht tegenhoudt. Daarom thans steen nummer drie.

Andermans verkeerde handelwijze moet nimmer een verontschuldiging zijn voor onszelf. Dat Rusland er twee economische systemen op nahoudt—- een voor zijn eigen territoriën, en een

ander voor buitenlands handelsverkeer, ontslaat ons niet van de plicht eigen fouten te erkennen, en daarna gezamenlijk, ook met- Rusland, naar verbetering te zoeken. Wat materiaalleveringen betreft, is er echter nog een klein, maar merkwaardig verschil tussen de U.S.S.R. en de democratieën. De Sovjets verkochten inderdaad hun aandeel in de Mantsjoerijse spoorweg aan Japan; zij leverden inderdaad olie aan de Moffen. Maar zij bouwden tegelijk een machtspositie op, (gedeeltelijk zeer zeker bekostigd door de in deze transacties verkregen valuta’s), die de democratieën nimmer tot stand konden brengen, omdat hun economisch systeem daar onder normale omstandigheden onmachtig toe gebleken is. Ondanks alle economische vriendelijkheden die het van de Sovjetunie ondervond, liet Japan het wel uit zijn lijf ditmaal de Sovjetunie aan tevvallen; bij grensincidenten, die soms overgingen in ware veldslagen, kregen de Japanners een te dure les. Neen, Japan koos de lijn van de minste weerstand; het viel de staten aan, die hun grootmogendheid enkerbewezen door geweldige leveranties, waarbij die van Rusland in het niet zinken, terwijl hun bewapening helaas eveneens bij die van Rusland in het niet zonk.

Maar huilen, om gemorste melk haalt niets uit, zoals de Engelsen zeggen; ook al gaat er heden heel wat gehuil op om de vermorste melk der millioenen rubberbomen. Het gaat er om, te onderzoeken, of de wetten, die tot de huidige noodtoestand hebben geleid, werkelijk onvermijdelijk zijn. Het gaat er om, de samenwerking tot stand te brengen tussen de staten, wier vredelievendheid slechts overtroffen werd door hun zorgeloosheid en goed bedoeld maar verkeerd uitgevallen egoïsme. Wat heden in de harten der massa leeft, is niet zozeer opstandigheid tegen een wereldbestel, dat zijn ontoereikendheid dag aan dag bewijst, ontoereikendheid die voortkwam uit wanhopige verbrokkeling en het stellen van particulier winstbejag boven de verdediging van het gemenebest. Neen, wat de massa omwoelt, is eerder een diepe bedroefdheid over wat er geschied is, en een ongerustheid, dat het nogmaals zou kunnen geschieden. Men ziet terdege in, dat het aanwijzen van bepaalde personen of groepen als zondebokken even nutteloos als dwaas is; want het welwillende deel der mensheid is één grote kudde zondebokken. Daarom heerst er ook bedroefdheid en geen toorn.

Indien er toorn is, dan richt deze zich enkel tegen de kleine groep hardleersen, waarover wij een andermaal hopen te schrijven. Het is juist de innige begeerte der volkeren, niet weer in dezelfde moeilijkheden terecht te komen. En een ontzaglijke winst is reeds behaald: de mensheid gelooft niet meer in de onweerstaanbaarheid van de stroom, die haar zeker opnieuw mee zou sleuren naar de waterval der vernietiging, indien de zieners en leiders niet thans reeds naar de rotsstenen

grepen, welke zij in de stroom moeten wentelen om de volgende catastrophe te verhoeden. Wat wij thans meemaken, midden.in den strijd, is het verheugend verschijnsel, dat alle stelsels, ook en vooral dat der democratie, getoetst worden op hun innerlijk gehalte. Wie sceptisch blijft tegenover dit streven, zal het lot delen van het dode hout, dat weggerukt wordt door de winterstormen.

En het zijn heus niet de beroepskankeraars en opstandelingen, die de toetssteen ter hand nemen; het zijn de leiders zelf. De Atlantic Charter, die grif aanvaard werd door een geestelijk ontreddende wereld, omdat het document tenminste enig uitzicht biedt, bevat naast sommige zwakheden één stralende waarheid: de mensheid hunkert naar een waarborg, dat zij haar aardse leven zal kunnen uitleven, bevrijd van vrees en bevrijd van angst. En het besef, dat dit zonder de allerwijdste samenwerking onmogelijk blijken zal, is reeds diep geworteld.

En niet alleen de angst van het individu moet uitgebannen worden; ook de angst die een gans volk bezielde, de angst, alleen te moeten vechten tegen een bruten aanvaller. Alleen samenwerking kan de mensheid behoeden, niet alleen voor een volgende oorlog, maar allereerst voor de rampen, welke de naweeën van dézen oorlog zullen zijn; hongersnood, armoede, werkloosheid en pestilentie. De Griekse premier Tsouderos heeft dit treffend uiteengezet in een artikel, dat in de laatste Sunday Times verscheen. De zekerheid, dat de ganse verhouding van den eenling en diens plichten tegenover de gemeenschap moeten worden herzien; de zekerheid, dat geordende huishouding in de plaats moet komen van liberale economie; de zekerheid dat elk persoonlijk streven in de toekomst slechts beloond mag worden in verhouding tot de waarde, die het voor de gemeenschap heeft; de zekerheid, dat politiek evenwicht onmogelijk is zonder internationale samenwerking op economisch gebied; de zekerheid dus, dat het verbrokkelde vooroorlogse wereldbestel ten dode opgeschreven is, omdat anders de mensheid haar eigen doodsoordeel uitspreekt—ziedaar de dappere samenvatting van de fouten, waaraan wij ons allen tezamen schuldig hebben gemaakt. En deze waarheden, die nieuwe hoop brengen in de onrustige harten van millioenen, worden uitgesproken niet dopr een salonbolsjewist, maar door iemand, die veertien jaar lang een staatsbank bestuurde en nu een volk vertegenwoordigt, dat al doodhongerend doorvecht.

Sommige der zogenaamd onvermijdelijke wetten zijn gewogen en te licht bevonden. Het ou;ie sterft, maar het nieuwe wordt geboren, zij het dan in angst en pijn. Maar allen, wien deze angst en pijn te machtig is, zullen samen met het oude waaraan zij zich vastklampen, onvermijdelijk ten onder gaan.

A. Den Doolaard.

Daar, naar ons gebleken is, nog steeds misverstand ten aanzien van het karakter der artikelen is blijven voortbestaan, wijzen wij er nogmaajs met allen nadruk op, dat de N.V. Kon. Nederl. Mij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Ned. Indië noch rechtstreeks noch zijdelings eenigën invloed uitoefent op den inhoud, en van dezen inhoud ook geen voorkennis draagt. Zij zijn uitsluitend redactioneel.