is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrij Nederland; je maintiendrai-onafhankelijk weekblad voor alle Nederlanders, jrg 2, 1942, no 36, 04-04-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET VERGETEN FRONT

II

'7 O LANG ALS ÉÉN korenhalm gemaaid wordt door mensenhand, zo lang als één grashalm groeien zal op de machtige vlakten van Kossovo, zo lang zal de glorie en roem der helden behouden blijven.” Dit zijn slechts een paar van de beeldrijke woorden, waarmee het Servische volkslied de Middeleeuwse helden bezingt, die dapper stierven in hun verzet tegen de tyrannie der Turken. Heden is het niet de Halve Maan, maar het Hakenkruis, dat het Zuidslavische volk met vernietiging bedreigt. Maar al heeft dit volk tijdelijk zijn zelfstandigheid verloren—het heeft zijn ziel gered. Ik herinner mij de dagen van spanning, nu net iets meer dan een jaar geleden, toen de Zuidslavische regering het schandepakt tekende met Hitler. Ik leefde toen nog als balling in Vichy-Frankrijk, en hield tegenover mensen, voor wie verraad en gemakzucht een tweede natuur geworden waren, hardnekkig vol dat er daar revolutie komen zou en moest; als dit volk, dat ik na het mijne liefheb als geen ander, het hoofd in de schoot legde, dan zag ik geen gat meer in de oorlog . . . En op een avond kwam ik als een krankzinnige de kamer binnenhollen, woest met de krant zwaaiend: “Ze hebben het gedaan! " Nimmer heb ik mij zo verlicht gevoeld, als na deze Zuidslavische revolutie, die geestelijk een ommekeer in de oorlog betekende: eindëlijk had een der kleinere staten “ Stik 1 ” gezegd tegen zijn eigen verradersregering en tegen Hitler.

En vandaag, bijna een jaar na de nederlaag, zegt heel Zuidslavië nog “Stik!” tegen Hitler en tegen het kleine hoopje smerige rokverdraaiers, de Quisling-generaal Neditsj en de zijnen. Een kleine honderdduizend slechtgevoede en – schamel geklede opstandelingen, bewapend met geweren en mitrailleurs, die ze, samen met de nodige munitie, eerst hadden moeten veroveren, namen het op tegen 16 divisies: Duitsers, Italianen, Bulgaren, Hongaren, en Kroatische , afvalligen. Verleden jaar September konden de woedende Moffen het niet meer verdoezelen: een der onderworpen volkeren was in volle opstand! Overal verbrandden de boeren hun eigen oogsten; de vrijscharen bliezen tunnels en spoorwegen op. Eens grepen ze 80 Duitsers, die een fabriek bij Belgrado bewaakten, trokken hun de broeken van het lijf, schilderden hun enige vriendelijke woorden op het zitvlak en joegen hen toen naar de stad. ...

De Moffen en Italianen zagen ontzet, dat de rel een revolutie geworden was. Vier Duitse pantserdivisies kwamen vanuit Hongarije over de Donaubrug door Belgrado heengedonderd. Dê zware batterijen houwitsers richtten hun vuurmondingen op dorpen en gehuchten, en verpletterden de huizen, maar niet de weerstand. Tien eskadrons Heinkels en Stuka’s raasden met zware bommenlasten over de startbanen

van het vliegveld te Zemun, vlak aan de overkant van de Donau, en door de strakke herfstlucht heen Oud-Servië in. Drie Italiaanse gepantserde divisies bezetten langzaam en voorzichtig een deel van Montenegro, en Herzegowina, Italiaanse kruisers en torpedojagers namen de kleine vissersdorpen aan de Montenegrijnse en Dalmatische kust onder moordend vuur. Italiaanse Caproni’s dempten hun bommenlast neer boven Bar, boven Ulcinj, de plaatsjes, waar schilders en dichters vroeger zomer en herfst verdroomden.

Een paar maanden later kwam een Turk in Stamboul op het Duitse consulaat en vroeg een reisvergunning naar zijn familie in Bar. En de consul gaf hem ten antwoord: “Het spijt ons, dat we niet aan uw verzoek gehoor kunnen geven, want we weten niet, in wiens handen Bar is . . .” Bar was opnieuw in handen van de vrijscharen, die een groot deel van Montenegro, Herzegowina, en hele streken in Servië, Bosnië en Macedonië beheersten.

De Duitsers trachtten de weerstand te breken met hun totale oorlog. Sjabats werd verpulverd door houwitsers en bommenwerpers. Loznitsa volgde, toen Valjevo, toen Visjegrad. De Jagodina-vlakte werd in een smeulende woestijn veranderd. Hele landstreken tussen Sava en Drina werden platgelegd. In Midden- en West-Servië waggelden de tankdivisies over de puinhopen der dorpen heen. Wat de tank niet klaar kon spelen, moest door strop en machinegeweer voltooid worden. Elke Zaterdag legde de beul in Belgrado de stroppen klaar; elke Zondagmorgen bungelden er nieuwe lichamen aan de galgen, die op de grote pleinen waren opgericht. Een val—, een smak—, en opnieuw was er een opstandelingennek gebroken. Maar de ruggegraat van het volksverzet was niet te breken, ook niet door massamoorden.

In Kragujevats maaiden de Moffen vierduizend zeshonderd mensen meer. Bij groepen van vijftig tegelijk werden ze door de vuurbaan der machinegeweren gejaagd. Van tijd tot tijd moesten de schutters ophouden, om de lopen af te laten koelen. Sommigen werden misselijk en moesten weggezonden worden. De overigen werden met de drankfles voortgehitst. En zo ging het in Kraljevo, in Tsjatsjak, in Uzjitse

. . Maar genoeg namen. Volgens voorzichtige schattingen zijn er 400.000 Serviërs, mannen, vrouwen en kinderen, in dezen heidenopstand omgekomen.

Tegen Kerstmis verklaarden de Moffen dat de weerstand gebroken was. Maar juist door de afschuwelijke wreedheden waren Michailovitsj’ legerscharen met de dag gegroeid. De gehavende Duitse kolonnes trokken zich terug naar hun winterkwartieren in de grote steden. Maar ook daar vlogen elke nacht handgranaten door vensters heen, en schijnbaar rustige burgers

kropen na donker met hun geweren weg een hinderlaag. Toen kwam het decree* dat voor elke aangevallen of gedode soldaat tien Serviërs terechtgesteld worden. Het hielp niet; en daarop het “ zoenoffer ” vergroot, tot twintig één; en nu is het vijftig voor één.

En nu is het voorjaar. verspreide en onregelmatige troepen k®® ben een zware winter doorstaan. voorraden aan munitie en voedsel slink®®' Doch de hele herfst en winter door duurd het soms weken, eer er weer een treid> voorafgegaan door een pantsertrein en vn® uit de lucht bewaakt door vliegtuigen, de grote linies reed, waar honderden rails telkens opnieuw weer opgebrok®® werden. Nog steeds weergalmt door ®® Balkanheuvels het gezang: “ FrU^^ Bombe, Tsjetnitsi! ” “Slingert uw ko®® men, o krijgers ”. En ondanks alle k®' weringen, dat de allerlaatste bende “ munisten ” nu werkelijk is uitgeroeid, br®®' gen de gelijkgeschakelde kranten telk®k weer kleine verdachte berichten.

Op 10 Februari lezen we, dat de bij Sarajevo verschillende vrijbuiters aangehouden, die bekenden dat ze een pp de lijn Sarajevo-Mostar hadden blazen. In een dorp ontdekt de politie 6® kleine munitiefabriek en een grote raad springstoffen. Een week later koh’ het bericht, dat Sloweense het station van Vrhnika hebben op de lijn tussen Triëst en Ljubljana. ï'® stel macaroni-eters wordt overhoop gesck®” ten; het station gaat de lucht in; 23 leumtankwagens zorgen voor de verlichti® bij dit vreugdefeest. In. dezelfde week ka ken Bosnische opstandelingen een ditie van vijfduizend Italianen in de de buit, bestaande uit granaatwerpers P machinegeweren, verdwijnt in de dirk bossen. In Montenegro veroveren delingen vier tanks en twee auto’s op Italiaanse kolonne, waarvan ze man meenemen, inclusief een kolonel. gens ander gappen ze na een naatconcert twee tanks en 21 motorfiets® In het Parkhotel in Nisj, de tweede van Servië, ontploft een tijdbom, die tig Moffen naar het Walhalla helpt. Maart smalerr de kranten in Belgrado, ® de “communisten” nu tot kleine uiteengeslagen zijn. De “ normale ” stand is overal hersteld; alleen wordt “ hier en daar ” nog, gevochten met bend® ’ die van twee tot driehonderd man zijn ... Op 8 Maart worden in één vecht 70 opstandelingen gedood. Het k richt verzwijgt, hoeveel Moffen en landv® raders en hun hachje bij inschoten.

Zuidslavië zal doorvediten, tot de patroon. Zuidslavië leert ons allen de dat een volk nimmer over-wonnen kan "f den, zolang het mannenmoed en vuis heeft!

A. DEN DOOLAABÏ*