is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrij Nederland; je maintiendrai-onafhankelijk weekblad voor alle Nederlanders, jrg 2, 1942, no 41, 09-05-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'. —:‚::__.‘;;í_-_>;;b I. l‘ k. I – ‘jl IÎ U: Aínna.sna==lfnî.ííhnflÀvflizîiífi ‘u " i Ë È“ Ëíîfiiijij Ë HI ÌÌ – n ‘I nu I I" n"! —”„«;..; u: il I I "i Hé u- : : ais: e ==°' ‘ [I I l I H. u: 35v " ‘ 5| I; 3 ,' u I ' « ' % ì

* Zij stierven niet vergeefs

A AN DEN VOORAVOND van de herdenking van het Duitsche verraad van 10 Mei 1940 heeft ons het bericht bereikt, door een Duitsche mededeeling uit Hilversum, dat 72 dappere Nederlanders door den vijand zijn gefusilleerd. Zij werden ervan beschuldigd tegen den vijand een geheime organisatie te hebben gevormd, en van begunstiging der geallieerden. Het betaamt ons, tegenover de nagedachtenis dezer martelaren, aan te nemen dat deze beschuldiging juist was.

Zij hebben gestreden en zij zijn den heldendood gestorven. Al is hun streven ontdekt en geheel of gedeeltelijk verijdeld, toch is het allerminst vergeefsch geweest. Het verzet, dat zij den overweldiger boden, is in de heele wereld bekend geworden, en heeft de oude faam van onvervaarde en onbuigbare strijders voor de vrijheid, het klassieke bezit van het Nederlandsche Volk, nieuwen glans verleend. Ons recht op het herstel onzer vrijheid is er, in het oog van heel de weldenkende menschheid, door bevestigd.

Zij streden niet alléén. Wij weten dat duizenden, gelukkig nog niet door den vijand ontdekt, hun medestrijders waren en dat dezen hun werk voortzetten. Er is, helaas, reden om te vreezen dat nog tal van anderen het slachtoffer geworden zijn van verraders, of van spionnen van den vijand, en in gevangenissen opgesloten, gevaar loopen hun lot te deelen. Ook dit echter is geen reden om versaagd te zijn. De eenheid van ons strijdende volk is in den regel ondoordringbaar voor den Duitscher en zijn trawanten.

Het lijkt ons geen toeval, dat de vijand eerst thans overgegaan is tot het aanrichten van deze hecatombe. Wij hebben gevreesd, dat verzwaarde beproevingen den overweldigden volken nog te wachten zouden staan, toen Hitler een regime van pure bloeddorst en van verscherpte terreur voor Duitschland zelf aankondigde. Waarschijnlijk leidde dit tot het vreeselijke bloedbad. Het is niet gebruikelijk, dat een bezetter met begrip van militaire eer en begrip van menschelijkheid, bij ontdekking van

samenzweringen onder overwonnenen, op vrijwel allen—72 op de 79—de scherpte van het krijgsrecht toepast. Hij zal zijn strengheid tot het stellen van voorbeelden bepalen. De Duitscher echter denkt in termen van terreur, zooals ieder geweldenaar, die innerlijke vrees koestert.

Een met bloed getrokken scheidingslijn is er nu tusschen de Duitschers en de onzen, waarover niemand in ons land, die trouw, maar nog schroomvallig was, zonder innerlijke walging zal kunnen heenstappen. Ook daarom is het oifer der martelaren niet vergeefsch geweest. Hun heeft het wreede lot getroffen van alle ter dood veroordeelden, die op zooveel onmenschelijker wijze hun leven verliezen dan zij, die sneuvelen in den strijd, omdat zij, met de zekerheid van den dood voor oogen, en weerloos, zonder de mogelijkheid van eigen daad, het einde tegemoet worden geleid. Maar vaderlandsche verheffing, het besef niet vergeefs te sterven, de steun van de gemeenschappelijkheid, de zekerheid dat hun lot vergelding zal vinden, heeft hun zonder den minsten twijfel kracht gegeven voor het laatste oogenblik. En de vijand heeft, door betoon van verhoogden wrok en bloeddorst, hun zonder twijfel duidelijk gemaakt dat het licht, waarnaar zij streefden, reeds naderende is.

Duizenden zijn reeds voor onze vrijheid gestorven. Dagelijks trotseeren tien duizenden onzer den dood voor onze vaderlandsche zaak. Het offer dezer 72 echter treft ons desniettemin bijzonder diep, door zijn karakter en door de geaardheid van den vijand, die eruit spreekt.

Wij zullen niet vergeten. Hun levens zullen den vijand, en hun die met den vijand heulen, niet geschonken worden.

Met opzet hebben wij niet van rouw in ons midden gesproken. Midden in den strijd moet men niet gewagen van dit begrip. Onze martelaren verwachten van ons andere woorden, een andere houding. Laat ons daarin niet te kort schieten. Dit zij, tegenover hen, onze gelofte.