is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrij Nederland; je maintiendrai-onafhankelijk weekblad voor alle Nederlanders, jrg 3, 1942, no 4, 22-08-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ZONDEN DER VADEREN

Y)E DOOD DER VIJF gijzelaars G heeft alle Nederlanders, waar ook t: ter wereld, diep geschokt. Maar daarom b blijft het meer dan ooit noodzakelijk, d het hoofd koel te houden en ferm te sturen op het kompas der vastberaden- r heid.

Velen onder ons moeten zich een \ ogenblik in hun gevoelens ontredderd t gevoeld hebben. Waarom? Omdat j wij hier getroffen werden in een der i dierbaarste onderdelen van ons gemeen- ( schappelijk nationaal beschavingsbezit; i .ons buitengewoon ontwikkeld rechts- ! gevoel. ‘

Waar vechten wij voor? yoörttë overwinning'; voor een betere samenleving na den oorlog; voor het herstel onzer onafhankelijkheid. Zeker. Maar , wanneer wij dan nagaan, vanuit welke begrippen \i'ij vechten, dan geraken wij tot deze kostbare trits. waarheid, vrijheid, recht, waarvan het laatste de beide eerste omvat gelijk de starre aardkost het onstuimige vuur. Ons bestaan van natie staat en valt met de handhaving van het recht. En toen daarom de gijzelaars werden vermoord, is het voor velen geweest, alsof de grond hun onder de voeten werd weggetrokken. Dadelijk na de gijzeling al was bij velen de eerste wilde gedachte: hoe kunnen wij dit verhoeden ? |

In hun impulsiviteit deden velen ons daarop middelen aan de hand, die ons helaas alle verwijderden van het strakke richtsnoer in dezen strijd: de lijn van het recht. Dorothy Thompson stelde voor, bij elke Duitse wraakneming een stuk of wat bepaalde dorpen in Moffrika met den grond gelijk te bombarderen. Helaas zou de vijand daar ongetwijfeld op geantwoord hebben met het doodschieten van nog meer gijzelaars. Voor elk uitdrukkelijk als weerwraak aangekondigd bombardement had de vijand zich kunnen wreken op personen._ Hij heeft gijzelaars in handen, wij hebben dat niét. Wij kunnen ons niet wreken op krijgsgevangenen, op geinterneerden, zonder ons te verlagen tot den beestelijken staat, welken wij bestrijden. |

Ook de aankondiging van toekomstigej wraakneming onzerzijds op N.5.8.-ers is erger dan de greep naar de bekende tien vogels in de lucht. De N.5.8.-ers zulle® gestraft worden voor landverraad. Hef straffen van Nederlanders voor misJ daden, door anderen begaan, zal vooï eeuwig buiten de kring van ons rechl blijven liggen, willen wij niet lopen, de geestelijke dood .sterven. |

Voor het ogenblik kunnen wij daaroir helaas de schanddaad van 15 Augustus niet anders beschouwen, dan, zooals eei vriend mij schreef: “ een natuurramp welke over ons komt, en waartegen wi, voor het ogenblik machteloos zijn.” Doch deze machteloosheM zal nie eeuwig duren. De rede van. Prof

bterbrandy zal in dit opzicht velen tot } Èroost gestrekt hebben. Ondertussen 1 bezitten wij echter een machtig wapen: i Ée microfoon. !

I Reeds heeft de vijand hiervan op de meest perfide wijze gebruik gemaakt. 4ls laatste verfijning in zijn stelsel van l yuige kwellingen heeft hij brede kringen in Nederland schrik aangejaagd, door te verkondigen, dat er een niet nader genoemd aantal gijzelaars doodgeschoten zouden worden, terwijl in andere landen altijd het aantal genoemd werd. En dit antwoord op deze ongelooflijke lafheid der collectieve schrikaanjaging moet een koele, harde uiteenzetting zijn van de collectieve Duitse schuld. Het is onze plicht, het den Moffen duidelijk te maken, 'dat de gruwelzonden der huidige ouders bezocht zullen worden aan de kinderen, tot in het derde en vierde geslacht. Het zou een intergeallieerde propagandaverplichting moeten worden, het haarfijn, maar staaldraadhard, duidelijk te maken aan het Moffenvolk, hoe de huidige vernieling van hun huizen en haardsteden ook de orkaan der wraak is, opgeroepen over hun hoofden door de misdaden hunner leiders. De mensen in Moffrika worden van deze misdaden onkundig gehouden: zij weten niet, wat er in Lidice gebeurd is; zij weten niet, hoeveel moorden er begaan worden, in de naam van het nieuwe hakenkruis “ recht.” De waarheid hieromtrent moet hun ingehamerd worden, per microfoon, per bom en per pamflet. Men make hun duidelijk, dat alle voorafgegane bombardementen der R.A.F. tezamen nog slechts een zwakke vergelding zouden vormen enkel voor het leed reeds, dat zij den Joden overal in Europa hebben aangedaan. Zij moeten murw geschrijnd worden door de ondraaglijke zwaarte hunner gemeenschappelijke historische schuld. Wat de straf op deze schuld zijn zal dat hoeven wij niet voor hen uit te pluizen. Wij hebben aard en omvang dezer straf trouwens slechts zeer , gedeeltelijk in onze macht. In de locj der historie hebben ontladingen plaati l gehad van opgekropte woede, die geel I mens vermocht te beperken. |

i Men begrijpe mij goed. Het zou 1 falikant verkeerd zijn b.v. Dusseldorp fc te bombarderen en dan b.v. meteen pei – radio of pamflet bekend te maken; r “ Dat was de wraak voor de laatste 9? t » vermoorde Franse gijzelaars.” Maar d< r Mof, die ’s morgens na het bombarde 8 ment de schuilkelder uitklautert, moe' in de puinhopen rondzwerven, be n zwaard door de wetenschap, welke wi s hem per radio en pamflet hebben bij ge n bracht, dat dit de onvermijdelijk ), gevolgen zijn van de gruwelen der con ij centratiekampen, van de landroof, va: de massamoord op millioenen onschul ;t digen, en op de gijzelaars.

f.' Even belangrijk, zij het dan op ee

heel ander plan, is, wat wij van hieruit tot onze landgenoten zeggen.

Een ding is zeker. Zij wacliten met ongeduld. Niet alleen op de beloofde bombardementen van in Nederland, welke na twee officiële waarschuwingen nog steeds niet begonnen zijn, zodat het gevaar ontstaat, dat de waarachtigheid onzer ganse radiopropaganda in twijfel getrokken wordt maar zij wachten nu zeker voor alles op de beloofde nieuwe regelen voor de berechting van oorlogsmisdadigers. Men kan hier niet genoeg spoed achter zetten. Plet beledigde rechtsgevoel snakt naar bevrediging! |

Het zal niet fle laatsTO maal zijn, dat Nederland saboteert. Prof. Gerbrandy heeft de onvermijdelijkheid der sabotage zeer juist gekenschetst. En het is te vrezen, dat dit niet de laatste moordschoten geweest zijn. Dan zal sommiger plicht zijn, opnieuw te spreken tot het zielsbedroefde, maar omtembare Nederlandse volk. God verhoede dat het nodig zij; maar de gebeurtenissen in andere landen leren ons (alleen de Moffen begrijpen het helaas niet) dat moord op gijzelaars verhoogde ■abotage ten gevolge heeft. .

Mocht er dan opnieuw gëspröiën worden, dan hoop ik, dat dit gedeeltelijk anders zal geschieden. Men vermijde alles, wat naar pathos zweemt. Laat ons verdriet wijs zijn, en onze bezorgdheid vastberaden. Men spreke niet vóór het voldongen feit, en jage niemand de stuipen op het lijf, door over angstgevoelens te spreken vlak vóór de waarschijnlijke terechtstelling. Men houde in het oog, dat het Nederlandse volk geen atigst kent, of voorgeeft te kennen, zodat wij het geen slechter dienst kunnen bewijzen, dan een redevoCTing met tranen in de trillende stem. Daar kan men de Nederlanders enkel maar kriegel mee maken. Wij kunnen ons medegevoel maar op één wijze tonen: door elke overdaad aan gevoel te ' bedwingen. Manhaftigheid is het I parool! Door een jarenlange strijd : welke wij niet hebben meebeleefd, is Imt ' Nederlandse volk hard geworden. De I Nederlander zal het den Mof met I gunnen, zijn zielsverdriet te laten I beloeren' Men wekke daarom vooral niet de indruk, totaal ondersteboven te 1 zijn; daar kan de wrede Moffensadmt > zich alleen maar in verkneuteren. Ln f zolang het Tweede Front er met is, het I enige, wat aan de massamoorden een I eind kan maken, biede men Nederland i de troost zijner glorierijke historie, op 1- fermen toon. Want tegen dit nieuwe it kwaad kunnen wij ons enkel keren met )- harten, die er uitzien gelijk de geploegde i velden in den winter: de harde klonten >- naar buiten gekeerd; de warmte en de ;e groeikracht naar binnen toe verborgen; l- maar over alles heen de zekerheid, dat ,n de lente komt. |

1- Geen deernis, maar mannelijke kracht; dat verlangt het Nederlandse volk! A. DEN Doolaard.