is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrij Nederland; je maintiendrai-onafhankelijk weekblad voor alle Nederlanders, jrg 3, 1942, no 7, 12-09-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NIEUWE IDEEEN

(SLOT)

■pEN VORIG maal stipte ik terloops aan, dat er tussen de verschillende geallieerde volkeren weinig uitwisseling van nieuwe ideeën bestond, op sommige gebieden althans. Geen beter middel om tegemoet te komen dan een weekblad, dat in breden kring verspreid wordt. Ik acht het daarom een plicht en een genoegen, om een korte bespreking te wijden aan twee artikelen in de Central Ewropecm Observer, die het probleem van de bezetting van Duitsland behandelen; vooral het tweede artikel, geschreven door eesa. Tsjechisch luitenant-kolonel, die om begrijpelijke redenen onbekend wenst te blijven, is van gewicht.

Berst een enkel woord tot sommige weifelaars, die er nog altijd aan twijfelen, of een langdurige bezetting van Duitsland wel nodig is. Helaas—1939 en 10 Mei 1940 hebben het bewezen. Luit.-Kol. X zegt terecht: “De eerste wereldoorlog werd militair gesproken gewonnen, maar psychologisch verloren.” De ontwapening van Moffrika was gedeeltelijk een wassen neus. Controle over de grondstoffen, zonder dewelke men geen moderne oorlog voeren kan. Werd niet doorgezet. Een dergelijke “ minerale sanctie,” welke het Engelse parlementslid Holland reeds jaren voor dezen oorlog bepleitte, is trouwens bij voortduring niet mogelijk in een liberaalkapitalistische wereld, waar het zo lang raogelijk handeldrijven met een potentiëlen vijand slechts de gemopperde afkeuring heeft van het nadenkend deel der nietkapitaalkrachtigen, wier invloed niet verder reikt dan die van het stembiljet. De bezetting van Moffrika beperkte zich tot een enkele grensstreek. Het geloof van den Mof in zijn kracht en superioriteit werd niet gebroken. De Pruisische sabelkletteraar ging op zijn hurken zitten—-niet omdat hij zich vernederd voelde, maar enkel omdat hij in die houding later sneller starten kon in de wedloop naar de wereldheerschappij, die hij nu voorgoed gaat verliezen (niet de wereldheerschappij, maar de wedloop!)

Dit moet den Mofjes en Moffinnetjes dit keer krachtig ingewreven worden. De wapenstilstand moet ditmaal niet buiten, maar binnen Moffrika gesloten worden. Aan de wapenstilstand gaat het staken der vijandelijkheden vooraf. Voorwaarde voor dit staken van de gevechtshandelingen moet zijn: de onmiddellijke uitlevering van pantsermateriaal, luchtvloot en alle soorten en kalibers van vuurwapenen. Wacht men hiermee tot na de wapenstilstand, dan verdwijnt er een belangrijk deel, net zoals in 1918. Wij zijn de grote trein met vliegtuigmotoren, die een zeker neutraal land binnenreed, nog niet vergeten. .

Vooral deze inlevering van het materiaal op bepaalde punten eist uitgebreide voorbereiding. Een groot deel van dit materiaal moet namelijk gebruikt worden tijdens de tweede fase der bezetting, welke uitgeoefend moet worden door legers, afkomstig uit de thans bezette landen.

Voor krachtige en snelle bezetting in eerste instantie komen slechts de Russische, Britse en Amerikaanse legers in aanmerking, omdat die de enige zijn, die over voldoende geoefende troepen en verkeersmiddelen beschikken. Het zou geenszins belachelijk zijn, nu reeds de huid van den te vlooien beer in stukken te verdelen, m.a.w. demarcatielijnen vast te stellen. En de bezetting moet bliksemsnel geschieden, niet alleen om te voorkomen, dat machinerieën verdwijnen, en wapenvoorraden in grote hoeveelheid naar geheime kelders gaan, maar ook, om te zorgen, dat de tienduizenden oorlogsmisdadigers hun lot niet ontgaan door over neutrale grenzen te wippen. Het bestraffen van al deze schoeljes is immers een onzer voornaamste oorlogsdoeleinden. Nu de misdaden zo veel groter zijn dan de vorige maal is de eis des te gebiedender, dat het recht zijn loop moet hebben.

Ter wille van een dergelijke snelle bezetting is een zeer grote vloot van transportvliegtuigen onontbeerlijk: de vloot, die de Amerikaanse ingenieur Kaiser thans, en dan nog veel te laat, op kleine schaal aan het bouwen is. Misschien kan zij in dezen oorlog nog haar dienst bewijzen; het getuigt trouwens van militaire kortzichtigheid, dat een dergelijke-vloot niet dadelijk na de val van Kreta besteld werd. De Moffen hebben ons toen immers voorgedaan, waartoe een luchttransportvloot in – staat is! Maar het winnen van den vrede zonder een dergelijke luchtvloot wordt vast en zeker de mijl op zeven. Men denke slechts aan het terugbrengen naar hun haardsteden van de millioenen naar Moffrika gesleepte arbeiders en krijgsgevangenen en aan de bevoorrading der bezettingslegers! Vliegvelden zijn gemakkelijk te herstellen; het herstellen van een waarschijnlijk halfvernield en zeer zeker zwaar ontwricht spoorwegsysteem, waarvan de locomotieven nu al op hun veren rijden, eist ontzaglijk veel tijd.

De eerste taak van het inter-geallieerde, Brits-Amerikaans-Russische bezettingsleger is een bezetting van alle militairstrategische en economisch-strategische punten, ontwapening der S.S. en der burgerbevolking, het saamdrijven in kampen van alle Gestapo-, S.S.- en andere beulen, die er het hachje nog niet bij hebben ingeschoten; en het handhaven der orde. De Amerikanen zijn reeds zo verstandig geweest, zich met hun gewone voortvarendheid op deze toekomstige taak te gaan voorbereiden. Aan een Universiteit krijgen honderden officieren van het gevechtsleger, dat eens bezettingsleger worden zal, les in jurisprudentie, toepassing der krijgswetten, burgerlijke administratie enz. Uit het bericht viel op te maken, dat hier ook aan een tijdelijke bezetting der nu door Moffrika overweldige landen gedacht was.

Dit probleem nu verdient degelijke overdenking. Wij kunnen slechts voor onszelf spreken; maar dan kunnen we meteen zeggen, dat wij al heel gauw in staat zullen zijn, onze eigen boontjes te doppen. Na het eerste vreugdefeest, waaraan iedereen mee mag doen die zijn eigen drank meebrengt, lijkt het wenselijk, dat onze wapenbroeders de “ bottle party ” zo spoedig

mogelijk op vijandelijk terrein gaan voortzetten; de dan optredende wettige regering zal in dien tussentijd heus wel in staat geweest zijn, een paar lichtingen op te roepen. Het enige, wat de kleinere volkeren zullen vragen, is een deel van de door Moffrika bij het opschorten der vijandelijkheden ingeleverde wapenen.

Aan de andere kant lijkt het niet wenselijk, dat althans Britten en Amerikanen bij voortduring het bezettingsleger is Moffrika blijven vormen. Ze lopen nl. gevaar veel te zachtzinnig te worden, eenvoudig omdat ze geen onderdrukking en vertrapping hebben meegemaakt. Churchill schreef reeds in zijn boek “ World Crisis ”, dat de blokkade van Duitsland gedeeltelijk gebroken werd door de Britse soldaten in het Rijnland, die een deel van hun rantsoenen aan de Moffen van toen weggaven. Wij dringen niet op uithongering na wapenstilstand uit integendeel; maar wel op een bezettingsleger, dat weet, welk Moffenvlees het in de bezettingskuip heeft. Een Brits officier beschreef onlangs in het weekblad Spectator zijn ervaringen in het Rijnland tijdens de vorige bezetting. Het eind van het liedje was, dat de krijgsman op Kerstavond in de familiekring "Stille Nacht, Heilige Nacht ” zat te zingen, samen met de Moffen.

Indien zoiets zich herhaalde, dan zou dit een vergrijp zijn tegen de nagedachtenis honderden en duizenden martelaren, der tienduizenden saboteurs, die hun leven geven voor de vrijheid; het zou een klap zijn in het gezicht der Tsjechen, die Lidice betreuren; het zou als een vloek klinken over de kale vlakte, waar eens het hart van Rotterdam stond., En helaas—onmogelijk is het niet. Reeds staat vast, dat tussen wapenstilstand en vrede ditmaal geruimen tijd zal verlopen; het kunnen zelfs jaren en jaren zijn. In dien tussentijd gaan de Walkyres van de Lustwaffe, zedig omgetoverd in brave. Gretchens, opnieuw op het oorlogspad, terwijl de beroemde Duitsche Gemuetlichkeit natuurlijk op de bekend grondige wijze gemobiliseerd zal worden tegen de altijd humane en daarom argeloze Angelsaksen, die in hun hart op den duur misschien wel een beetje medelijden zullen krijgen met die stakkerds, die het zo lang onder Hitler hebben moeten uithouden; en dat nog wel in halfverwoeste steden.

Er is maar één wijze, om dit gevaar der al te snelle verbroedering af te weren. Nadat het Brits-Amerikaanse bezettingsleger Duitsland vleugellam geslagen en de chaos voorkomen heeft, moet het langzamerhand zoveel mogelijk vervangen worden door Tsjechen, Noren, Nederlanders, Belgen, Fransen, Yougoslaven en Grieken, die allen door de ondervinding wijs geworden zijn. Natuurlijk krijgen zij opdracht zich keurig, zij het zeer koeltjes te gedragen; alleen wanneer de Moffen balsturig worden, kunnen er bij wijze van straf bepaalde “ S.S.-dagen ” op touw gezet worden, waarin deze bezetters dan zullen proberen een zwakke imitatie te leveren van de manier, waarop de Moffen dit nu opknappen tegenover weerlozen.

Men vergete het niet: de Moffen verstaan slechts één taal; de taal van de harde vuist! A. DEN Doolaard.