is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrij Nederland; je maintiendrai-onafhankelijk weekblad voor alle Nederlanders, jrg 3, 1942, no 9, 26-09-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DOOR HUN 06EN

I

PENS, JAREN GELEDEN, wist Sir Samuel Hoare zich onpopulair te maken bij vele West-Europese journalisten, door, enkele minuten voordat de avondbladen ter perse gingen, bij het schaatsenrijden zijn neus te breken. Welk toendertijd wereldschokkend nieuwtje dus technisch hoogst ongelegen kwam. Sommigen nemen hem zijn zwichten voor Laval, belichaamd in het tegenhouden der oHesanctie tegen Mussolini, en het verdrag Laval-Hoare nog meer kwalijk. Sinsdien is een deel van de wereldpers altijd onvriendelijk voor hem gebleven. Het is heden minder dan ooit een tijd om na te zanikken over voor-oorlogse vergissingen; en indien Sir Samuel Hoare er begaan heeft, dan hij heeft hij ze dubbel en dwars goedgemaakt door de rede, die hij op 18 September, in zijn kieskring hield en waarin hij, om ons allen hier wakker te schudden, scherp uiteenzette, hoe men op het vasteland de geallieerde oorlogsinspanning ziet. Als Brits gezant in Madrid had Sir Samuel Hoare gelegenheid om met vele vluchtelingen te spreken, die onder het juk der tyrannen waren uitgeslipt; en wat hij ons brengt is hun boodschap, die saamgevat kan worden in de volgende slagzinnen uit Hoare’s rede: “ Het is niet genoeg om te winnen; deze overwinning moet snel komen! Gij, verbonden volkeren van het westen, die U voorbereidt en nog eens voorbereidt, in steeds groter technische perfectie zelfingenomenheid over het aanvalswapen, dat gij steeds aan het verbeteren zijt, het scherpe randje van Uw aanvalslust niet botgemaakt? Beseft gij wel voldoende, dat de gemartelde volkeren op U wachten, in brandend ongeduld? Beseft gij wel, dat gij aan moet vallen, voordat de Europese beschaving hopeloos geschonden is? Zeker, wij hebben in Roosevelt, Stalin en Churchill drie grote aanvoerders. Maar velen in Europa twijfelen nog steeds aan de doeltreffendheid van een coalitie tegen een eenhoofdig Duits opperbevel, dat bovendien over de inwendige en dus kortste verbindingslijnen beschikt. De les der historie is deze; alle coalities lopen gevaar te lijden aan versnippering van krachten. Ik herhaal de kreet van het lijdende Europa: Spoed! Spoed! Spoed! Bal alle krachten samen! ” Dit enkel wat de oorlog betreft. Naar aanleiding van dé na-oorlogse periode zet Hoare uiteen, door welk een grote vrees voor chaos en anarchie velen in Europa beheerst worden; dit schrijft hij toe aan het nog altijd te theoretisch en schematisch karakter der “Vier Vrijheden,” van het “ Atlantisch Handvest ” en van de toelichtende redevoeringen der politieke kopstukken.

Sir Samuel Hoare, wien niemand nu zeker meer ouderwetsheid verwijten mag, heeft in Madrid zijn oren en ogen wijd opengezet; en de boodschap, die hij ons op diplomatieke wijze namens het gemartelde Europa overbrengt, luidt in eenvoudiger taal als volgt: “Atlantic Charter, heel mooi! maar zolang je dag in dag uit honger lijdt, kan je het moeilijk voor iets anders dan een luchtkasteel houden. Verbond van

de drie grootste strijdbare volkeren der aarde: Amerika, Groot-Brittanje en zijn Dominions en Rusland, heel mooi!—waar wat hebben wij daaraan, als de Engelsten en Amerikanen achter het Kanaal blijven koekeloeren, terwijl Stalingrad in brand staat?

Schieten jullie nu liever eens op! Wanneer komt dat beloofde Tweede Pront? Of willen jullie wachten, tot hele volkeren kapotgetyranniseerd zijn?”

Het is dringende plicht, te onderzoeken, waarom deze vragen zo scherp zijn. Het is even dringende plicht, te onderzoeken, of wij er een bevredigend antwoord op kunnen geven, natuurlijk bij voorkeur met daden, en zo dit niet mogelijk is, dan met overtuigende woorden. En om deze antwoorden te kunnen geven, moeten wij eerst een alleruiterste poging doen, om alle eigengereidheid af te leggen en ons diep in te denken in de geestestoestand van hen, die daarginds op de bevrijding wachten.

Het brandend ongeduld der onderdrukten, om zo snel mogelijk bevrijd te worden van de tyrannie, spreekt vanzelf. En even begrijpelijk is het, dat het onstuimig verlangen naar bevrijding velen op het vasteland onrechtvaardig maakt. Elke dag onder het juk weegt zwaar als een maand. Verzwakt door honger, verbitterd door smart en verblind door haat zien velen daarginds de oorlogsgebeurtenissen niet meer in het juiste perspectief, vooral chronologisch. Zij zijn maar al te geneigd te vergeten, dat het nog maar amper twee jaar geleden is, dat de Moffen voor de eerste keer iets verloren: de Eattle of Britain. Daarop iS voor de geallieerden een voortdurende reeks nederlagen gevolgd: Griekenland, Kreta, Pearl Harbour, Hongkong, Singapore, Birma, Java, plus het per slot van rekening w'einig bemoedigende stuivertje-wisselen in de Noord-Afrikaanse woestijn, eindigend met de nederlaag van Tobruk en de tegenwoordige status-quo. De enige lichtpunten zijn de slagen bij Midway, in de Koraal Zee en, het kleine, maar stevige succes in de Salomons-eilanden. De verschrikkelijke Russische veldtocht kent tot nu toe slechts twee waarachtige lichtpunten: de nederlaag der Moffen voor Moskou, en het behoud van Voronesj. De lichtpunten in het Westen worden gevormd door de brandende Duitse steden, de successen in de Battle of the Atlantic (waarvan moeilijk een duidelijk beeld te geven is), door het voortdurend verzet in Europa, die evenwel met bloed wordt gekocht door de verdrukten zelf ... en ten slotte beloften en toezeggingen.

Laten wij nu eens zien, welke indruk dit alles gemaakt moet hebben op mensen, die daarginds, binnen de Moffenvesting Europa, volk na volk steeds dieper zien wegzakken in gebrek en slavernij. Wanneer wij daar over nadenken, dan moeten wij uitgaan van hun gezichtshoek, welke aanzienlijk verschilt van de onze. Wij, die in de vidjheid zijn, kunnen met behulp van veel lectuur, en veel onpartijdige toelichting in wecken maandbladen op dm duur al deze oorlogs-

daden naar hun juiste betekenis schatten. Juist de vrijheid waarin wij leven, stelt ons in staat tot koel verstandelijk oordelen.

Zij daarginds kunnen dat niet. Ziedaar het grote, lang niet genoeg besefte verschil. Alle feitelijkheden worden bij de mensen in de bezette gebieden niet geprojecteerd tegen een koel-verstandelijke, maar tegen een fel-emotioneel gekleurde achtergrond. Wat men krijgt, is als het ware een. projectie van lichtbeelden tegen een scherm, dat niet strak hangt, zoals dat bij ons het geval is, maar tegen een scherm, dat golft op de wind van heftige gemoedsbewegingen. Het beeld van den oorlog, dat de mens in het bezette gebied zich maakt, is ten eerste onvollediger en schematischer dan het onze, omdat het voor het overgrote deel opgebouwd moet worden uit snel vervliegende en zo licht misverstane woorden, bovendien dikwijls door storingen zwaar verminkt. Dan wordt dit beeld sterk gekleurd door de beide primitieve emoties: hoop en vrees. Velen, die niet in staat geweest zijn te luisteren, hebben hun inlichtingen van “ horen zeggen ”; en het optimisme maakt een kalm .bericht al gauw tot 'een gloeiende legende. Ook wordt het beeld minder duidelijk, omdat de vijand er het zijne doorheen projecteert. Wat wij dus als eindbeeld te zien krijgen, is het resultaat van een verminkingsproces; en in deze onopzettelijke, maar onvermijdelijke verminking Wordt de hoofdrol gespeeld door de gemoedsbewegingen. .Hoe benarder de tijden zijn, des te meer wordt elke oorlogsgebeurtenis vanuit het bezette gebied bekeken door gekleurde glazen. Sommigen zijn onverbeterlijke optimisten; anderen weer zijn door aanvankelijk te hoog gespannen verwachtingen uiterst sceptisch geworden; en wanneer een keer een klein onderdeel der berichtgeving niet klopt met feiten, die zij toevallig waar hebben kunnen nemen, dan zijn zij geneigd het kind mfet het badwater weg te werpen.

Deze emotionele, eerder dan verstandelijke reactie nu is door velen hier in vrijheid niet voldoende begrepen. Het beeld van den oorlog, zoals het van hier uit gegeven wordt, vervalt feitelijk in twee delen: in berichtgeving en aanmoediging. Dikwijls heeft men deze beide elementen door elkaar gehaald, zonder er bij te denken, dat men met mensen te maken heeft, die eensdeels sceptici, maar voornamelijk kinderen zijn. Kinderen, niet naar leeftijd, maar naar den geest. Grote, volwassen mensen hebben zich met kinderlijk geloof vastgeklampt aan beloften, die hun gedaan werden. Een onverwachte wending in de oorlogsgebeurtenissen heeft somtijds een vervulling van deze beloften onmogelijk gemaakt. Het resultaat is een verlies van vertrouwen geweest.

Het gevolg van een en ander zijn de angstkreten, welke Sir Samuel Hoare on» thans overbrengt. Het is onze dringende plicht, na te gaan, waar de fout ligt, juist om een dreigende herhaling van dergelijke fouten te voorkomen. Wij hopen dit volgende week te doen.

A, Den Doolaard.