is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrij Nederland; je maintiendrai-onafhankelijk weekblad voor alle Nederlanders, jrg 4, 1943, no 14, 30-10-1943

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEGIST BESTEK

RUBRIEK VAN ENGELANDVAARDERS

Onderling begrip versterken

Het lange debat, dat er in de kolommen van Vrij Nederland gewoed heeft over Wezen, doel en betekenis van het Engelandvaarderschap is zowel nodig als nuttig geweest. Nu weten we tenminste allemaal, dat een Engelandvaarder (ster) iemand is, die op een wijze, welke persoonlijk gevaar voor hem (haar) meebracht, het bezette gebied in Nederland op illegale wijze heeft verlaten nadat de bezetting door den vijand was voltooid. De kenmerken van het Engelandvaarderschap zijn dus voldoende scherp omschreven; met de strekking van het Engelandvaarderschap is dit echter niet het geval. Ik gevoel des te meer vrijheid over dit, betrekkelijk verwaarloosed aspect, iets te zeggen, waar ik zelf geen Engelandvaarder ben, maar wel steeds een lans gebroken heb voor een ontvangst der Engelandvaarders, die zowel van begrip als meeleven getuigt. In dit opzicht is er veel verbeterd; maar er valt nog altijd veel te doen om onderling begrip te versterken. In deze kleine kolonie moeten Engelanden niet-Engelandvaarders elkaar trachten te verrijken. Met onderlinge kritiek om der wille van de kritiek komt niemand een spat verder. Elke poging, om een scheiding te bevorderen tussen Engelandvaarders en de overige vaderlanders is niet alleen misdadig, maar ook lichtelijk belachelijk. Misdadig, omdat er geen mortel gemist kan worden in den muur der vastbeslotenheid tot kard en gezamenlijk werken Voor de bevrijding; hier niet, in het Vaderland niet. Belachelijk omdat allen hier, Engelandvaarders en zij die dit niet Mjn, na terugkeer in het vaderland geacht worden rekenschap te moeten leggen van hun daden. Elke vleug van gekrakeel hier te Londen zal dan ®an pijnlijke indruk maken op de achtergeblevenen, die ook tegenover eiken Engelandvaarder het machtig argument hebben, dat de allergrootste nood pas na hun vertrek uit het Vaderland begon.

Men vergete ook niet, dat Londense discussie’s, het betreffend, een min otf meer acade-

misch karakter dragen. Voor het overgrote deel der Engelandvaarders immers is Londen slechts een doorgangshuis naar plaatsen en streken, van waaruit zij aan gezellige discussie’s niet meer kunnen deelnemen. De stamgast van “ Oranjehaven ” zij er zich dus van bewust, dat ook hij ten opzichte van de meerderheid der Engelandvaarders in een bevoorrechte en verantwoordelijke positie verkeert.

Hiermee wordt niet bedoeld, dat ik het Engelandvaarderlijk recht op gezonde kritiek zou willen inkorten. Integendeel. De kritiek moet echter nog opbouwender vormen aannemen. Het Engelandvaarderschap is namelijk geen toestand; neen, het is een roeping.

Met scherden op stomme ambtenaren, die geen of weinig begrip vertonen voor de nieuwe, hun onbekende geest, waarmee de Engelandvaarders zijn bezield, is niemand meer gediend, allerminst wanneer dit geschiedt in feuilletonistische of novellistische vorm. Dergelijke kritiek heeft alleen zin, wanneer zij tevens voorstellen tot verbetering van misstanden bevat. Elke Engelandvaarder, die plotseling als een steen in de stille vijver der Londense gemeenschap wordt geplempt, wanneer de montagnerusse van zijn grootste levensavontuur ineens met een ruk tot stilstand komt, zal een gevoel van verbijstering ondergaan. Het is de plicht van alle niet- Engelandvaarders, deze verbijstering te begrijpen, voorzover hun rustig en soms slaperig gemoed hiertoe in staat is; het is de plicht der Engelandvaarders, te trachten na de eerste, dikwijls schrijnende periode van aanpassing, het zuurdesem te worden hunner nieuwe omgeving. Er groeit in Nederland, lang niet overal, maar daarom in sommige kringen des te heftiger en schoner, iets nieuws, op oude bodem; bet is der Engelandvaarders roeping dit nieuwe uit te dragen in het land van hun en ons tijdelijk uitwijkelingschap; het is de verplichting der niet Engelandvaarders, er zich ontvankelijk voor te tonen.

Veel, zo niet alles, hangt voor de Engelandvaarders af van de eerste dagen hier. De indruk, die zij dan krijgen, is dikwijls beslissend, vooral voor jongeren. Jongeren immers, en speciaal zij.

die niet politiek zijn geschoold, kunnen moeilijk begrijpen, dat zij hier in een maatschappij terechtkomen, die niet anders vertonen kan dan sommige kenmerken van het Nederland van 9 Mei 1940. Er zijn hier nog altijd taaie residuen van de geestesgesteldheid van die periode. Men kan de mensen, die deze voor Engelandvaarders

onbegrijpelijke kenmerken vertonen, niet verwijten, dat zij die bezitten; men kan het hun wel verwijten, indien zij geen moeite hebben gedaan deze geesteshouding te wijzigen tot die van een zo strijdbaar mogelijk Nederlanderschap. Men vergete niet, dat ieder, ook de Engelandvaarder, geneigd is er een idee fixe van Nederland op na te houden, overeenkomend met het beeld, dat hij aanschouwde op de dag van zijn eigen vertrek. Daarom moeten ook achtereenvolgende generaties van Engelandvaarders trachten elkaar op te voeden. En nog altijd zien wij uit naar een instrument, dat veel misverstand, leed en wanbegrip voorkomen kan: een klein comité van ontvangst, dat zo spoedig mogelijk na hun aan komst met de Engelandvaarders optrekt; dat geestelijk als stootkussen dient tijdens de eerste dagen, die voor gevoelige naturen altijd pijnlijk moeten blijven, zelfs al was er geen ambtelijke molen; zelfs al werden alle administratieve beslommeringen hun uit de hand genomen; zelfs al werden al hun boodschappen op tijd verstuurd!

A DEN Doolaard.

* Zijn wij gereed?

T ANGZAAM maar zeker bereiden de geallieerden zich voor om Duitschland den genadeslag toe te brengen. En zoo nadert ook het heuglijk oogenblik waarop wij naar Nederland zullen terugkeeren. Het is nu de tijd om ons te bezinnen of wij gereed zijn om terug te gaan. Hiermede bedoel ik niet of alle maatregelen voor den. terugkeer zijn voorbereid en uitgevoerd, want als dat nu nog niet zoo was, zou het zeker wel heel droevig zijn!

Ik bedoel, zijn wij moreel gereed onze landgenooten aan den overkant te ontmoeten? Hebben wij getracht onszelf te verplaatsen in hun positie, kunnen wij hun mentaliteit begrijpen en ons daaraan aanpassen? Want niemand zal

kunnen ontkennen dat tusschen hen, die nu al jaren onderdrukt zijn en ons, die in volkomen vrijheid geleefd hebben, een groot verschil in mentaliteit is ontstaan en iedereen zal moeten begrijpen, dat wij het zijn die ons zullen moeten aanpassen..

Een tweede punt is: kan ieder voor zich ons volk met opgeheven hoofd tegemoet treden en zeggen: Wat jullie hebt gepresteerd, kunnen wij niet evenaren., maar ik heb gedaan voor jullie wat ik kon en net zooals jullie, met volkomen uitschakeling van eigenbelang.

Een ieder die dat kan zeggen en ook verantwoorden, kan de toekomst met een gerust geweten tegemoet zien.. Zoo niet . . . dan zal het Nederlandsche Volk wel beslissen! Lupus.

Berichten van Oranje Haven

Zooals reeds de vorige week is medegedeeld, komt de Minister van Binnenlandsche Zaken de Heer H. van Boeijen op Vrijdag 29 October naar Oranje Haven.

naven. Op Vrijdag 5 November verwachten wij de Heer Hudig van de Ned. Scheepvaart en Handelscommiseie, die ons wat komt vertellen van zijn ervaringen in Japan. Het bezoek van de Rotterdammer en eenige andere medewerkers van Radio Oranje was een groot succes. Het was voor de Engelandvaarders interessant de uiteenzetting van de “ Rotterdammer ” te hooren over de taak en wijze van werken van Radio Oranje en het was zeker niet minder interessant voor de Radiomensdhen om de meeningen te hooren van hen, die jaren lang in het bezette Gebied naar Radio Oranje hebben geluisterd.

Tot laat in den avond werd er van gedachten gewisseld—soms scherpe critiek uitgeoefend en niet minder vaak getuigd van de waardeering voor het werk van Radio Oranje. Dat zulk een avond voor beide partijen van groot nut is geweest, staat wel vast en dat er verder een enger contact is gelegd tusschen Radio Oranje en Oranje Haven is zeker.

Engelandvaarders, die de noodzakelijke procedure hebben doorloopen, welke ieder moet ondergaan, die het Vereenigde Koninkrijk binnenkomt, worden verzocht zich, na hun vrijlating, naar Oranje Haven te begeven.

Er is, in samenwerking met de Regeering, een regeling tot stand gebracht, welke voor iedere nieuw aangekomene van groot gemak en nut kan zijn. Over deze regeling zullen wij zeer spoedig uitvoerige mededeelingen publiceeren.

Laat dus iedere Engelandvaarder, die in Engeland aankomt Oranje Have® bezoeken, voordat hij de diverse instanties af gaat loopen. De politie heeft voorgeschreven, dat de buitendeur van het flatgebouw, waarin Oranje Haven is gelegen, na de “ blackout ” gesloten moet zijn.

uuD jiiücb aiju. Rechts van de deur is een bel en iedere bezoeker wordt verzocht daarvan gebruik te maken. . . . En bij verlaten van Oranje Haven gelieve men die deur weer te sluiten.

Vergeet niet , . . dat de politie hier gehoorzaamd moet worden. Het went gauw . . . hoor.