is toegevoegd aan uw favorieten.

Zwemkroniek; orgaan van den Nederlandschen Zwembond en daarbij aangesloten Vereenigingen, jrg 19, 1941-1942, no 40, 12-02-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N.B.R.D. en één zwembonder eveneens om ook hier een goede samenwerking te verkrijgen. Afzonderlijk is echter geregeld, dat de leden van de Hoofdcommissie Zwemmend redden gekozen worden uitsluitend door de aangesloten brigades, dus stemmen de zwemvereenigingen hieraan niet mee. Tevens is vastgelegd dat de baten en lasten voor zwemmend redden afzonderlijk worden gehouden en geadministreerd, zoodat niet kan worden gezegd, dat de gelden van het Zwemmend Redden de zwemsport ten goede komen, dit is uitgesloten. Het technische werk van den N.B.R.D. blijftin den nieuwen Bond vrijwel onveranderd, de oude commissies zijn geheel overgenomen. Ook het technische werk van den Zwembond blijft onveranderd, behalve dat ook hier het systeem van zichzelf begrijpen wordt toegepast. Inden Zwembond kenden wijde ~afdeelingen en kringen", inden N.B.R.D. de ~districten". Hiervan zijnde afdeelingen zoowel als de districten in hun ouden vorm afgeschaft. De kringen zijn blijven bestaan en iedere aangesloten vereeniging, zoowel de zwemclub als de brigade dus, is bij zijn kring ingedeeld. Deze kring doet het organisatorische werk, wat in het reglement is vastgelegd, en de brigades moeten ook in het kringbestuur vertegenwoordigd zijn. De kringbesturen bemoeien zich echter niet met het technische werk van het Zwemmend Redden, dit blijft bij de Hoofdcommissie Zwemmend Redden. Het kan echter noodig zijn voor het voorbereiden vaneen Bondsvergadering meerdere kringen te laten samenkomen, waarvoor dan een district gevormd wordt door het Bondsbestuur (b.v. inde provincie Noord-Holland, met de kringen Amsterdam, Haarlem, Het Gooi, N,-Holland ben. het Y, Noordelijk Noord-Holland, en de provincie Zuid-Holland met de kringen den Haag, Gouda, Rotterdam). Zij dienen echter alleen voor het houden dezer vergadering en hebben geen verdere taak. Inde financiën is een groote verandering gekomen. Inden Zwembond betaalde men veertig cents per lid per jaar, alsmede voor donateurs en adspiranten, terwijl inden N.B.R.D. alleen voor de werkende leden betaald werd en dan twintig cents met uitzonderingen naar beneden. Dit kon natuurlijk niet zoo blijven en moest hierin eenheid worden gebracht. Dit is gevonden door de bijdrage vast te stellen op twintig cents voor alle leden en donateurs. De brigades betalen in het algemeen wel iets meer dan vroeger doch dit was, om de bcndshuishouding goed te kunnen doen verloopen, ook noodzakelijk. Gebrek aan geld beteekent stopzetten van ons werk, waarmede niemand gebaat zou zijn. De zwemvereenigingen zijn evenmin goedkooper uit, daar weliswaar de contributie in vele gevallen lager wordt, doch alle leden, die aan wedstrijdsport deelnemen in het bezit moeten zijn van een startvergunning, terwijl ook voor alle te organiseeren zwemwedstrijden resp. polo-competities een bepaald bedrag moet worden betaald. Zooals in ons reglement aangegeven, kost een startvergunning voor nationale wedstrijden enz. een gulden per persoon per kalenderjaar, terwijl de kringstartvergunningen vijftig cents per persoon en per jaar kosten. Het komt dus hierop neer, dat zij die van het werk inde sport profiteeren, ook daarvoor hun deel moeten bijdragen en bedoelde bedragen zoo zijn gesteld, dat het sportzwemmen zich zelf bedruipen kan. Bovendien heeft dit het voordeel dat wanneer een lid vaneen aangesloten brigade aan zwem- of waterpolowedstrijden wil deelnemen voor hem ook slechts een startvergunning behoeft te worden aangevraagd, zooals voor ieder aan N.Z.R.8.-lid, zonder dat hiervoor zijn vereeniging (brigade) in hoogere contributie vervalt. Bovendien is er een regeling gemaakt, waardoor een brigadelid, dat tot nu toe voor een zwemclub uitkwam in sportzwemmen en voor een brigade in zwemmend redden, geen speciale keus behoeft te maken, doch dit op dezelfde wijze kan voortzetten, zoodat óok hier alles wat tot moeilijkheden kan leiden, onder de oogen is gezien met de bedoeling benadeeling van belangen eener zwemclub of brigade te voorkomen. Een zeer moeilijk punt is de contributie der kringen. Deze hieven inden Zwembond een contributie van tien tot dertig cents per lid. Natuurlijk zou dit voor sommige brigades te hoog zijn, terwijl zij dan ook betalen voor dingen waarvoor zij in het geheel geen interesse hebben. De werkzaamheden der kringen zijn echter zoo verschillend, dat geen algemeen voorschrift is te geven. De kringcontributie is echter afhankelijk van de goedkeuring van het bondsbestuur en het bondsbestuur heeft daarom bij voorbaat door den penningmeester overleg doen plegen met alle kringbesturen om het dien kant uitte leiden dat nergens een hoogere kringcontributie dan vijf cents geheven zal worden, terwijl eveneens de kosten voor wedstrijden, enz. op andere wijze moeten worden betaald. Met verschillende kringen is deze zaak al geregeld en men behoeft er niet aan te twijfelen dat ook andere moeilijkheden uit den weg zullen worden geruimd. Bij de geheele fusie heeft voorop gestaan dat een basis geschapen dient te worden, waarop voor de toekomst verder kan worden gebouwd. Het heeft geen zin een fusie aan te gaan, die later weer op een afscheiding zou kunnen uitloopen. Deze basis kan alleen

De Zwemkroniek

worden gevonden,- wanneer aan weerszijden volledig vertrouwen is en dit vertrouwen kan alleen worden gewekt, wanneer in het reglement ieders rechten worden gerespecteerd. De moeilijkheid was alleen dat op 1 Januari de zaak moest werken, terwijl pas in April een Algemeene Vergadering kan worden gehouden, terwijl om verschillende redenen het niet mogelijk bleek dat de oude bonden afzonderlijke vergaderingen hielden. De oplossing is gevonden door in December een gecombineerde bestuursvergadering te houden van de volledige besturen der beide oude bonden, waarin die feitelijk een contract aangingen, dat door alle bestuursleden geteekend werd en waarin werd vastgelegd, dat zij hunne bonden deden overgaan inden nieuwen Nederlandschen Zwem- en Reddingshond, welke een voortzetting is der beide oude bonden en welke alle rechten en verplichtingen der oude bonden overneemt en als Huish. Reglement aanneemt het N.Z.R.B. reglement. Aan alle brigades en zwemclubs is gelegenheid gegeven op dit reglement amendementen in te dienen, welke op de Algemeene Vergadering in April behandeld worden. Tot deze vergadering geldt dus het Reglement zooals het is vastgesteld door de besturen en daarna zooals het door de Alg. Vergadering wordt vastgesteld. Dit houdt in dat, met een paar formeele wijzigingen het Wedstrijd- en Kampioenschapsreglement, Waterpoloreglement, Springreglement, Handleiding enz., in werking blijven, terwijl alle eereleden, leden van verdiensten enz., in dezelfde kwalitéit inden nieuwen bond overgaan. In het algemeen mogen wij zeggen, dat slechts on zeer ondergeschikte punten amendementen zijn ingediend. Vrijwel alle vragen konden tot tevredenheid van de vragers worden beantwoord. Het lijdt geen twijfel of de overgroote meerderheid der bonden zal zich met de resultaten kunnen vereenigen. De mogelijkheden tot bereiking van het gezamenlijk ideaal; „leder Nederlander Zwemmer" zijn door de fusie vergroot. Het staat thans aan de leden deze mogelijkheden uitte buiten. HET BESTUUR N.Z R.B. Het jaarverslag van den Kring Noord-Brabant. Konden wij ons eenige weken geleden, na het lezen van het jaarverslag van den Kring Utrecht, niet weerhouden, eenige woorden van waardeering te uiten voor hetgeen in dezen Kring in het afgeloopen jaar was verricht, anders is het met hetgeen door den Kring Noord-Brabant is gepresteerd. A! moge het dan zijn, dat de heeren zelf nogal tevreden zijn met hun werk, bezien in het kader van het groote bondswerk, het brengen van het zwemmen onder de massa, is de Kring Noord-Brabant, sedert het tijdstip van zijn oprichting, nu ruim tien jaar geleden, maar weinig vooruitgegaan. Een totaal aantal leden van 590 in Nederlands grootste provincie, is nu niet bepaald een getal om over te jubelen. En het zijn en blijven altijd dezelfde namen van vereenigingen, er komen geen nieuwe bij. Er zijn toch nog meer plaatsen in Brabant dan Breda, Eindhoven Den Bosch, Bergen op Zoom en Oisterwijk. Er ligt nog zoo’n geweldig terrein braak, dat bewerkt kan en moet worden, doch het lijkt er op alsof men in Brabant is ingeslapen en allang tevreden is met het feit, dat men over en weer een partijtje waterpolo kan spelen en ééns een wedstrijd organiseert, waar men elkander ontmoet. Zeker, de afstanden zijn groot en de verkeersmoeilijkheden vele, doch deze omstandigheden moesten een aansporing zijn om in andere plaatsen te gaan propageeren en te trachten daar vereenigingen op te richten, zoodat men voor onderling contact en wedstrijden niet steeds lange reizen behoeft te maken. Ju'st ineen jongen Kring als Brabant zijnde uitbreidingsmogelijkheden zooveel grooter, dan ineen gebied, waar de zwemsport sedert tientallen van jaren in bondsverband wordt beoefend en onze zuidelijke landgenooten zijn juist spoedig te vinden voor iets nieuws, a! is het dan ook, dat hun enthousiasme ook weer spoedig dooft als een stroovuur, indien het niet aan den gang wordt gehouden Wij hopen dan ook, dat het bestuur van den Kring onze woorden zal ter harte nemen en zich dezen zomer eens met veel ijver zal gaan toeleggen op de propaganda van de zwemsport in die plaatsen, waar nog geen zwemvereeniging is gevestigd. Over de behaalde resultaten op wedstrijdgebied in het kort het volgende: De Wintercompetitie. Deze werd gespeeld inden vorm van enkele polodagen. De beslissingswedstrijd tusschen Baronie en Aegir, welke beiden een gelijk aantal punten behaalden, werd tot tweemaal toe uitgesteld en ten slotte .afgelast. Dooreen beter doelgemiddelde legden de Bredanaars beslag op den titel. De Zomercompetitie. Hieraan namen 20 zeventallen deel, t.w. 16 heeren- en 4 damesploegen. Door de slechte weersom-

224