is toegevoegd aan je favorieten.

Zwemkroniek; officieel orgaan van de Koninklijke Nederlandse Zwembond, jrg 24, 1947, no 39, 02-10-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor onze begrippen slechte armslag? Waarom Dehaalt de Engelse Gibson zulke goede resultaten, zowel op de borst- als op de rugslag, ondanks haar hakkerig slagje. Zullen wij er van moeten gaan afzien om bij de zwemmers een perfecte stijl aan te kweken en zullen wij moeten gaan volstaan met het wegnemen van de te veel belemmerende fouten en verder de natuur maar haar loop laten. Dit zou betekenen, nat zwemmers (sters) met een redelijke aanleg geen kans meer hebben om door het aanwenden van een perfecte stijl tot de allerbesten te gaan behoreU en dat die allerbesten uitsluitend zullen gaan Voortkomen uit hen, die toevallig een uitzonderlijke aanleg (lichaamsbouw, s.g.) hebben, dan wel kracht, 'Welke factoren bij cultivering beslissend zouden Worden voor het al of niet bereiken van topprestaties. Waarschijnlijk zullen eerst de O.S. hierop een naoer bescheid geven. Vooralsnog zijn er nog verschillende onder de groten, die een prachtige stijl heb?en en dan noemen wij Karin Harup en Nel van Vliet. Trouwens de Denen zwemmen in het algemeen een goede stijl evenals de'Zweden dat doen ®h ook onze eigen mensen. Europese kampioenschappen hebben ook weer evestigd en hoe gemakkelijk vergeten wij dit at lang niet iedere goede zwemmer zich zelf kan lijven in deze bijzondere sfeer en dat er maar einigen zijn, die juist in die sfeer tot grotere Prestaties in staat zijn. De emotionelen zullen in het gehandicapt zijn, omdat de talrijke nieuwe en bijzondere indrukken, die zij opdoen, hen hilen afleiden van dit éne, waarvoor zij gekomen

Het Schoonspringen te Monte Carlo (Geen voor-oorlogse qualiteit)

Se bijzonder hartelijke ontvangst en uitgeleide te feda, de narigheid aan de Belgische grpns, enz., Fnz-> zal de vaardige pen van M. „Planjé” U wel se®chrijven. Ik zal mij beperken tot een korte bechouwing over de prestaties van de springsters en jPringers. b:faS^)rïn^nS*:a^a^es warGn opgesteld in het zwem-2 d de Condamines. Dit bad ligt inde Middellandse slot’ de,tribune aan de landzijde, de overkant afgev ten dooreen smalle, open stijger, waarop plaats j °r de starter, scheidsrechter, secretarissen en jü^an de 7 juryleden, zon inde rug; de overige de eden zaten aan de tribune-zijde, met de brandde zon in het gelaat. Het water van de Middelstii 6 Zee is ideaal; zeer helder, blauw, zout, wegejgjad en aangenaam van temperatuur. De konden mij niet .bekoren; de 3 M. töailk> die iets scheef lag, was opgesteld onder de (j6en, in plaats van er naast. De 3 juryleden op w steiger zaten er te dicht op, wat vooral bij het d; ensPringen funest was, omdat zij de springers, tig met aanloop van de toren gingen, eerst konden 1® als zij de toren verlieten. fckA ik beginnen met het springen van de 3 M. 'Ch Evenals bij ons, waren de dames beter dan t6gaeren- Het springen van de heren is mij bepaald grQ Als je na zoveel jaren weer eens zo’n dehK sPort-evenement op zwemgebied meemaakt, * 3e onwillekeurig terug aan de O.S. te Am% aam en Berlijn en aan de Eur. Kamp. te Parijs, B a§deburg en Londen. ie de bloem van de schoonspringers bij de ar en het was steeds een lust naar de tot in d®Ze ectie Pitgevoerde sprongen te kijken. Bij Wei ?'Eur- Hamp. ben ik in mijn verwachtingen de 2o®er teleurgesteld. Er was niets nieuws onder sprojip' Zoals U weet, zijn er verleden jaar nieuwe biet hoofdzakelijk gecombineerd Ik Ha+ aahngen om lengte- en breedte-as. Nu was de z.eer benieuwd te weten, welke van l!J®ers zich aan één van die sprongen zou heb er slechts één gezien, n.l. van onze Sevoig^1- Haasmann> met zijn % schroef achterw. der6 *L . or 1% salto voorover. Geen enkele an*®lfs nfr+n^er b*cft zich op dit terrein begeven, Sr-H, tt., de Deense acrobaat Thomas Christian-031111 heeft slecht gesprongen; na zijn ?>hkin„ „ ® rentrée in Veendam, heeft hij een indien gehad, die hij nog niet te boven is geb Jap c?,aar Zal ?eker z«n langdurig verblijf in » kw= ncentratifkampen niet vreemd aan zijn). !?keie v '’ibij dat de zon, die gedurende ons bla, m Monaco 20 weldadig aan een auwe hemel-scheen, slechts gedurende en-

zijn; zo hard mogelijk zwemmen. Dit geldt vooral voor de persoonlijke nummers en minder voor de „team”-nummers, omdat bij laatstgenoemde er steeds een wisselwerking zal zijn tüssen de ploegleden, die de omstandigheden aankunnen en zij die er onder gebukt gaan. Het minst komt deze schijnbaar onverklaarbare achteruitgang in prestaties dan ook voor bij de waterpolo-zeveptallen, hoewel toch het Italiaanse team heeft getoond, dat het in staat was om onder deze bijzondere omstandigheden zich zelf te overtreffen. De Zweden hebben dit niet gekund; zij speelden steeds een voortreffelijke partij, — zoals het de normale gang van zaken is het de ene maal beter lukte dan de andere keer. Daardoor werd dit zevental naar mijn smaak het beste dat aanwezig was geen kampioen. Ook onze mannen bleven zich zelf te veel gelijk. Zij speelden met ijver en enthousiasme, maar dat kleine schepje er op wisten ook zij niet te geven. Mogelijk ligt dit inde landsaard en zullen zij dit nimmer kunnen doen, waaruit dan zou volgen, dat zij nog meer dan zeventallen als het Italiaanse, de techniek en het samenspel zullen moeten perfectionneren. Inde vorige verslagen hebben wij reeds verschillende punten, dit onderwerp betreffende, aangeroerd. Wij zullen het er dus hierbij laten en slechts de hoop uitspreken, dat wijde lessen van Monaco ter harte zullen nemen. Belangrijk is daarbij, dat vast staat, dat slechts een training, die geen opofferingen schuwt, ons bij de voorbereiding voor Londen van nut kan zijn. B. P. \

schuil ging, en dat was uitgerekend tijdens het springen van de heren, zodat Haasmann, niettegenstaande hij na elke sprong door lieftallige handen vakkundig drooggewreven werd, spoedig op de plank stond te rillen. De Fransman Heinkelé was ontegenzeggelijk de beste springer, maar een totaal van 126.71 punten is toch te weinig voor een Eur. Kampioen. De grote Franse favoriet Mulinghausen, wiens sprongen, volgens de Franse pers, iedereen in extase brengen, was matig; hij was echter dooreen schouderblessure gehandicapt. Christiansen, die een goede kans maakte, viel tegen; zijn hele schroef en 1% salto achterwaarts mislukten totaal. Hij eindigde op de vierde plaats met 107.91. Nummer 2 werd de Zweed S. Johansson met 118.58 en No. 3 de Hongaar Hidvegi met 114.50. De laatste zes eindigden onder de 100 punten, waaronder Haasmann op de 13e plaats met 89.91. In Veendam-stijl zou hij tot de 3 besten behoord hebben. Hoeveel fraaier was het springen der dames. De , Franse springster, M. Moreau, was onbetwist de beste met 100.43 punten. Een zeer elegant springstertje, dat eerst enige maanden geleden uit Hanoi is teruggekeerd. Haar stijl is voortreffelijk: bij een ongedwongen aanloop heeft zij een hooge voor- en afsprong; welke sprong zij ook maakt (behalve natuurlijk bij hurkhouding), haar benen blijven goed gesloten, zonder ook maar het minste knikje inde knieën, de voeten tegen elkaar gedrukt met tot het uiterste gespannen en, gestrekte voeten: resultaat bijna spatloos in het water. Zij is 19 jaar oud en zal bij ernstige training in het komende jaar het de Amerikaanse springsters bij de a.s. 01. Sp, wel eens zeer lastig kunnen maken. De overige springsters (met uitzondering van Nicolazzi (Italië) en Maine (België), die bepaald slecht waren), hebben ook zeer verdienstelijk gesprongen, maar er was toch een groot verschil met Moreau, zoals de punten laten zien. % 2. Staudinger (Oostenrijk) 90.67 punten. 3. Aubert-Pinci (Frankrijk) 86.78 punten. 4. Grömer (Oostenrijk) 84.94 punten. 5. Szagot (Hongarije) 82.93 punten. 6. Cobi Floor (Holland) 79.01 punten. Cobi, die kans heeft gezien om behalve de 2 hoger genoemde springsters, ook de beide Zweedse Petersen en Netzel en de Engelse springsters Child en Winterton te kloppen, had wel iets hoger kunnen eindigen, als- zij haar 1% salo naar de plank en haar contra-snoek met halve schroef niet zo slecht had uitgevoerd, maar een veel hogere plaats ver-

dient zij niet, omdat zij nog de élégance mist die wij niet alleen van Moreau, maar ook van vele andere springsters zagen. Haar knieën zijn niet voldoende „doorgedrukt’, zodat zij steeds een klein knikje tonen. Zij zal bij haar training wat meer aandacht moeten besteden aan gymnastiek-oefeningen, niet aan toestellen, maar vrije oefeningen op de grond. Hoe het ook zij, Cobi heeft in Monaco veel geleerd, waarvan zij voor de toekomst veel profijt kan trekken. Gaarne had ik een Leni Keiler eens in dit milieu willen zien opereren, maar ja.... die deviezen ook! ' Het torenspringen was in verhouding tot de 3 M. plank bij de heren veel beter en fraaier. Hier wist de Deen Th. Christiansen te winnen met 105.55, een fraai resultaat. Het torenspringen ligt hem veel beter, dan het tremplin springen; hij was de enige die een feilloze handstand maakte en die minstens 30 seconden bewegingloos hield, gevolgd door doorhurken met contrasalto. Maar ook zijn andere sprongen waren prima, mislukt is er geen. Mij vroeg iemand hoe dit torenspringen nu te vergelijken was met het torenspringen in Amsterdam tijdens de O.S. 1928. Ik heb hierop slechts kunnen antwoorden, dat het springen in Amsterdam toch nog een klasse hoger stond, met een Simaika, Desjardins e.a. Het torenspringen van de dames was ook fraai, vooral van de eerste 4, n.1,: Pélissard (Frankrijk 60.03 punten. Szago (Hongarjje) 59.86 punten. Staudinger (Oostenrijk) 58.02 punten. Child (Engeland) 57.24 punten. Wat is het toch jammer, dat wij het torenspringen niet kunnen beoefenen. Wanneer zouden wij nu eens een model zwembad krijgen met voldoende waterdiepte (5 M.) en een 5 en 10 M. toren? Materiaal (ik bedoel springsters en springers) is er genoeg. , Monaco ligt weer achter de rug. Wij hebben veel gezien en veel geleerd, ook hoe men niet moet organiseren, want dat leren de Fransen nooit. En nu serieus trainen; op naar Londen! Niet als pretje, maar met de overtuiging een opdracht te vervullen, met de rotsvaste wil te overwinnen. Ik mag dit verslag niet eindigen zonder een woord van waardering en dank aan het adres van Mevr. Suttorp v.d. Berg voor haar eminente en rustige leiding gedurende de gehele tocht en niet te vergeten Planjer, voor zijn bijzondere gave als financier, gids, douane-bemiddelaar, tafelredenaar, inkoper van flütes, e.d. G. R. HEMSING. H.V*G.B. inde Hoofdklasse In het jaar 1906 verdween het eerste zevental van H.V.G.B. uit de hoogste afdeling van de Nederlandse waterpolo-competitie en, thans, na 41 jaren van verblijf in lagere regionen, is deze club weer teruggekeerd inde omgeving, waar zij, krachtens historische rechten en plichten, thuisbehoort. Het is eigenlijk jammer, dat zulks moest geschieden in harde strijd met één van die andere oude getrouwen, met de R.Z.C., de club, die met H.V.G.B, behoorde tot de pioniers van ons spel. Hard en zwaar is de strijd zéker geweest, want eerst na drie wedstrijden de eerste twee werden na verlenging gelijk gespeeld werd de beslissing ten gunste van de Haarlemmers bevochten. Wederom was het een wedstrijd met verlenging en juist toen toonden de H.V.G.8.-spelers, dat Zij in staat waren onder moeilijke omstandigheden uit hun slof te schieten, want zo fel werd plotseling hun spel, dat in no time de stand van 4—4 op B—4 gebracht werd. Dat daarna de Haarlemse ploeg afzakte en de kluts kwijtraakte, waardoor R.Z.C. er nog B—68—6 van maken kon, is als reactie op de betoonde inspanning volkomen verklaarbaar. H.V.G.B. had reeds voor de rust bewezen moreel voldoende sterk te staan om tegenslagen te overwinnen, want ondanks een fortuinlijke 3—l voorsprong van de Rotterdammers, bleef de Haarlemse ploeg volhouden alsof er geen vuiltje aan de lucht was. Zoals het met dergelijke wedstrijden veelal het geval is, rees ook hier het spelpeil niet tot grote hoogte en tal van ongebruikelijke slordigheden (vooral bij het plaatsen) toonden de druk, waaronder gespeeld moest worden. Toch waren er verschillende doelpunten, die van uistekend gehalte bleken en wij noemen dan het eerste van H.V.G.8., ontstaan uit goed werk van Rol en Hogeland. Dan één der doelpunten van R.Z.C. voor de rust, toen Rol zijn wegzwemmende tegenstander liet gaan en goed samenspel van de opzwemmende R.Z.C.’ers de bal in het H.V.G.8.-doel deed belanden.