is toegevoegd aan je favorieten.

De ware Jacob, jrg 4, 1904-1905, no 51, 16-09-1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het volle licht.

Ja, waarlijk, liet antwoord van den Minister van Oorlog aan den vader /an den overleden milicien Toering s dan toch gekomen. Het luidt aldus:

Dept. van Oorlog.

llle Afd. No. t5.

De minister van Oorlog, beschikkende op een request van den heer H. Toering, wonende te Utrecht, waarbij deze zich er over beklaagt, dat zijn zoon, nu wijlen de m licien I. Toering, in strijd met het advies van den hem behandelenden burgergeneesheer, vanwege den militair-geneeskundigen dienst naar het militair hospitaal werd overgebracht, toen hij ten huize zijner ouders wegens ziekte van verlof was achtergebleven ; „

brengt ter kennis van den adressant, dat een onderzoek op last van het departement van Oorlog, naar aanleiding van zijn request ingesteld, heeft aangetoond, dat de bepalingen, welke ten aanzien van het in eene militaire ziekeninrichting opnemen van militairen, die wegens ziekte van verlof zijn achtergebleven, bestaan, met betrekking tot zijn zoon op eene meer

oordeelkundige wijze hadden behooren te zijn nageleefd dan thans is geschied, en dat de daarbij betrokken chef vanwege hem, minister, met deze zienswijze wordt in kennis gesteld.

's Gravenhage, 25 Augustus 1905.

De minister van Oorlog voornoemd:

H. P. STAAL.

Ten opzichte van den overleden milicien Toering is onoordeelkundig gehandeld ..., een onderzoek door het departement van Oorlog ingesteld heeft dat aangetoond ...!

Dat is mannentaal, nietwaar?

Ja zeker, dat is mannentaal. Watblief? Dat is overmoedige taal; dat is onbezonnen taal; dat is... ach, dat is een summum van voortvarendheid, van onbekooktheid, van Multatuliachtige begeisterung, dat een kruidenier de schrik om het hart zou kunnen slaan, dat een... och, die zooveel ongelukken teweeg had kunnen brengen ... Ja, we zijn wèl gelukkig te noemen, nu we kunnen zeggen: had „kunnen" brengen..., „kunnen"...! Maar het kon niet, want we waien reeds gewaarschuwd, we waren reeds voorbereid. Het is ons niet onbekookt op het dak komen vallen,, dat ministerieele document. Volstrekt niet. Er was — en wanneer was dat niet bij groote gebeurtenissen — er was een „men", een alles-wetende, eeuwig-de-promotorspelende „men", die op* ons heil bedacht was, die ons voor schrik wou bewaren, en die een voorbode, een voorbereiding op wat er komen zou lanceerde, in den vorm van het volgende berichtje in De Telegraaf:

„Men schrijft ons uit 's-Gravenhage.:

„Op last van den minister van Oorlog wordt omtrent het geval, dat zich te Utrecht heeft voorgedaan met het uit de ouderlijke woning naar het militair hospitaal overbrengen van een zieken milicien, die kort daarna is overleden, door den inspecteur van den geneeskundigen dienst der landmacht een ernstig onderzoek ingesteld.

„Naar verluidt, ligt 't zoowel in de bedoeling van dien inspecteur, als van den nieuwen minister, om op dergelijke gevallen het volle licht te laten schijnen en, zoo noodig, krasse maatregelen te nemen, om herhalingen te voorkomen."

Er is onoordeelkundig gehandeld ! Dat kan „men" nu het volle licht noemen.

„De betrokken chef is met deze zienswijze in kennis gesteld !" Dat kan „men" nu krasse maatregelen noemen.

Afwachtende wat „men" nu verder over de zaak wellicht zal zeggen, heeft Jacob alvast een studie gemaakt van de terminologie welke die des departements van Oorlog schijnt te zijn.

De beste weg hiertoe leek hem de practijk en ziehier kortelijk de ervaringen welke hij op deze wijze in het gewone dagelijksche leven opdeed.

Op zijn auto tufte hij zonder remmen, waarschuwen of andere veiligheidsmaatregelen door Amsterdam's straten. Het gevolg was dat hij behalve ettelijke honden en katten, een zestal kinderen overreed.

Jacob werd daarvoor voor den commissaris van politie gebracht.

— Ge rijdt onverantwoordelijk, zei deze.

— Ik rijd onoordeelkundig, antwoordde Jacob.

Het gevolg was dat hij wegens onvoegzaam gedrag opgesloten werd.

Jacob stond daarna terecht.

— Ge wordt veroordeeld tot zoovéél boete, zóólang celstraf en allerlei aangenaamheden meer, zeide de rechter, „Jacob hebt ge nog iets te zeggen?"

— Ik wensch de straf te krijgen welke de staat in analoge gevallen toedient, zeide Jacob.

— Welke is die dan?

— Ik wensch een afkeurend oordeel te mijner kennis gebracht te zien, voor elk kind één, dus samen zes.

Jacob's straf werd nu wegens gebrek aan eerbied voor de rechterlijke macht met eenige weken verlengd.

Jacob vroeg nu een hernieuwd onderzoek van zijne zaak aan, wat dan ook plaats vond. Dit onderzoek bevestigde, wat Jacob zélf ook wel wist, dat hij gereden had als een gek en gevaarlijk was geweest voor ieder die in zijn nabijheid kwam. En het gevolg was, dat Jacob veroordeeld werd tot het dubbel van wat hij eerst gekregen had.

— Maar hoe kan dat? vroegjacob. Als ik militair was geweest en zes soldaten had doen sterven, had het onderzoek uitgebracht dat ik eenigszins onoordeelkundig had tewerk gegaan, en men had mij daarover berispt. Eh rm krijg ik een zware straf.

— O, zeiden de mannen van het recht toen, dat komt omdat gij met ons hebt te maken en de militair slechts met de publieke opinie, en die is wel met een kluitje in het riet te

De heer Asaki beweert, dat de aanval op de christelijke kerken alleen te wijten is aan de stijfhoofdigheid van de Regeering.

De heer Asaki stelt in het bijzonder den Minister van Binnenlandsche Zaken en het Hoofd der Politie verantwoordelijk, hij meent dat zij behooren af te treden.

De heer Jyi Shimpo beklaagde zich over de vernedering van de afkondiging van de krijgswet; hij eischt het aftreden van het kabinet.

(Uit een telegram van Het Handelsblad).

Dat zijn nog eens kerels, die zoo op hun poot durven spelen! Ja, maar hier gaat ook alweer het spreekwoord op, dat menigeen groot is door de domheid van anderen. Want als een kranten-redacteur geen Duitsch kent en toch vertaalt, dan kan het hem overkomen dat hij niet begrijpt, dat „Dei Asaki" geen „heer" maar een „dagblad" is. — Och, maar als er eens iets werkelijk belangrijks gezegd of gedaan wordt, dan denkt zoo'n krantenfrik in de laatste plaats aan een krant; — dat zal een particulier, een ,>heer" hem wel gelapt hebben, denkt hij dan.

:edej

Klokken luiden Vredesklanken,

Over het beschaafde deel Van de aarde; om te danken Voor het slot van 't moordtafreel; Vredes-engel, met haar palmen En heur duifje, was gevlucht;

Want de giftige oorlogswalmen Hinderden haar te geducht!

Droevig heeft ze rondgezworven En wist den terugweg niet,

En is jammerlijk gestorven Van ontbering en verdriet 1 Teekenaars, wilt er op reek'nen Met het Vredesbeeld voortaan Dus geen Engel meer te teek'nen! Ik beveel het volgend' aan:

Witte Rosen — 't is gebleken,

Worden in de plaats gesteld Dus het nieuwe Vredesteeken Is voortaan .... een ROOSEVELTü

Kikker.