is toegevoegd aan je favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, jrg 12, 1936-1937, no 23, 21-08-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ontmoeting

Hartman was een gewoon mensch. Niet jong, niet oud, niet groot, niet klein. Bijzondere kenteekenen: Geene... stond er in zijn pas. En zooals meer voor komt, zocht hij al lang naar een vrouw die bij hem paste. Hij wou om zijn persoon bemind worden, dat was toch ook niet te veel verlangd. Maar toch bracht deze wensch verschillende moeilijkheden met zich mee, want Hartman verschilde op één punt met zijn medemenschen. Waar hij ook kwam, zag hij altijd eerbiedig gebogen ruggen en lokkende meisjes oogen. Want Hartman was ongeloofelijk rijk!

Om kort te gaan, hij was bang dat men hem om zijn geld zou nemen, dat was de reden dat hij elk meisje dat vriendelijk tegen hem was een beetje achterdochtig aankeek. Dat was ook de reden waarom hij steeds plaatsen placht op te zoeken waar men hem niet kende. Daar hoopte hij eens een meisje tegen te komen dat hij zonder bezwaar tot vrouw zou kunnen nemen omdat ze van hem was gaan houden zonder te weten dat hij millionnair was.

Op zekeren avond, toen hij zich weer erg eenzaam voelde, kleede hij zich zoo armoedig mogelijk, wat dan bestond in het aantrekken van een pak dat vijf jaar oud was en dat hij speciaal voor dergelijke gelegenheden bewaarde. In zijn grooten wagen reed hij naar buiten, en liet den 8-cilinder in een donker zijstraatje staan. Te voet ging hij verder op avon¬

tuur uit.

Het was erg warm geweest, en de menschen in de achterbuurtjes zaten voor het meerendeel voor hun deuren op de stoep uit te puffen van de dagelijksche bezigheden en omdat het binnen te warm was. Uit de verte klonk dansmuziek tot hem door, en onwillekeurig wendde hij zijn schreden in de richting. Weldra stond hij voor een café met een grooten tuin. Een aantal bont gekleurde lampions hing tusschen de boomen. In den tuin zat een tweede rangs jazz-band op een podium te spelen. Tusschen de bezette tafeltjes liepen bezweete kellners af en aan, iedereen vroeg naar bier, men had dorst in de warmte. Maar ondanks de zwoele atmosfeer zweefden de paartjes lustig op het kleine vloertje dat vlak voor de band was gemaakt.

„Hier lijkt het me wel," dacht Hartman, terwijl hij zijn oogen spiedend door den tuin liet gaan om te ontdekken of er nog ergens een tafeltje Vrij was. Nauwelijks zat hij toen hij een gevoel kreeg dat iemand hem aankeek, en omkijkend zag hij twee donkere meisjesoogen die zich achter een groot glas ijs verschanst hadden. Hartman deed alsof hij haar niet gezien had, en bestelde een glaasje Pils. Op datzelfde oogenblik vroeg een jongeman het zwartoogige meisje ten dans. Hartman merkte zoo terloops op dat ze een eenvoudig blauw japonnetje en een goedkoopen witten hoed droeg. Maar toch keek hij haar met bewonderende oogen na toen ze naar den dansvloer toe liep. Ze was knap en slank, juist zijn type...

Toen de dans afgeloopen was, en de muziek een nieuwe inzette, bleef hij dan ook niet langer zitten, maar stond op en maakte een buiging voor haar. Zwijgend dansten ze op het kleine vloertje tusschen al die warme menschen. Hij hield er niet van om dadelijk een gewild gesprek met het vreemde meisje aan te knoopen. Toen de dans ten einde was, vroeg hij zoo langs z'n neus weg of hij haar nog eens mocht komen vragen.

Ze keek hem met lachende oogen aan, en antwoordde bevestigend. Met een schok drong het tot hem door dat dit het meisje was waarop hij al zoo lang vergeefs gewacht had. Geen wonder dat nog eens en nog eens met haar danste, en toen hij tenslotte wel begreep dat ze heelemaal alleen in den tuin was, vroeg hij zonder opdringerig te worden of hij aan haar tafeltje plaats mocht nemen. Ze spraken nog steeds niet veel. Hartman vroeg of ze dikwijls hier kwam, waarop ze antwoordde: slechts heel zelden. „Maar ik heb U hier ook nog nooit gezien," voegde ze er aan toe, en haar stem klonk vragend alsof ze er een verklaring voor zocht.

„Nee, ik woon ook aan het andere einde van de stad," antwoordde hij ontwijkend. „Het is me eigenlijk te ver om heelemaal hier naar toe te komen, maar... als U hier dikwijls komt wil ik desnoods eiken dag dat stuk loopen," voegde hij er galant bij, en hij meende wat hij zei.

Weer lachte ze, en wat voor een lachen! Hartman voelde een vreemd verlangen in zijn binnenste opkomen om haar in zijn armen te sluiten en te kussen. Maar natuurlijk bedwong hij zich.

Hij overdacht dat ze zoo goed in het milieu van den tuin en de lampions paste. Zoo'n eenvoudig japonnetje zou niet staan op het golfveld, op de renbaan, in de loge van den schouwburg. Zou het wel verstandig van hem zijn om haar hier weg te halen en in de hoogere kringen te brengen?

Zoo verliepen er twee volle uren die voor Hartman voorbij gevlogen waren. Hij had ook niet gemerkt dat er zich langzaam donkere wolken aan den sterrenhemel samen pakten. Maar plotseling begon het te spetteren, weldra goot het en alle aanwezigen namen haastig de vlucht.

„Ik moet naar huis toe, zei het meisje met een bezorgd gezicht, „ze zullen ongerust worden. ■— „Hoe wilt U naar huis toe gaan?" vroeg hij. — „Met de tram, die stopt een eindje verder in dezelfde straat," antwoordde ze.

„Dat zal niet gaan, zei hij overtuigend, „ik zag juist een tram voorbij rijden en ze was propvol. Alle menschen riskeeren een dubbeltje met dit hondenweer."

Hartman keek bedenkelijk naar het dunne japonnetje van het meisje. En dan de witte hoed... die zou heelemaal verregenen, en wie weet hoe lang ze er voor gespaard had. Plotseling schoot hem te binnen dat zijn wagen niet ver af in het kleine zijstraatje stond, en zonder lang na te denken, zei hij: „Wacht even, ik ben dadelijk terug..."

Maar toen hij even later met zijn grooten acht-cylinder vlak hij haar stil

De voorspelling van sommige deskundigen, dat de muggenplaag waarvan men eenigen tijd geleden in eenige plaatsen nabij het IJsselmeer zooveel last had, in Augustus zou terugkeeren, is helaas uitgekomen. Hoe het venster van een huis in Stavoren eruit ziet. blijkt uit dit plaatje.

hield, en met een onzichtbaar lachje het portier opende, deed ze verschrikt een stap achteruit. „Hoe komt U aan dien wagen?" vroeg ze angstig.

Tja... deze vraag bracht hem in verlegenheid, maar hij begreep dat hij een smoesje verzinnen moest om zich uit de moeilijke situatie te redden. En nu vertelde hij dat hij monteur bij een der grootste auto fabrieken was, en den wagen, dien hij had moeten inrijden, meteen even geleend had.

„Kom, dan breng ik U gauw even thuis," eindigde hij, maar ze maakte een afwerende beweging met haar hand, en riep verschrikt uit: „Neen, neen, breng den wagen alstublieft dadelijk naar de fabriek, ik ga met de tram."

En ofschoon het hoe langer hoe harder begon te regenen, en haar hoed al heelemaal treurig naar beneden hing, liet ze zich niet door hem bepraten. Om haar gerust te stellen bracht hij den wagen maar weer naar het donkere zijstraatje, en kwam toen terug.

Arm in arm liepen ze haastig naar de tramhalte, waar ze hem dringend vroeg om haar alleen te laten. Den volgenden avond om acht uur zou ze weer in den tuin zijn en op hem wachten

Ofschoon met tegenzin voldeed Hartman aan haar verlangen, en nam na een hartelijken handdruk afscheid van het meisje zijner droomen.

Geen twee minuten later zat hij in zijn wagen, en daar het starten niet dadelijk lukte, stak hij eerst een sigaret op. Op dat oogenblik glipte er een slank figuurtje langs hem heen, en ofschoon Hartman zijn oogen niet gelooven kon moest hij toch wel inzien dat het meisje, beschenen door zijn sterke lantaarns, doornat, niemand anders was dan... zijn vriendinnetje uit den tuin

Eerst meende hij dat ze misschien in dit straatje woonde, en het hem niet had willen zeggen omdat ze zich voor de buurt schaamde. Maar tot zijn groote verwondering stapte ze in een splinternieuwen two-seater die geen tien meter van zijn wagen af in hetzelfde straatje geparkeerd had gestaan. Ze zette de motor aan en

Haastig dook Hartman wat dieper in de kussens weg en lachte fijntjes. Hij zou den volgenden avond komen, en daar ze ook rijk bleek te zijn, hoefde hij dezen keer niet bang te zijn dat ze hem om z'n geld zou nemen

Bakker kon zijn deeg niet kneden

Stijve armen door rheumatiek Nu weer gezond als een visch

„Ik had rheumatiek, zoo erg als het maar kon. De gewrichten in mijn armen, beenen, handen en voeten waren verstijfd. Ik kon nauwelijks loopen, en als ik een paar minuten had gezeten, werd het een heele toer om weer overeind te komen. Ik ben bakker van beroep, dus U begrijpt wel dat ik al mijn kracht noodig heb om deeg te kneden. Mijn handen waren echter zóó machteloos, dat ik mij bezorgd begon af te vragen of ik nog wel ooit zou kunnen werken. Ik probeerde verscheidene middelen, maar tevergeefs. Na een flacon Kruschen Salts ging ik mij een beetje beter voelen. Ik verbruikte nog twee flacons, en ik moet bekennen, dat ik weer plezier in mijn werk heb. Geen pijn of last meer, dank zij Kruschen Salts. Ik kan het niet genoeg roemen, want ik voel mij weer zoo gezond als een visch." A. T. H. te K.

Indien Uw afvoerorganen op de juiste wijze tot betere natuurlijke werking worden aangespoord, voorkomt U ophooping in Uw lichaam van afvalstoffen zooals het urinezuur, dat maar al te dikwijls de oorzaak is van rheumatiek, ischias, spit e.d. Kruschen Salts bevat zouten, die zorgen voor een afdoende verwijdering van afvalstoffen, doordat zij Uw afvoerorganen, ingewanden, lever en nieren, aansporen tot krachtiger werking. Zoodra Uw bloed zuiver is geworden, zullen de rheumatische pijnen verminderen om tenslotte geheel weg te blijven. Probeer het eens. U hebt Uw geluk in eigen handen.

Kruschen Salts is uitsluitend verkrijgbaar bij alle apothekers en erkende drogisten a ƒ 0.40, ƒ 0.70 en ƒ 1.60 per flacon, omzetbelasting inbegrepen. Let op, dat op het etiket op de flesch, zoowel als op de buitenverpakking de naam Rowntree Handels Maatschappij, Amsterdam voorkomt.