Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het blazoen van Apothekers en Drogisten

„Een hooge zije."

VER den oorsprong der gapers, het bekende uithangteeken van apothekers en drogisten, loopen de meeningen uiteen.

Apothekers, chemisten en drogisten hadden, toen deze beroepen nog vereenigd waren, hun gapers. Deze dateeren reeds van eeuwen geleden en komen nog wel voor, doch zeer sporadisch. Geen uithangteeken heeft zoozeer de aandacht getrokken als dit. Vreemdelingen hebben soms gemeend in die figuren langs de straten het meest sprekende bewijs te mogen zien van het flegma der Hollanders. Zij beweerden dat de Hollanders te droog en te koel zijn, om te kunnen lachen en dat zij, omdat lachen nu eenmaal een behoefte van den mensch is, op regelmatige afstanden narren-troniën hadden opgesteld, opdat het aanschouwen daarvan hen aan het lachen zou berngen.

Volgens sommigen is de gaper het zinnebeeld, of liever het portret van den Schalknar of Willensdwaas, dien de groote heeren erop na hielden, en waarvan de apothekers in den ouden tijd de afbeelding voor hun deuren plaatsten, als een uitnoodiging voor die lieden, om bij hen binnen te komen en een likeurtje te drinken. Echter niet alle gapers dragen een zotskap met bellen. Zij waren op alle mogelijke wijzen uitgedost, sommigen met een kroon, een helm, of een tulband, als van een muzelman. In de Leidsche straat te Amsterdam heeft er een gehangen, die netjes een „hooge zije" op zijn bol had. De oorsprong van dit sprekende blazoen is vermoedelijk wel de

volgende: Gapen is toch, hetgeen de geneesheer (en de apothekers bemoeiden zich vroeger ook met dokteren) den zieke verzoekt te doen als hij diens tong bekijken wil; gapen is noodig om alle drankjes en poeders te slikken; gapen deden ook zij die vroeger de apotheek binnentraden, om er

een teug witte of roode hypecras of een kruidenwijntje te genieten, of iets bitters voor de maag te nemen, of „cruyden die ganc maackten". De apotheker leefde van gapers; is het dan een wonder, dat hij den gaper tot zinnebeeld koos? En ofschoon zijn klanten wel niet zulke fantastische hoofdtooisels droegen, is het wel duidelijk, dat de apotheker daar zijn gaper mee opschikte, omdat hij toch iets moest doen om er de aandacht op te vestigen.

De gapers, die bijna uitsluitend voorkomen in Nederland en in West-Duitschland, verdwijnen langzamerhand als uithangteeken. Er zijn nog wel enkele drogistenzaken, die hem handhaven, maar zeker niet meer in die groote verscheidenheid van vroeger jaren.

Sluiten