is toegevoegd aan je favorieten.

Die constghesellen; maandblad voor de beeldende kunst-orgaan van de Nederlandsche Vereeniging van Kunsthandelaren, jrg 1, 1946, no 1, 15-07-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Charley Toorop: Clown in ruïne

gehouden en bet gemiddeld peil is lang niet kwaad, terwijl dat van sommige eigenlijk voortreffelijk was. Het Amsterdamscbe Stedelijk Museum toonde zich wel bijzonder actief en daarmede zet de directie een traditie voort, die zij tot ver in den oorlog beeft behoed. De tentoonstelling, gewijd aan bet werk van Vincent van Gogh trok de algemeene belangstelling en ze verdiende dat. Daar was nu eens, zonder dat de waardigheid van bet werk werd geschaad, een kunstenaar dichter bij bet publiek gebracht. De tentoonstelling was eigenlijk een verbaal van bet leven en de kunst van Vincent geworden: pboto's, portretten, citaten uit zijn brieven, kleine dingen, welke bij zelf bad bezeten als een doos met kluwen wol (men vindt de kleurencombinaties terug in zijn doeken), een opgezet kolibritje, waarvan bij een aquarel beeft gemaakt in zijn jonge jaren. schilderijen van tijdgenoolen geven de noodige documentatie en die wordt dan als bet ware geïllustreerd door bet werk zelf. Het belangrijke is ook. dat uiteindelijk dat werk boofdzaak is gebleven zoodat men ook daar den sterksten indruk van mee naar buis neemt. Het is overigens verwonderlijk boe boeiend zoo’n geheel is nadat men vijf jaar lang op de herinnering beeft moeten teeren. En hoeveel eigenlijk, dat ons in de laatste jaren. ook voor den oorlog, nieuw of origineel scheen, blijkt thans te herleiden tot den schilder van Auvers. Het Sledelijk Museum beeft echter nog veel meer getoond: in de zalen beneden waren nog Engelsche verkeer saf fiches, plezierig om na zooveel Duitscb gedoe weer eens zoo gebeten plutocratische reclameplaten te zien,

waarop de vondst en de geestigheid vaak niet beteekenis genoeg hebben om tot een klein kunstwerk te leiden. Later was in dezelfde ruimten werk van Georges Braqiie, den grooten Franscben cuhist, tentoongesteld. Een collectie overigens, die zonder eenigen zorg bij elkaar was gesleept. Heel mooie schilderijen hingen er naast de oppervlakkigste dingen. Het raadsel Braque beeft de tentoonstelling in ieder geval niet opgelost, al kon men zich juist aan de band van die weinige goede stillevens en figuurstukken wel van zijn beteekenis overtuigen. Op Braque volgde bet werk van den drukker en schilder //. N. Werkman, dal op de tentoonstelling ..Kunst in bet harnas” ontbrak hoewel bij tot degenen behoorde, die door de Duitscbers zijn gefusilleerd. Op zijn werk, dat zeer sterk den invloed van bet Duitscbe expressionisme verraadt, komen we in bet volgende nummer terug, zoodat ik bier met een vermelding kan volstaan.

Bij Nieuwenbuizen Segaar te 's-Gravenbage stelde Charley Toorop een keuze uit baar werk ten toon, schilderijen van een jaar of tien geleden en schilderijen uit de afgeloopen oorlogsjaren. „Charley Toorop of bet gevecht met de verf”, zoo zou men baar schilderijen wellicht kunnen kenschetsen en dan niet omdat feitelijk ieder schilder dat gevecht vaak weer moet leveren doch omdat baar werk van die worsteling wel zoo in bet bijzonder getuigenis aflegt. Menscben en stillevens zijn baar onderwerpen, Menscben: bet steeds weer opnieuw geschilderde portret van zichzelf, een clown tusseben de ruïnes, een arbeidersvrouw, ook voor een afgebrand buis, een Zeeuwscbe boer. Het meest boeiende is die Zeeuwscbe boer, een schilderij van boog formaat, waarin de kop iets links van bet midden is gezet, een beeld van booge mensebelijke waardigheid. Tenslotte zijn dit geen typen meer geworden, geen bijzondere gevallen, maar Charley Toorop beeft ons bier gebracht tot bet innerlijk en baar sujetten koos ze zoo, dat daarbij ernst en eerlijkheid. levensaanvaarding en vertrouwen in bet leven de kern bleken te vormen. De stillevens: een van groote afmetingen met flesscben en bladeren en serviesgoed en een mandje met appelen, een ander met drie flesscben of een met een glas met seringen. Op bet eerste gezicht lijkt bet alles nogal bard geschilderd, doch bij langer bezien. dat dan vaak meer inleven in zoo'n werk is, bespeurt men boe doorwerkt dit alles is en boe kleur tegen kleur staat en boe genuanceerd deze oogenscbijnlijk wel harde toonen eigenlijk zijn. Hoe ver staan van baar schilderijen eigenlijk die van Jan van Heel af (ze waren eerst bij Liernur, daarna in den Rotterdamscbeii Kunstkring en in den kunsthandel boven den Modernen boekhandel te Amsterdam te zien), wiens fijnuitgesponnen vertellingen in olieverf, verbalen van een leven en een wereld vol aiiecdote van kermissen en clowns, van bouqetlen onder stolpen en stille kneuterige hofjes, van eenzaamheid en van vereenigiiig ook, weer op geheel andere wijze den beschouwer boeien. Verheugend voor wie de schilderkunst toch altijd nog de boofdzaak is van bet werk, is bet feit dat Van Heel weer terug schijnt te komen van bet al te gezellige en verbalende en dat bij weer den grooten vorm zoekt. Zijn onderwerpen worden minder gecompliceerd, humaner zou ik zeggen wanneer dat in dit verband