is toegevoegd aan je favorieten.

Die constghesellen; maandblad voor de beeldende kunst-orgaan van de Nederlandsche Vereeniging van Kunsthandelaren, jrg 2, 1947, no 1, 15-01-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een vroege IACOR MARIS

( DE VEERPONT 1870

Tijdens zijn verblijf te Parijs heeft hij dit geschilderd. In landschap had hij daar meerdere motieven naar de natuur behandeld, wij meenen daarin eenigen invloed van Courbet te constateeren; in elk geval was hij wel onder den indruk van stroomingen in de toenmalige Fraiische kunst. Hier zien wij hem nu terug grijpen op de Oude Hollandsche zonder van eenige imitatie te spreken nemen wij aan dat Jan van Goyen’s werk in die dagen indruk op hem gemaakt moet hebben. Hij is hier nog niet de Jacob Maris van zijn diepste eigenste persoonlijkheid, die komt pas voor het eerst in 1871, in een Amsterdams waterstadsgezicht, naar voren.

Als ruimte-aanzicht is dit geval een prettig onderwerp om naar te kijken, het is een motief dat de oude meesters meermalen in beeld brachten. Het vergezicht over het water in die kalme gestemdheid. ingesloten door de vergezichten van beide oevers met de mooie overwelving van een rustigen hemel in gedempten toon, geeft alles een stemmingseenheid die ons zeer poëtisch aapdoet. De rustige vredigheid van de over het stille watervlak glijdende pont kan ons de schilderij van Van Goyen uit het Rijks Museuni: „Het Valkhof te Nijmegen” in herinnering brengen, waar eveneens een met menschen beladen pont de voorgrond vult.

De compositie is hier als uitgangspunt van links uit opgebouwd. Hel stukje grond, als donkere massa, niet de zwaarste donkerheid in de vooruit-

stekende punt, en de boon daar bovenuit met de kroon waaiervorinig tegen de lucht, houdt direct ons oog vast. Van deze massa uit steekt dan de veerpont naar rechts uit, vult het midden van den voorgrond en geeft zoo de overlijning naar den wat hooger opgeschoven oever rechts. De ruimte-werking wordt nog krachtig verhoogd door het smalle streepje van den horizon in het midden, waarin ten opzichte van de zware silhouet van de veerpont een groote afstaiid-suggestie gegeven is.

Dit alles wordt omvangen door de rustige luister van het rijke alles omvademende licht van den hemel, met de spiegeling er van in het watervlak. Dit stemmings-geheel zou ook een Corot geïnspireerd kunnen hebben om het in de zoet-droomerige verbeeldingswijze van zijne persoonlijkheid weer op andere manier in beeld te brengen. De lucht heeft hier nog niet het magistraal-decoratieve dat wij veel in het later werk van Maris ontmoeten, hier is meer iets van de verteederd droonierige stemming van een avondlucht; iets wat ons Segantini in herinnering kan brengen, die in zijn „Ave Maria” een dergelijke gestemdheid in beeld gebracht heeft.

De fijnere structuur van wolkenbouw doet de schilder ons hier reeds voelen. Het zijn geen onsamenhangende vlakken, maar een in elkaar schuiven van fijne grijze lagen is hier te zien .waarvan wij de constructie niet diréct volgen kunnen, maar wel als onderhouw aanwezig voelen. De kaatsing