is toegevoegd aan uw favorieten.

Boer en tuinder; weekblad van den KNBTB, jrg 2, 1948, no 62, 13-03-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BOER EN TUINDER

13 Maart 1948 ’

CANADA, land van beloften

Interessante gegevens voor onze emigranten

Dit land van onmetelijke uitgestrektheden en mogelijkheden oefent op onze opeengedrongen mensen, die plaats en levensmogelijkheid zoeken, een steeds sterkere aantrekkingskracht uit. Men hoort vertellen, dat de totale breedte wel 6000 km is, zodat men voor een reisje van Oost naar West, van Halifax naar Vancouver, 4 dagen en 4 nachten in een trein logeren moet (in werkelijkheid nog langer). Van Noord naar Zuid strekt zich het land ook al enige duizenden km uit. Dus plaajts te over!

Maair in zo’n uitgestrekt gebied vindt men de meest uiteenlopende vormen van klimaat, levensomstandigheden en bevolkingsdichtheid. De Noordelijke strook is vrijwel niet bewoond, misschien 15,000 mensen op een gebied van 6 millioen km2, dat is 1 mens op de 400 km2ü Dit gebied is dan ook niet ontsloten, er is nog geen spoorweg of bevaarbare rivier. Beter is dit in het Zuidelijk deel, waar de spoorwegen. over vrijwel de hele breedte van het land de mogelijkheid hebben geschapen om het land te bereiken en de producten van landbouw, veeteelt en industrie te vervoeren naar de grote steden. Zo zijn daar in korte tijd van 50 jaxen ook grote steden ontstaan als Vancouver, Winnipeg, Edmonton e.d. Klimaat en roofbouw. Ook het klimaat vertoont de grootste variaties. Langs de kust is het vrij guur, maar in het Zuiden van Ontario heerst een zacht klimaat, waar men zacht fruit en tabak in het groot telen kan. Inde provincie Saskatohewan echter, en in het Zuiden van Alberta heerst weer een toestand met hete zomers en koude winters, en Winnipeg (Manitoba) is een van de koudste plekken van Canada, waar de thermometer gemakkelijk —4O C. haalt. Het zijnde prairieprovincies met zeer eenzijdig uitgestrekt graanbedrijf, volkomen gemechaniseerd. Het bedrijf is daar afhankelijk van de regenval, en hoe zuidelijker men komt, hoe minder regen er valt, soms amper voldoende voor de graanteelt, soms nog geen 35 cm per jaar (in Nederland hebben wij ruim voldoende aan onze 75 cm!). Men is daar dan gedwongen om 1/3 of de helft van het land braak te laten liggen om zo het vocht van enige jaren inde grond te verzamelen. Het verdampen gaat men tegen door de grond oppervlakkig te bewerken, zg. dryfarming. Deze wheat-mining, eigenlijk een roofbouw door middel yan tarwe, is op de ' duur niet vol te houden, althans inde Zuidelijkste, dus droogste streken; de opbrengst werd daar in enkele gevallen zo gering, dat men,er bedrijven verkocht tegen de prijs van de belasting-aanslag. Er zijn daar bedrijven waar 1 man op een sectie van 260 ha nog niet het hele jaar werk vindt, daar alles machinaal gebeurt en alleen granen verbouwd worden. Door die eenzijdigheid is zo’n bedrijf ook erg gevoelig voor schommelingen inde graanprijs. Niets cadeau, Op het ogenblik zijnde prijzen vrij gunstig, maar toch nog lager dan inde aangrenzende staten van N.-Amerika, van tarwe althans. De rogge brengt er inde huidige toestand naar verhouding een betere prijs op, maar dit alles houdt verband met leveringscontracten tussen Canada en Engeland, waardoor de prijzen geregeld worden. Onze emigranten zijn echter gewaarschuwd, dat zij zich voorlopig nooit naar de droogste eenzijdigste gebieden laten trekken. Noordelijker, in het miden van Alberta dus, hebben zij met geluk en hard werken, harder dan in Nederland betere kans van slagen. Trouwens, hard werken zal men in Canada overal moeten doen. Het geluk krijgt men nu eenmaal nergens geheel gratis.

Nu gisteren uit Rotterdam 'de „Kota Inten” met de eerste groep emigranten naar Canada is vertrokken, aeven wij in nevenstaand artikel een overzicht van dit onmetelijke land, waar duizenden van onze boerengezinnen uit harde noodzaak een nieuw vaderland zullen moeten vinden.

Met één sprong nog even naar de Peace River, inde Noordelijke helft van Alberta: daar is wel eeir goede toekomst te onder de sneeuw moet laten wachten tot het voorjaar, om dan zo snel mogelijk te oogsten en opnieuw in-te zaaien, verwachten, maar men moet zich niet verwonderen als half October sneeuw en vorst al invallen, en men de oogst rustig Inde provincie Ontario, gelegen tussen en ten N. van de grote meren, is nog wel plaatste vinden. Het grote Noordelijke deel is bosgebied, maar het Zuiden is een rijk afwisselende streek. Daar wordt grove tuinbouw uitgeoefend ineen gunstig zacht klimaat. Vooral de tabaksteelt echter vergt wel enige ervaring. Het kopen vaneen eigen bedrijf is moeilijk, daar de prijzen van de benodigde gebouwen zo hoog zijn. Het product wordt wel afgenomen tege gegarandeerde minimumprijs, maar op de duur zal men moeten waken tegen overproductie. De lonen, vooral inde oogsttijd, zijn er behoorlijk. Hard werken, sober leven. Ontario biedt echter nog meer, en wel ' naast de diverse Houtbedrijven ook het gewone gemengde bedrijf. Bedenkt men

Ir. R. v.d. Ven

Aanwijzingen voor de tabaksteelt

Ir. R. v.d. Ven is als Rijkstuinbouwconsulent belast met tabaksaangelegenheden eijt als zodanig de officiële deskundige op het gebied van de tabaksteelt. Gij doet er dus verstandig aan de hieronder door hem in telegramstijl gegeven teeltaanwijzingen goed in U op te nemen en nauwlettend na te volgen. 1. Half Maart met het zaaien van de tabak beginnen. De war ne of halfwarme bak bijtijds klaar zetten. De bak op verse grond aanleggen. Men kan de bakgrond ook stomen of koken. In kassen of warenhuizen gezaaid, kunnen de planten niet 1 afgehard worden, tenzij men liet glas kan lichten.

Brabantse/; j uoerdertjen In Noord-Brabawt korden boerderijen van het langgeveltype en van het halletype voor. Het langeveltype wordt ook wel het Frankische type genoemd. Het kenmerk is, dat men de grote inrijdeuren inde zijgevel aajitreft, terwijl ook vaak de deur en de meeste ramen van de woning zich in diezelfde „lange” gevel bevinden. De koestal is inde regel dwars in het huis, zodat de koe met de rug evenwijdig aan de nok staat. Bij de kleinere boerderijen staan de koeien ook op deze wijze opgestald, doch de grote inrijdeuren ontbreken. Het halletype heeft een meer of minder bréde deel, die midden iri het gebouw ligt en waaraan de koeien staan. De oudere boerderijen hebben een uiterlijk, dat in de regel zeer karakteristiek is voor de streek. De indeling is echter dikwijls minder doelmatig. Deze inrichting moet aan de moderne eisen worden aangepast. Het uiterlijk van de bperderij wordt bijna altijd minder fraai indien van het oude type wordt afgeweken. Hierbij worden enkele typische" oude boerderijen uit Noord-Brabant afgebeeld. Deze boerderijen zijn kenmerkend voor de streek. Ze zijn fraai van vorm en verhoudingen en ze passen in het landschap. Een volgende maal zul'len enkele ontwerpen worden geplaatst, die aan het streektype zijn aangepast en een moderne indeling hebben. _ Rijkslandbouwconsulent voor Boerderijbouw

dat de afstand alleen in het beste Zuidelijke hoekje van Toronto naar Detroit 500 km bedraagt, dat is van A’dam naar Parijs, dan kan men vertrouwen dat er nog wel plaats is. Op het ogenblik verloopt de plaatsing van uitsluitend tuinders in Ontario iets moeilijker, maar als deze vaklui bereid zijn ook inde landbouw te werken of inde tuingebieden rond de andere grote steden, hebben zij een redelijke kans op werk. En nu nog even naar de verre kust van de Grote Oceaan: Brits ColUmbia, een mooi-land, maar een duur land. De Canadezen trekken er zelf'graag heen om het prachtige klimaat en drijven zode prijzen van de boerderijen op. Vanzelfsprekend dat een aankomend emigrant met geringe kennis van de bedrijven (en de taal en de levensgewoonten!) èn bovendien met een platte beurs, maar niet direct een bedrijf kan bemachtigen. Goede lonen worden daar betaald inde veehouderij aan uitstekende melkers, en met spaarzaamheid zal het misschien in enige jaren mogelijk zijn tot een bescheiden eigen bedrijf te komen, mits gunstig gelegen voor afzet van de melk aan de „fabrieken. Inde tuinbouw kunnen goede fruitkwekers daar zeker een bestaan verwerven, maarde kleine tuinbouw is dikwijls in handen van gele kleurlingen (Chinezen) die voor onmogelijk lage prijzen, werken en waartegen niet te concurreren valt.

2. Bij het aanleggen van de zaaibak de bak 35 a 40 cm diep uitgraven. Op de bodem van de bak een laag van 15 cm vastgetrapte broeimest en hierop een laag teelaarde van 20 cm .Deze laatste moet goed vochthoudend en poreus zijn, dus goedé tuingrond met veel fijne turfmolm. Het mengsel goed natmaken en zeven. Of op de bodem van de bak 15 cm vastgetrapte paardemest aanbrengen, vervolgens 10 cm zand en hierop 10 cm gezeefde, goed doorlatende compostaarde. De teellaag of de compostaarde stomen of ineen fornuispot met een overmaat van water koken om ziektekiemen te doden; men krijgt daardoor ook minder onkruid inde zaaibakken.

3. De bak dichtleggen en de zijkanten van de bak opzetten met een steek grond. 4. Na ongeveer een week, wanneer de bakgrond handwarm aanvoelt en da schadelijke dampen verdwenen zijn, zaaien. Het zaaibed vlakharken en met een plankje goed, doch niet te vast, aandrukken (het zaad mag niet dieper dan 1 mm wegkomen); daarna met een gieter met fijne broes natgieten, niet zo, dat de grond dichtslaat of plassen blijven staan.

5. Zaai niet te dicht: een hoeveelheid van '/z gram zaad per eenruiter is meer dan voldoende; één gram zaad bevat n.L ongeveer 10,000 korrels.

Men kan voorgekiemd zaad en niet voorgekiemd zaad gebruiken. Niet voorgekiemd zaad ongeveer 15 Maart zaaien, voorgekiemd zaad ongeveer 10 dagen later. Het zaad tussen geregeld vochtig gehouden wollen lapjes lateil voorkiemen of qp een bord met vochtig scherp zand, afgedekt met een glasplaat, ongeveer 5 dagen voor het zaaien. 6. Het zaad vermengen met b.v. de 100-voudige hoeveelheid scherp zand (bij voorgekiemd zaad zéér voorzichtig) en dit mengsel in 3 gelijke porties verdelen. Drie maal zaaien en met elke portie de gehele oppervlakte van de bak bezaaien. Dit is het z.g. droogzaaien. Men kan ook nat zaaien: hiertoe het zaad ineen gieter met handwarm water (± 10 liter water;, hierin duchtig met een stok roeren, zodat het zaad zwevende blijft en snel, met lange halen, de inhoud gelijkmatig over de zaadbedden gieten. Hierbij de broes niet al te fijn.

Tijdens het zaaien of het werken in de tabak niet roken of pruimen. Van te voren de handen wassen met zeep of een 8 % oplossing van trinatriumfosfaat.

7. Na het zaaien de grond met een plankje aandrukken en het geheel met 1 mm fijne grond overzeven. Daarna met gieter met fijne broes nagieten. Nagieten is niet noodzakelijk wanneer er nat gezaaid is. Beter is de zaadjes niet met 'grond, doch met natte zakken té bedekken; zodra de zaadjes ontkiemen, moeten deze echter snel verwijderd worden. Indien tijdens het opkomen van het zaad de oppervlakte van de grond regelmatig vochtig gehouden kan worden, is bedekking met een dun laagje grond of met natte zakken niet nodig. 8. De bak na het zaaien gesloten laten en met een rietmat dekken tot de zaadjes ontkiemen (na ongeveer 5 dagen). Daarna de natte zakken snel verwijderen en de bak overdag steeds op lucht houden. De .eerste week na het uitkomen het glas schermen, b.v. met krijt of met stof fijne grond. 9. De eerste dagen geregeld licht broezen met water. 10. Altijd de bak overdag luchten; ’s morgens zet men de bak op lucht, ’s avonds legt men hem weer dicht; de eerste tijd met de rietmat erop. De eerste week na het opkomen minstens ’s mor-- gens en ’s avonds licht gieten met handwarm water. Niet overmatig gieten, daar dit wellicht smeul tengevolge kan hebben. Deze twee maatregelen: „luchten en gieten” bepalen in hoofdzaak het eindresultaat. Herhaal de begieting zolang, tot de plantjes zo stevig zijn, dat ze snet meer bij het eerste kleine ongelukje overstuur gaan. DE EIEREXPORT NAAR FRANKRIJK EN ENGELAND. In het in 1947 afgesloten handelsverdrag met Frankrijk was o.m. een post opgenomen betreffende de export van 30 millioen verse eieren naar 'genoemd land. Later is deze post verhoogd met nog 10 millioen stuks (5 mill. verse- en 5 mill. koelhuiseieren). Begin Februari 1948 ‘ was dit contigent uitgeputj zodat mei dein verband met de monetaire moeilijkheden, waarmede Frankrijk te kam, pen had de export van eieren naar | dit land tijdelijk stil stond. Kort geleden i is echter wederom toestemming verleend I voor de export van 10 mill. eieren. ! Inmiddels is met Engeland een overeenkorpst afgesloten om in Februari 20.000.000 | verse kippeneieren aan dit land te leveren.

Slot, ten N.W. van ’s-Hertogenbosch. Een kleine boerderij zonder grote inrijdeur. Het hooi wordt bewaard ineen berg.

Uden, ten Z. van ’s-Hertogenbosch. Een boerderij uit 1769 met een middendeel. Een fraai voorbeeld van boerenbouwkunst.

Mariaheide, onder Veghel. Een boerderij van het langgeveltypë uit 1830. Inde ene lange gevel bevinden zich twee paar grote inrijdeuren, twee ramen en de deuren van wording en spoelplaats.