is toegevoegd aan uw favorieten.

Katholiek sociaal weekblad, jrg 5, 1906, no 21, 26-05-1906

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5e Jaargang.

ZATERDAG 26 MEI 1906.

N°. 21.

KATHOLIEK SOCIAAL WEEKBLAD.

Redacteur: Mr. P. J. M. AALBERSE.

Alle stukken voor de (Redactie te adresseer en Oude Singel y8, Leiden, — alles wat de Administratie betreft, aan de Uitgeefster, de Maatschappij de Katholieke Illustratie, St. Jorisstraat G. 147, 's*-Hertogenbosch.

DIT BLAD VERSCHIJNT ELKEN ZATERDAG.

Prijs per drie maanden f 1.00, fr.p.post f1.12'/,; afzonderlijke nummers 15 Cent.— Advertentlën per regel 15 Cent. Boekaankondigingen 7'/, Cent.

INHOUD. — De Katholieke Kerk en het maatschappelijk vraagstuk, II, door Titus Brandsma, Ord. Carm. — Een studiereis naar Engeland, door Th. h. huising. — Uit Tijdschriften: Socialistische moraal. — Boekbesprekingen. — Berichten en mededeelingen: Hulp in de huishouding. — Korte berichten: Absenteïsme — Achturige arbeidsdag. — Local option in Engeland. — Luchtzuivering en arbeidskracht. — Fabrieksmelk — Suikerziekte en spoorwegdienst. — Stedelijke melkinrichting. — Nieuwe boeken.

DE KATHOLIEKE KERK EN HET MAATSCHAPPELIJK VRAAGSTUK. — II.

Zeker, dikwijls wordt de Kerk u voorgesteld als remmend de sociale actie, als belemmerend de hervorming van de maatschappij, maar in gunstiger oogenblikken geeft ook de andersgezinde toe, dat de Kerk met de beste gevoelens voor de sociale hervormingen is bezield. Zoo schreef o. a. de duitsche hofpredikant StöCKER (Evangel. Kirchenzeitung 1887, 2 April)'. »In de sociaal-bedrijvige kringen geldt zij als eene vriendin der maatschappelijke hervorming en als een machtige factor in het sociale vernieuwingsproces . .. niet slechts bij de Katholieken zelve, doch ook bij hare vijanden heeft de Roomsche Kerk een zekere achting verworven."

Die achting is verdiend. Komt aan het socialisme van nature de eer toe het maatschappelijk vraagstuk sterker op den voorgrond te hebben gedrongen, voor de stem der verdrukten is wel het oor der liberale-kapitalistische, slechtsnaar-macht-luisterende wereld doof gebleven, niet dat van de Roomsch-Katholieke Kerk.

Toen Paus Leo XIII 15 Mei 1891 zijn beroemde y>Rerum Novarurri' publiek maakte, schreef het hoofdorgaan der socialisten, de Duitsche » Vorwarts" : «Krachtens zijn bediening en de volheid zijner macht heeft de Paus het eerst van alle vorsten en regeeringen der beschaafde wereld de sociale kwestie aangevat en opgelost. Ja, zonder twijfel, hij heeft de sociale kwestie opgelost, in zooverre het aan de tegenwoordige machten mogelijk is ze op te lossen." De socialistische afgevaardigde ter Fransche Kamer Maurice

BarrÈS uitte zich op de volgende wijze: »De Paus erkent het recht der zwakken in de sociale kwestie. Neem enkele jaren, om het wantrouwen uit te wisschen en de democratie zal in den priester geen vijand meer zien." (.Aangehaald in 't Kath. Soc. Weekbl. 1904 No. 1). En ook in 't eigen land hoorden wij de socialisten roem spreken van de Kerk om deze encycliek: 31 Dec. 1903 schreef Het Volk o. a. dat »de Kerk in de encycliek Rerum Novarum zich op een zeer vooruitstrevend standpunt" plaatste. (Vgl. Kath. Soc. Weekbl. t. a. p.).

Wanneer socialisten zoo spreken, mogen we toch wel instaan voor de waarheid, dat de Katholieke Kerk op uitstekende wijze vooruittreedt in den strijd voor verbetering der maatschappij. En hare actie is een gezonde actie, wijl haar de fouten niet aankleven van zoo menigen — vooral materialistischen — strijd voor 's menschen geluk, wijl zij naast het lichaam de ziel verzorgt, en terwijl zij ter geheeler vereffening van recht en onrecht de eeuwigheid als toekomst stelt, reeds op aarde, zooveel in haar vermogen is, optreedt voor de ware beginselen van recht en billijkheid.

* *

*

Ik wil hier niet beweren, dat de Katholieken steeds met evenveel kracht hun beginselen hebben voorgestaan en doorgevoerd. Te lang misschien hebben zij in negatieve leuzen die beginselen getoond. In de politieke woelingen niet machtig genoeg ze te beletten, bleef hun slechts het protesteeren over en zoo slechts negatieve leuzen huldigend, raakten zij verdeeld in de positieve actie. Thans is dit anders geworden. Door het helder inzicht harer politici werd de katholieke partij immer sterker overtuigd van „de noodwendigheid", zooals Mr. AALBERSE zeide op den Frieschen Landdag van 1904, „om het zuiver negatieve meer op den achtergrond te plaatsen, en juist door het naar voren schuiven vanwat uit onze beginselen logisch voor het praktisch leven afgeleid moest worden, tot klaarder inzicht te komen in wat moeten zijn onze positieve eischen" (Verleden, Heden en Toekomst, bl. 5.) En dan wijst hij op de katholieke partij in Duitschland: „Het Duitsche Centrum heeft met groote beslistheid aangedurfd, de praktische consequenties uit de christelijke beginselen niet