is toegevoegd aan uw favorieten.

Katholiek sociaal weekblad, jrg 5, 1906, no 22, 02-06-1906

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

se Jaargang.

ZATERDAG 2 JUNI 1906.

N°. 22.

KATHOLIEK SOCIAAL WEEKBLAD.

Redacteur: Mr. P. J. M. AALBERSE.

Alle stukken voor de (Redactie te adresseer en Oude Singel y8, Leiden, — alles wat de Administratie betreft, aan de Uitgeefster, de Maatschappij de Katholieke Illustratie, St. Jorisstraat G. 147, 's-Hertogenbosch.

DIT BLAD VERSCHIJNT ELKEN ZATERDAG.

Prijs per drie maanden fi.oo, fr.p.post fi.ia'/j; afzonderlijke nummers 15 Cent.— Advertentiën per regel 15 Cent. Boekaankondigingen 7'/, Cent.

INHOUD. — De Katholieke Kerk en het maatschappelijk vraagstuk, Slot, door Titus Brandsma, Ord. Carrn. — Beginselen der Volkshuishoudkunde: Hoofdstuk I, Naam, Voorwerp,Taak, Definitie. — Uit Tijdschriften: Socialistische moraal, II. — Een patroonsleergang in Nederland. — Documenten: Christelijke Sociologie. — Berichten en mededeelingen: Invaliditeits- en ouderdomsverzekering. — Boetebepalingen. — Art. 33 der Woningwet.— Korte Berichten: Volkswoningen in Venetië. — Verzoeningsbeambte. — Bestendige verzoeningsraad. — Zondagsrust en stadsbehoefte. — Gemeentelijke werkloozenverzekering.—Aansprakelijkheid van vakvereenigingen. — De Engelsche vakvereenigingen. — Winkeldwang. — School en Kinderarbeid. — Moederschapskassen. — Woningbouw. — Zondagsrust. — Advies van Arbeiders-secretariaten.— Arbeidsbeurzen. — Binnenlandsche kolonisatie. — Veroordeelde

stakers. — Internationale arbeidsbescherming. — Mishandeling een

bedrijfsongeval. — Kinderarbeid. — Werkloozenondersteuning. — Ontvangen boeken. — Nieuwe boeken. — Ons propagandafonds.

DE KATHOLIEKE KERK EN HET MAATSCHAPPELIJK VRAAGSTUK. — Slot.

Na dit alles behoef ik niet te vragen, of de katholieke kerk een buitengewone geschiktheid bezit de maatschappelijke beweging op goede banen te leiden. Alles zegt het ons en te overtuigender klinkt die bewering, naarmate wij meer aandacht schenken ook aan de waarborgen van geluk en vrede, welke de kerk den armen en verdrukten geeft in den godsdienst en wat die godsdienst troostends insluit. Genoeg hebben wij gezien, dat zij in de maatschappelijke beweging een eereplaats verdient. Behalve deze heeft zij de verdienste, dat zij de goede verhoudingen in het privaat leven bevordert; de verschillende maatschappelijke deugden ook uit hooger beginsel predikt, bijzondere beoefening der liefde voorstaat, enz. Ook dit is van onschatbare waarde voor de maatschappij.

In waarheid, gerust mag ik den invloed der Kerk op de maatschappelijke beweging wonderbaar goed noemen. Het lijdt geen twijfel, liet men aan hare beginselen recht wedervaren en hare werking onder het volk vrij, spoedig zou zij, voorzoover dit mogelijk is, de sociale kwestie hare oplossing nabij brengen. Want de katholieke kerk bezit in zich niet slechts de waarheid van beginselen, zij bezit ook een machtige organisatie, die haar gemakkelijker die waarheid kan doen zegevieren. Het Duitsche Adelsblatt gaf in Nov. 1886 daarover een open verklaring: »Aan de katholieke kerk", zoo schreef daarin een niet-katholiek, »aan de katholieke kerk, welke zelve in den meest juisten

zin een sociale vereeniging is, staat een organisatie ten dienste, als voor iedere omvangrijke sociale werkzaamheid gebiedend noodzakelijk is. Liet men den Roomschen Clerus volle vrijheid zijn krachten te ontwikkelen, dan zou deze, zoover zijn invloed reikt, d. i. in katholieke streken, trouw zijn plicht vervullen en de beletselen doen verdwijnen, welke de maatschappelijke hervorming in den weg staan". — »Men kan het niet loochenen", schreef de reeds genoemde Prof. Dr. THUN (t. a. p.), »dat de katholieke geestelijkheid het buitengewoon verstaat, zich onder het volk te bewegen. De pastoor of kapelaan is vaak de eenige, die vertrouwelijk, hart tot hart, spreekt met den werkman, die raad geeft aan vrouw en kinderen, hen helpt in het ongeluk, hun zijn zorgen wijdt, troost en aalmoezen uitdeelt". — Zonder het te zeggen, zonder het vaak rechtstreeks te bedoelen is het de geestelijkheid, die op sociaal gebied de leiding en den doorslag geeft en het werk der christelijke sociale politiek voorbereidt en doet gedijen. Door den geest, dien zij het volk inprent is zij de steun, niet slechts van het christelijk geloof, maar tevens van de christelijke verhoudingen in het maatschappelijk leven. Zeer juist zijn op dit punt de volgende woorden van De Standaard (9 Mei 1903); »De roomsche kerk heeft de laatste tientallen van jaren met onverdroten ijver gewerkt en al bestaan ook op haar terrein ongeregelde toestanden, erkend moet, dat haar pastoors en kapelaans het ongeloofelijke hebben gedaan, om man voor man en vrouw voor vrouw en kind voor kind weer op voelbare wijze met het leven der kerk te verbinden. Dit is haar bij het overgroote deel der bevolking dan ook gelukt en de invloed, die hiervan ook op het sociale leven

uitging, was bij de jongste samenzwering duidelijk merkbaar".

* *

*

Niettegenstaande dezen grooten invloed en de werkzaamheid der katholieke kerk hoort men soms verwijten tot haar richten, als zou zij weinig verbetering brengen, hoort men van haar eischen, dat zij tot stand brenge, hetgeen zij voorgeeft te vermogen.

O die dwazen! Mooie woorden schreef aan het adres van dezulken het radicale Italiaansche blad Capitan Fracassa bij gelegenheid, dat Crispi datzelfde verwijt had gesproken, dienzelfden eisch had doen hooren. »Het is",