Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenstemming tusschen Mare. 15:32 en Luk. 23:39.

Antwoord: Wij hebben de vraag in onze eigen woorden weergegeven. Het doet ons pijn, als men vraagt: is er niet iets tegenstrijdigs tusschen dezen en dien tekst.

Thans ons antwoord. Mare. 15 : 32 is volkomen waar en Luk. 23:39 is volkomen waar.

Dus blijkt uit beide teksten: a. dat in den beginne beide moordenaars lasterden, b. dat later de laster des eenen zweeg en dat de ander voortging in zijn boos bedrijf.

C. R. de K. te Jutphaas vraagt: Wat is eerst, roeping of wedergeboorte?

Antwoord: Wanneer de vrager er bij zegt, wat hij onder roeping en wat hij onder wedergeboorte verstaat, kunnen wij hem pas antwoorden. Misschien heeft hij dan geen antwoord noodig.

't Is bekend., dat »de grootmeester der Gereformeerde dogmatiek»de wedergeboorte aan de roeping laat voorafgaan.

Maar eveneens is bekend, dat een ook alleszins geleerd dogmaticus de volgorde juist andersom neemt.

En wie dan dieper gaat onderzoeken, komt tot de conclusie, dat beiden het roerend met elkaar eens zijn.

Een tweede vraag van den zelfden vriend bedoelt een uitlegging te krijgen van de moeilijkste gelijkenis (Luk. 16).

Antwoord: Hiervoor zouden wij eenige kolommen noodig hebben. En deze rubriek is voor korte Vragen en korte antwoorden. Toch kunnen wij onzen vriend wel op pad helpen.

Hij leze de uitlegging der gelijkenis door Ds. Renkema en Ds. Rudolph bladz. 340 v. v. van hun werk.

Dezelfde vraagt nog: mogen wij ons in ziekte tot kwakzalvers en «strijkers» wenden?

Antwoord: Niet tot kwakzalvers, want de H. S. zegt, dat de kranken den medicijnmeester van noode hebben.

Wat «strijkers» betreft, wij verwijzen naar het H. A. formulier als het spreekt van lieden, die vee of menschen zegenen of aan zulke zegeningen geloof hechten.

Of bedoelt vrager met «strijkers» lieden van het magnetisme?

Dan verwijzen wij hem naar het antwoord een paar nummers vroeger in deze rubriek gegeven.

P. Z. te Enschedé vraagt: Bestond de mogelijkheid, dat de Heere Jezus had kunnen zondigen?

Antwoord: Meermalen hebben wij deze vraag reeds beantwoord in denzelfden geest als dezer dagen de Geldersche Kerkbode deed, die o.m. het volgende schreef:

Onze Zaligmaker is waarachtig God, maar ook waarachtig, wezenlijk mensch. Hij bezit niet alleen van eeuwigheid en tot eeuwigheid de goddelijke natuur, maar Hij is ook sedert Zijn ontvangenis en geboorte uit de maagd Maria de ware menschelijke natuur deelachtig. Nu is elke menschelijke natuur, en dus ook die van Jezus, geschapen. Geen schepsel heeft in zich zelf de kracht om zich te handhaven en staande te blijven.

Ook de menschelijke natuur van Jezus heeft dus in zichzelf de kracht niet om in verzoeking, in verleiding tot zonde zich staande te houden.

Wanneer wij dus de menschelijke natuur van Christus geheel op zichzelf beschouwen, en bovendien er mee rekening houden dat deze door de zonde in alge- |

meenen zin verzwakt was, dan zou het antwoord moeten luiden, datJezus als mensch had kunnen zondigen.

Maar aangezien de menschelijke natuur van onzen Zaligmaker geen oogenblik op zichzelf stond, maar aldoor persoonlijk is vereenigd geweest, en trouwens nog is, met de goddelijke natuur is het onmogelijk geweest dat Jezus zondigen kon.

Op de vraag, hierboven gesteld, moet dus ontkennend worden geantwoord. En de verzoeking in de woestijn heeft blijkens de uitkomst bewezen, dat het den Satan niet gelukken kon om Jezus ten val te brengen. Dat stond wel reeds van te voren vast, maar het is nu ten overvloede door de uitkomst bewezen.

De J.V. te IJzerloo vraagt: Heeft Jezus zich bij het aanraken van dooden en melaatschen naar de wet verontreinigd en, zoo ja, heeft Hij zich ook hier in aan de wet onderworpen?

Antwoord: Calvijn zegt hieromtrent het volgende: «Aangezien Christus zóó rein is, dat alle onreinheid en besmetting door Zijne reinheid vernietigd wordt, verontreinigt Hij zich noch overtreedt de Wet, door den melaatsche aan te raken.»

«Zelf onbesmet blijvende heeft Hij ons van alle smetten gezuiverd en met Zijne heiligheid bekleed.»

P. S. te Goes vraagt naar Luk. 10:11, speciaal de woorden »bij geval».

Antwoord: »Bij geval» beteekent hier en in andere Schriftplaatsen niet, dat het toevallig was ten opzichte van Gods voorzienigheid, maar dat het bij geval was ten opzichte van 's menschen plan of voornemen.

Öïficieele ïüededeelinsen.

De Bondssecretaris brengt ter kennis van de aangesloten vereenigingen, dat als Bondslid is ingeschreven: de J.V. op G.G. „Geest en Woord" te Amsterdam. Secr.: P. A. Verburg, Haarlemmerwee 205"; Penn.: J. van Dijk |r., M. H. Trompstraat 37ïh en dat wegens gering ledental de J.V. te Barger Compascuum is opgeheven.

O

De adresveranderingen van aangesloten vereenigingen, moeten door omstandigheden een week overstaan. aLiaQanönn^aurcouiwioirDaaaiaiQDKQnatiaesuaöï; □□nnan

mededelingen van de Redactie.

»»«««« «« «««4 *+■** »•»««« ««««««

Door opname van 't Bondsdagverslag moet de Heilige Schrift het Woord Gods, Verslag Zeeland enz. overstaan tot volgend nummer.

ïflededeelingen van ftei Bondstojrean.

♦#***« ****** **<»>*** ****** ****** ****** ******

Wij hebben de beschikking gekregen over enkele exemplaren van Groens Handboek der Vaderlandsche Geschiedenis. Wij bieden zé aan voor de volgende prijzen:

1 ex. gebonden, vierde druk f6.—

1 ex. gebonden, vijfde druk f6 —

1 ex. gebonden, tweede druk f5.—

1 ex. ingenaaid, vierde druk f4.50

Ze zijn voor de eerste bestellers.

Aan hen, die pakketten bestelden (goedkoope aanbidding van boeken) zij meegedeeld, dat pas na den gestelden datum, dus na 15 Juni a.s., met de afzending vanuit het Bondsbureau kan worden begonnen.

Men deelt ons mede, dat een der bezoeksters van den Amsterdamschen Bondsdag haar handtasch in een openbaar voertuig heeft laten liggen. Inlichtingen verstrekt H. A. Polver, Corn. Krusemanstraat 40IH Am sterdam.

Sluiten