Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEREFORMEERD jONGELINGSBLAB.

houdt er nauwkeurig aanteekening van welke karaktertrekken zich op den duur het meest naar buiten openbaren. Tevens neemt hij goéd nota van de omstandigheden, zoowel wat personeel, milieu, behuizing, enz. betreft, waaronder de arbeid moet worden verricht, om dan door de. vergelijking van dc zeer vele gegevens, waax-over hij na verloop van tijd beschikken kan, tot bepaalde conclusie's te komen.

Zulk een adviseur, die door de nazorg ook een blik weet te werpen in het meer intieme leven van werkplaats, winkel of kantoor zal zoo langzamerhand een gevestigde meening krijgen óVer'zeer veel verschillende positie's en bedrijven in zijn omgeving en hij leert ze goed kennen, niet alleen van den buitenkant, maar ook van binnen.

Juist die nazorg zal hem nog het meest in staat stellen om bij het uit te brengen advies niet alleen rekening te houden met de hoofdzaak, maar eveneens met zeer veel bijkomende omstandigheden.

Het is dan ook alleszins natjiur.lijkj; Aat't géven van advies bij beroepskeus, het houden van een bemiddelingsbureau voor plaatsing en het uitoefenen van de nazorg op het allernauwst met elkaar verbonden zijn.

Ze steunen elkander én maken het mogelijk, voor een bepaalde plaats uit een aantal personen, die daarvoor naar uiterlijken schijn geschikt zijn, de meest geschikte aan te wijzen, die, op grond van zijn karaktereigenschappen, zich in die positie en die omgeving liet best op zijn plaats zal gevoelen.

Op deze wijze is het ook vaak mogelijk om door het geven van advies voor teleurstelling te bewaren.

Wanneer bijv. iemand met een zeer zachtaardig karakter werd geplaatst in een uiterst ruwe omgeving, dan zou hij zich daar niet op zijn plaats gevoelen, ook wanneer hij zijn werk volkomen beheerschen kon.

Door 't bureau van plaatsing en de nazorg kon dan echter voor hem een betrekking worden gezocht, waar dit euvel niet bestond, zoodat hij daar soorgelijken arbeid met lust en opgewektheid zou verrichten. ' Vooral bij die »nazorg» is het van't grootste belang, dat de adviseur of het adviseerend bureau nauwkeurig bekend is met de geestelijke stroomingen, omdat het geestelijk milieu, waaronder iemand komt te verkeeren, van zeer grooten invloed is op de waarneming van zijn beroep, terwijl ook bij de beoordeeling der omstandigheden, die oorzaak werden van mislukking, niet niet zelden godsdienstige en zedelijke factoren overwegenden invloed uitoefenen.

Om te komen tot een goed advies bij beroepskeuze zullen op den duur, door samenwerking van verschillende organisaties, Christelijke bureaux voor beroepskeus moeten worden opgericht, die tevens in contact staan met vertrouwenspersonen in kleinere plaatsen, waar geen afzonderlijke bureaux zijn, om zoo door samenwerking te komen tot een betrouwbare voorlichting op dit zoo moeilijk terrein. v. N.

P.S. In verband met onzre artikelen over beroepskeuze vestigen we de aandacht op het volgende bericht:

Radiorede — beroepskeuze.

De beweging, welke zich ten doel stelt het geven van beroepsadviezen aan jongelui, die gereedstaande lagere school te verlaten, is langen tijd uitsluitend in handen geweest van «neutralen» en Roomsch-Katholieken. Den laatsten tijd begint in Prot.-Christelijke kringen meer belangstelling voor dit vraagstuk te komen. In verschillende steden bestaan al sinds langer of korteren tijd Adviescommissies bij beroepskeuze; in andere plaatsen zijn ze in voorbereiding. Over 't

algemeen weet men niet veel van de bedoeling en de werkwijze dier commissies.

Woensdag 23 Juni zal vóór de Chr. Ned. RadioVereeniging een spreekbeurt gehouden worden over: «Reroepskeuze» door den heer G. J. van der Ploeg van Amsterdam. De spreker van dien avond is sinds drie jaren de leider van het Adviesbureau der Amst. Christel. Jeugdcentrale. Rovendien is hij secretaris der Christel. Psychologische Centrale voor School en Reroep, welke zich o. a. ten doel stelt het bevorderen der oprichting van Christel, adviesbureaux. Van zijn hand verschijnen o.a. in de pers der Chr. sociale organisaties geregeld artikeltjes óver beroepskeuze-vraagstukken.

Ongetwijfeld zal er dien avond voor allen, die belang stellen in dit maatschappelijk vraagstuk, veel belangrijks te hooren vallen.

%* Vereenigingsnamen.

Het overgenomen stukje van Ds. Lindeboom uit Noord-Hollands Kerkblad inzake »Vereeriigingsnamen» heeft enkele pennen'in beweging gebracht.

Algemeen wordt toegegeven, dat een naam als Immanuël, een rechtstreeksche persoonsnaam van den 2en persoon in het Goddelijk Wezen voor »Yereenigingsnaam» niet geschikt is.

Rij 't aflezen der presentielijsten, stemmingen, enz. dreigt er werkelijk gevaar, dat deze naam op lichtvaardige wijze zou worden gebruikt.

De leden van »Geest en Woord» in Amsterdam Wést

geven echter een verdediging van hun naam, door erop te wijzen, dat die naam bedoeld is als aanhaling uit antwoord 54 van den Heidelbergschen Catechismus.

Wij gelooven gaarne, dat de vrienden geheel te goeder trouw zijn geweest.

Dat de vereeniging zonder eenige op- of aanmerking als lid van onzeh Rond werd ingeschreven geeft al voldoende aan, dat ook het Rondsbureau geen bezwaar maakte tegen dezen naam.

Maar de vrienden zulten toegeven aai nei meer gebeurt, dat men, wanneer een oudere waarschuwend den vinger opheft en op een dreigend gevaar wijst, toch

moeten erkennen dat die waarschuwing juist is.

't Was hier niet een beschuldiging, maar een waarschuwing om nauwkeurig te waken tegen het gedachteloos gebruiken van Goddelijke Namen.

Nooit kunnen onze Gereformeerden te fijngevoelig zijn, wanneer het de heiligheid Gods geldt.

En of het gewenscht is de uitdrukking uitAntw. o4 van den Catechismus, waar het gaat over de gemeente van Christus, die door Zijn Geest en Woord tot het eeuwige leven wordt uitverkoren, over te brengen op de Jong. Vereen, waarbij wordt uitgesproken »dat wil hopen en vertrouwen, dat, wat daar van de kerk gezegd

wordt, mutatis mutandis ook van onze vereen, moge gelden» daarover moeten de Amsterdamsche vrienden maar eens met Ds. Lindeboom spreken.

Misschien komen zij er dan wel achter dat hier »kei'k» en «Vereeniging» niet vergelijkbaar zijn.

Nog eens: Ook in de keuze der namen worde voorzichtigheid betracht.

. —O— '

*** Blijdschap bij de A. J. C.

De leiders van de Arbeiders Jeugd Centrale zijn blij!

Niet omdat ze op hun Pinksterfeest in zoo treffende mate mochten ondervinden, dat de machtige S. D. A. P• groote belangstelling toont in haar werk, want »De Stuwing» spreekt er schande van dat de Socialisten het stadion leeg lieten toen de A. J. C. er samenkwam-

Neen — er is andere reden tot blijdschap.

De leider van de A. J. C. — de heer Vorrink heet'

Sluiten