is toegevoegd aan je favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 614, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de hoedanigheid van het vleesch worden opgemerkt. Vandaar hun conclusie, dat, als dit gekiemd voedsel geen speciale bijwerking heeft, de bereiding daarvan en het voederen als onoeconomisch en overbodig is te beschouwen. Om dit vraagstuk volledig te kunnen oplossen, zijn verdere proefnemingen met melkkoeien en stieren in gang gezet. de G. 123. WITT. Grundsatse der Futtersubereitung sur Steigerung des Futt'erwertes. D. Landw. Tiers., Jg. 41, No. 52 (’37)- De toebereiding van de voedermiddelen heeft tot taak: verlies van voedingsstoffen te vermijden, de smakelijkheid te behouden, eventueel te verhoogen en het nuttig rendement voor het dierlijk lichaam te verbeteren. Ter vermijding van verlies van voedingsstoffen dient de droging op ruiters, de silage en de kunstmatige droging. Daar zoowel het drogen van voeder als de bereiding van silovoeder tegenwoordig volgens vaste regels kan geschieden, zijn deze methoden bruikbaar voor vele bedrijven.. Men kan door het voederen van gedroogde bladeren bij paarden tot op zekere hoogte het hooi vervangen en op deze wijze meer eiwit voor de melkveestal beschikbaar stellen. Het meest zijnde voedermiddelen dooreen te hoog watergehalte aan bederf onderhevig. Dit mag bij krachtvoeder, als vooral oliekoeken, nooit hooger zijn dan 13 %, anders zetten zich de daarin aanwezige vetten om in glycerine en vetzuren. Daarom een droge bewaringsmethode. Verder heeft vooral een zeer nadeelige invloed een te hoog vuil- en zandgehalte (diarrhee). Daarom is het wasschen van bietenbladeren en ook van de bieten zelf van buitengewoon practische beteekenis. Wat het vermalen tot grint en gries van de graanvoeders betreft, moet men in het oog houden, dat de dieren juist een zeer fijn, stofachtig voeder lang niet zoo graag opnemen als een iets grover korrelvoeder. Alle krachtvoeders worden aan koeien, kalveren en stieren steeds droog gegeven. Voor alles is het een fout, voor kleinere kalveren het krachtvoeder inde melk te mengen, of het koeien inden vorm vaneen dunvloeibare drank te verstrekken. Men moet niet geloöven er in te zullen slagen uiteen droog voedersnijdsel een krachtvoeder te kunnen bereiden, waarbij men een grootere melkgift zal krijgen, als men dit droog voeder 24 uur van te voren weekt. Werkpaarden kunnen zonder bezwaar 5—6 kg suikerbietensnijdsel verdragen, zonder dat deze van te voren aangevochtigd zijn of op een andere manier geweekt. De bij het verkleinen van b.v. hooi uitgespaarde energie is zoo gering, dat dit practisch niet van belang is. de G. 124. BURR. Untersuchungen über die Einwirkung frischer Runkelrübenblatter auf die Beschaffenheit des Butterfettes. Molkerei Ztg. Jg. 50, pg. 3019 en 3046 C 36). Bij deze proef werd een groep van 4 koeien met gewasschen en een andere groep met ongewasschen suikerbietenbladeren gevoederd. Deze bladvoedering oefende geen enkele invloed uit op de chemische samenstelling van het botervet. Wel kwamen bij de voedering van ongewasschen bladeren afwijkingen in reuk en smaak voor. de G. 125. WEINMÜLLER & VOIGT. Untersuchungen über die Futterwirkung verschiedener Eiweiszfuttermittel. Arch. f. Geflügelk., pg. 316 C 36). Aan 6 groepen van ieder 20 kippen werd een uniform koolhydraatvoeder gegeven. Als eiwitvoeder kreeg groep 1 „Clubkraft”, een bekend Duitsch krachtvoedermiddel voor pluimvee, groep 2 Clubkraft en melk, groep 3 een mengsel van vischmeel en sojaschroot, groep 4 hetzelfde mengsel en melk, groep 5 een mengsel uit vischmeel en aardnotenkoekmeel bestaande en groep 6 hetzelfde mengsel en melk. Inde groei van de verschillende groepen zag men wel eenig onderscheid. De 2 Clubkraftgroepen bleken in lichaamsgewicht het meest te zijn toegenomen. De van schrijvers was dan ook, dat een mengsel, bestaande uit vele soorten eiwitvoedermiddelen, zooals b.v. Clubkraft is, voordeeliger in het gebruik is dan een eiwitmengsel, bestaande uit slechts 2 bestanddeelen. Een bij voedering van melk bleek intusschen aan te bevelen. de G. WIKKEN. 126. SCHWARZ & FINZENHAGEN. Untersuchungen vou Wickensamen über das Vorhandensein von schddlichcn Stoffen. Biederm. Zbl. B. Tieren. Bd. 9, Heft 2 C 37). Deze onderzoekingen betroffen het aanwezig zijn van saponine en blauwzuur in onbehandelde en met stoom behandelde zaden van de voederwikke. Het was niet met zekerheid aan te toonen, of het onderzochte materiaal saponine bevatte en of door de stoombehandeling eenige veranderingen in deze saponine optraden. De proeven met blauwzuur daarentegen vielen positief uit. In 1000 gram luchtdroog zaad werd 0,050 gram blauwzuur gevonden. Door het laten weken in water, met een daarop volgende behandeling met stoom was het in

653