is toegevoegd aan je favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 615-616, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vatten, daarmede alleen om die kwaliteit verder geëxperimenteerd zou worden. De tabak maakt een droogsoortige indruk, is helder bruin van kleur, lyn van nervatuur en goed van bladvorm, terwijl het bezwaar van bontheid geheel werd overwonnen. Mozaiek. Door toepassing van de formaline behandeling was in 19-57 de mozaïekaantastmg- belangrijk minder dan in voorgaande jaren. Enkele ondernemingen hadden last van mozaiek in het ingeboete materiaal. Dit kan niet toegeschreven worden aan het overblijven van de smetstof inden grond, daar de tabakscultuur met eenige keeren natte padi afwisselt en daarna de grond sterk wordt uitgedroogd. Waarschijnlijk werden door den grond van de uitgetrokken zieke planten de inboetelingen geïnfecteerd. Deze mozaieksoort. die lange, draadvormige bladeren kan veroorzaken, komt nog steeds in vrij ernstige mate voor. De overbrengingswijze van deze ziekte is nog onbekend. Slijmsiekte. Deze ziekte neemt de laatste jaren inde Vorstenlanden toe Er wordt getracht slijmziekte-resistente lijnen te kweeken Van het Deliproefstation en van het Depart. of Agriculture (Amerika) werden 3 lijnen ontvangen, die een zekere resistentie bezitten en waarmede verder geëxperimenteerd zal worden. Phytophthora. Het zeer weinig voorkomen van deze ziekte in 19157 Js behalve aan een goed doorgevoerde aanplant-hygiëne en aan een goeden broei van den mest, tevens aan de Timor-Vorstenlandenlijn te danken, die op de kritieke plaatsen werd geplant. Aan deze tabakslijn is mede te danken, dat veldschimmel practisch niet meer voorkomt. Steelrot. Deze ziekte, die veroorzaakt wordt door Bacillus aroideae, is zich aan het uitbreiden. Haar besmettelijkheid is veel grooter dan dié van de slijmziekte. Bemesting. De microflora inden bodem streeft altijd naar de stabiele koolstof-stikstofyerhouding (c/n) van 10. Is het c/n quotiënt grooter dan 10, dan neemt tijdelijk de nitraatconsumptie door bacteriën sterk toe. Veldproeven toonden aan, dat door onderwerken van de padistoppel achteruitgang inde bladontwikkeling als gevolg van nitraatgebrek ontstond. Ook bleek, dat hierdoor de bladlengte nadeelig werd beïnvloed, indien het stroo minder dan 0.44 % stikstof bevatte met een c/n verhouding >6O, terwijl een gunstige werking op de bladontwikkeling werd verkregen met stoppel, die ± 0.5 % of meer stikstof bevatte met een c/n verhouding <6O, niettegenstaande toch overal het nitraatgehalte van de stelen afnam. Daar men niet vooruit weet hoe het padistroo is samengesteld, levert padistoppelbemesting voor de praktijk bezwaar op. Ook ging van de meeste gevallen de brandduur wat achteruit, hoewel de aschkleur inde meeste gevallen beter leek. Het licht heeft eveneens een zekeren invloed op het nitraatgehalte van de tabak. Bij meer licht neemt het nitraatgehalte af. Uit proeven bleek, dat tabak, geplant in Oost-West rijen, beter ontwikkeld, fijner, valer, egaler en helderder was, tevens een beteren brandduur en een wittere aschkleur had, dan in Noord-Zuid rijen geplante tabak. Chilisalpeter. Bijna alle tabak bemest met Chilisalpeter werd in Indië beter beoordeeld dan de met Z.A. bemeste tabak, eveneens was de aschkleur van de met Chili bemeste tabak gem. beter. Deze betere resultaten werden verkregen met de kristalvormige Chilisalpeter, die nog verschillende nevenelementen bevat. Op een vochtigen recenten aschgrond gaf dit Chili-kristalproduct een brandverbetering, die ongeveer gelijk was aan die verkregen met kalisalpeter. Met Chilisalpeter als korrelproduct werd geen verbetering van den brand bereikt. Kalisalpeter. Daar te veel Z.A. de droogsoortigheid van de'tabak nadeelig beïnvloedt, werd nagegaan of de kali van kalisalpeter de stikstof van de Z.A. gedeeltelijk kon vervangen. Op een oudere bruingrauw grondtype bleek, dat 4 gr. kalisalpeter tabak gaf vaneen zelfde ontwikkeling maar helderder, van betere kwaliteit en brand en met minder nitraat inde stelen, dan 6 gr; Z.A., hoewel de hoeveelheid N. in 4 gr. kalisalpeter minder dan de helft is van die van 6 gr. Z.A. Werd inplaats van kalisalpeter, zwavelzure kali gegeven, dan werd dezelfde bladontwikkeling verkregen, doch de droogsoortigheid en de brandbaarheid waren minder. Stalmest. Proeven, waarbij stalmest werd vergeleken met versch ondergewerkte padistoppel, wezen uit, dat de laatste veel minder bemestende waarde heeft dan stalmest. Met 18 m3 stalmest per bw. werden de beste

770