is toegevoegd aan je favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 618, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stijgende kaligiften verkregen. Een iets minder uitgesproken effect heeft fosforzuur bij mtraatvoedmg van de plant. Aan de hand van de verkregen proefresultaten, die van veel beteekenis zijn voor de studie van het zoo gecompliceerde vraagstuk der stikstofvoeding, wordt getracht verklaringen van het mechanisme der stikstofopname bij de verschillende gewassen en van den invloed van kali en fosforzuur hierop te geven. T. v I 188. BROWN, B. E. en REID, F. R. Formamide and Ammonium formate as mtrogen sources for plants. Soil Sci. V. 41, bis. 141—uó (’*7) Ammoniumverbmdmgen van mierenzuur zouden bij het maken van 'geheTvtTStSt°f/e.n«Van bekuR kunnen ziJn- daar ze een goede strooibaarheid van de meststoffen waarborgen en bij het opslaan moeilijkheden, zooals verrotten van de zakken, voorkomen. Men heeft de waarde van deze stikna?eF «n OIS-een ldee te, krijgen van de bruikbaarheid bij samengestelde meststoffen. Bij een aantal potproeven bleken deze meststofvormen Ln’ S?mS mmder Rx?ed te voldoen dan zwavelzure ammoniak en ureum. De nieuwe meststoffen maakten dus geen slecht figuur, hetgeen men toeschryft aan omzetting in nitraat inde grond. uJt?' /.^ITBRSSfIT’ W. A. The nitrate nitrogen in the soil as influenced by the erop and the soil treatments. University of Missonri, College of iïrd ehT‘ u rlfhA 25°’ hJS' 1~26I~26- (’37)' Gedurende 12 jaren werd elk jaar herhaaldelijk de grond vaneen proefveld met verschillende •objecten bemonsterd en onderzocht op het stikstofgehalte. Dit gehalte geeft Sr-' waar°P nitraatproductie en -opname op dft oogenblik met elkaar in evenwicht waren. Duideli k kon de invloed van de gewassen worden aangetoond. De aard van het gewas maakt weinig verschilDe hangt samen met het jaargetijde. Vooral in het voorjaar is de n traatproductie groot Door grondbewerking als ploegen en eggen vergroot men de hoeveelheid nitraat inde grond sterk. De invloed van bèaldcerfje° hrstlkfofevenwicht m de grond is gering. Door stroo op de akkei te brengen drukt men het mtraatgehalte inde grond sterk ook wanneer legummosen-groenbemesting eerst werd ondergeploegd. Op de hfiden feff„ff had dlt echter invloed. Vruchtwisselingssvstemen hadden geen invloed op de hoogte van het stikstofevenwicht ,ll!l de ’QöP .van de jaren werd het nitraatgehalte van de grond op de'verte üïd-ft °deJeCten laßer' ln de did van Id J'aai' lo°Pt zooveel t van.de .gewassen onvoldoende gaat worden. stoiU tJk Untersuchungen iiber die Leistung des Ndhrat * a tickstoff, ens. Zuckerruhenbau Jrg. ip H. ? bis. 44 r’37) Naast de smkeropbrengst is bij bieten de eiwitopbrengst in 'de koppen eii ner'kf6 NV™nVff De waarde van stikstof blijkt uit de meeropbrengst P g N van 90 kg bieten per ha en ±3 kg ruw eiwit. De meeropbrengst Itfekra jfdit hgett;.|ar 6n lde Strf?k' de °ude Du’tsche bietenverbouwt eken is dit getal lager dan m de andere streken, tengevolge van bietenmoeheid van de grond. De stikstofsoorten zijn alle in staaf dfzdfdf ofrengsten te geven, wanneer men de juiste dosis en tijd van aanwending kiest. Kalksalpeter en natronsalpeter werken even goed, wanneer voldoende salpeterde„Frond aanwezig is. Op kali-arme grond geeft men beter natronsalpetei. De samengestelde meststoffen Nitrophoska of Stikstofkalkphosphaat werken even goed als de meststoffen afzonderlijk. W. V STIKSTOF OP GRASLAND. 191. TRUNIGER, E. Düngungsversuche r» 7 • tt r 1 'tuit Gulle und Stoillwiist. Lo/yiduu Juhrh dev Schwetz 52, Heft 4, hls. 367-408, (’3B). Als beste tijd van afwending van gemengde mest en gier (Gülle) wordt door de praktijk voorjaar- en zomervhnfefmeffh°UWd' TTißer, vindt als gemiddelde uitkommen over vyt jaren met gier naar 30 kg stikstof per ha gerekend’ herfst 71.2 kg hooi per are winter 68.6 „ „ voorjaar 70.8 „ verhnnfT ,Volgende serie’ waarbiJ de stikstofhoeveelheid tot 80 kg werd verhoogd, loopende over zeven jaren, was de uitkomst: herfst 78.9 kg hooi per are winter yg.g voorjaar 84.9 De conclusie van Schr. is, dat de verschillen zoo gering zijn dat de bedrijfsomstandigheden geheel als doorslaggevende factof worden be schouwd bij de beoordeehng van de tijd van aanwending van „Gülle” De invloed van sneeuw inde winter bij het uitrijden is ook nagegaan Bii

924