is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1880, no 4, 1880

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STIEBEN VAN HET NEDEELANDSCH EDNDVEE-STAMBOEK.

Door deze bekrooning heeft de stier „Nicolaas”, S. I, N°. 50, toebehoorende aan de model-boerderij te Winkel, daar de eer van het I\ ederlandsche ras waardig gehandhaafd. Hij ontving ook op de Haarlemsche tentoonstelling den 1“ prijs. Op andere inlandsche veetentoonstellingen behaalden zij dien meermalen en soms hetzelfde dier bij groote en voorname mededinging. ’ J Men mag het wel eens zeggen, het mag wel eens gehoord worden en het is eene rechtmatige trots eens op deze dieren te wijzen, omdat zij voortgebracht zijn onder de bemoeiingen van het Stamboek. Meerdere prachtexemplaren kunnen er genoemd worden en bestaan er tegenwoordig, waartegen niet ingeschreven dieren met groote moeite zouden kunnen wedijveren, en kunnen zij het al, dan is het zeker reeds een gevolg van den invloed van het Stamboek onder de nietinschnjvers. Men leert beter toezien en wil men zich niet laten inschrijven, de lust tot mededinging en tnedeijver, zooals te hopen is in goeden zin en niet ontaardende in naijver, is ontwaakt. Of is het geen vrucht van het Stamboek, dat de kat-uit-den-boom-kijkers en de beoordeelaars, toetsers, proevers en uitpluizers met provinciale voorliefde, terecht ofte onrecht, al vast beginnen hun eigen vee te onderzoeken en te verbeteren? Onder de vele schoone dieren, wier afbeeldingen moesten genomen en bewaard worden, hetgeen helaas te weinig of in het geheel niet geschiedt, wordt hier gewezen op den fraaien stier „Potter II”, S. 1., 1\ . 48, toebehoorende aan den heer Hendrik Punt, te Klundert. Uit schoone dier is onlangs op ruim 3*/2 jarigen leeftijd door den eigenaar aan de slachtbank verkocht voor /420, en woog netto 1230 B. Hij behaalde vijfmalen den 1™ prijs op onderscheidene tentoonstellingen en we! den11e“8e“ Mei 1878 te Klundert, 24 Mei 1878 te Dordrecht, te Klundert, 22 Julij 1879 te ’s Hertogenbosch en in feept. 1879 te Zevenbergen. Niet te verwonderen is het dat de eigenaar hoogst ingenoraen was met dit dier, waarom hij hel liet photographeeren en aan mij daarvan een photographie toezond, waarvan de copie aan het hoofd van dit artikel staat. Van dezen stier bestaan gelukkig eenige mannelijke afstammelingen, zoowel van in het Stamboek ingeschreven als van oningeschreven vee O a is er een van de koe „Moensje”, N°. 281, K. L, dje weder aan het btamboek ter inschrijving wordt aangeboden, waar zijne ouders reeds zoo gunstig bekend staan. De koe heeft op vee-tentoonstellingen ook reeds drie prijzen bekomen. De zoig, die de heer Punt aan de waardige afstammelingen besteed, is bewonderenswaard , en hij bekomt zoodoende een stam en een verzameling van jonge stieren, die wel waard zijn bezocht en gekocht te worden, n.l. als zij te koop zijn. Men kent de stelling van Cato: stier moet verkoopbaar, niet koopbaar zijn. Utrecht, 30 Jan 1880. EENE OUDE DOCH NOG WEINIG BEPROEFDE BEKENDE. In N°. 24 van de Algemeine Illustrirte Zeitmg van dit jaar vond ik onder dan titel van: ~ein waldfruchtbaum” een opstel van den Heer E. Geijer, opperhoutvester in Karlshafen a/d Weser, dat mij belangrijk 4*

51