is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1887, no 2, 1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NATUtTEI; IJ KE WEIDEN.

De methode, die waarlijk aanprijzenswaardig is, is die waarbij men het zaad uitkiest of uitzoekt, en wel met het oog op de ligging, de bestanddeelen van den grond, enz. De landbouwer, die zelf goede en goed onderhouden weilanden heeft, kan zelf zijn zaad winnen, als hij maar een lapje grond daarvoor afzondert en daar het gras in ’t zaad laat schieten. Maar in dat geval moet hij dat stuk bijzonder nauwkeurig wieden en zorg dragen alleen van die soorten zaad te winnen, die hij wenscht aan te kweeken. Als het nieuwe weiland moet komen op een stuk grond, dat reeds als weiland gediend heeft of als het geheel dezelfde soorten moet bevatten, biedt deze handelwijze het voordeel aan vaneen mengsel van zaad, dat zoo geschikt mogelijk is voor de gesteldheid van den grond en is er dus alle kans dat men slagen zal. Als men deze handelwijze niet wil opvolgen, moet men zich wenden tot een vertrouwden graanhandelaar, terwijl men zorg draagt, dat men het mengsel van zaad aanduidt dat men wenscht te gebruiken. Als het weiland voor hooien bestemd is, is het goed soorten uitte kiezen, die ongeveer tegelijkertijd bloeien, terwijl als men het voor weiden bestemt het goed is soorten te kiezen, die achtereenvolgens en niet tergelijkertijd bloeien. Men moet niet te zuinig op het zaad zijn. Karigheid op dit punt is volstrekt niet aan te raden; het is bepaald voordeelig dicht te zaaien en het land goed te bedekken, want dit is een waarborg tegen het opkomen van onkruid en de onkosten zijn onbeduidend als men nagaat dat het weiland een onbepaalden duur zal hebben. Men bevordert den snellen groei van het jonge gras als men mest gebruikt die snel werkt. Het is aanbevelenswaardig en wordt altijd met voordeel gedaan om het jonge weiland, in het voorjaar, dat op de bezaaiing volgt met een vooraf gereed gemaakte compostmest zoo gelijkmatig mogelijk te bestrooien. Daardoor wordt het uitstoelen van het gras bevorderd en zal dit krachtig groeien. Als het weiland eenmaal gereed is, is het niet verstandig het nu maar zoo te laten liggen, het eischt dringend zorgen, die wij met aandrang aanraden er aan te wijden, want zij zijn niet alleen noodig voor pas aangelegd, maar zoo voor elk ander weiland en men kan niet ontkennen, dat in sommige streken het onderhoud der weilanden veel te wenschen overlaat. Zooals wij opmerkten beslaan de weilanden eene oppervlakte van 365 805 hectare, waarvan de totale opbrengst niet nauwkeurig kan aangegeven worden, daar een gedeelte er van voor het hooien gebruikt wordt en de rest voor weide. Als wij nu de gemiddelde opbrengst aannemen door de statistiek aangegeven, n.l. 4424 kilo per hectare, dan zouden onze weilanden jaarlijks 16 183 213 centenaars (100 kgr.) hooi kunnen opbrengen. En kan deze opbrengst als voldoende beschouwd worden? "Wij vinden van niet en zijn er van overtuigd, dat men de opbrengst aanmerkelijk zou kunnen vermeerderen, als men aan de weilanden meer zorg besteedde en zoodoende een zeer gewenschte vermeerdering van veevoeder zich verschafte. Als men b.v. de opbrengst van 4400 kgr. op 5000 kgr. brengt en dit schijnt ons zeer uitvoerbaar zou men de

27