is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1887, no 11, 1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE JTJTLAKDSCHË PLAHTHARK,.

welke 2 jaren in ’t zaaibed bleven staan, wordt zeker door menigeen niet vermoed en daarom heeft de ondergeteekende een vergelijkend onderzoek naar de ontwikkeling der 2jarige verspeende en ' 2jarige onverspeende grove dennen ingesteld, ten einde die grootere waarde door getallen te kunnen uitdrukken. Alle plantjes, welke voor dit onderzoek gebruikt werden, waren van hetzelfde zaaibed afkomstig en de bedden waarop een gedeelte dezer plantjes in het voorjaar van 1887 verspeend werd, waren inde onmiddellijke nabijheid van het bewuste zaaibed gelegen (1). Zoowel van de verspeende als van de onverspeende planten werden in ’t begin dezer maand 80 stuks met de grootst mogelijke zorg gerooid, vervolgens gedurende verscheidene dagen gedroogd en daarna zooveel mogehjk van het aan de wortels hangende zand gezuiverd. Zoowel van de verspeende als van de onverspeende grove dennen werden de 20 krachtigste en de 20 het minst gunstig ontwikkelde planten uitgezocht; de 40 overblijvende planten van ieder partij vertoonden onderling slechts weinig verschil en waren dus bij uitstek geschikt voor een dergelijk vergelijkend onderzoek. Het gewicht (per stuk) der krachtigste, der middelmatige en der minder gunstig ontwikkelde planten wordt door onderstaande cijfers uitgedrukt: Verspeende planten. Onverspeende planten. Krachtig ontwikkelde 7.7 gr, 4.9 gr. Middelmatig „ 3.7 „ 2,5 „ Minder gunstig „ 2.5 „ 1-4 „ De 80 verspeende plantjes wogen gemiddeld 4.4 gr. per stuk; de 80 onverspeende grove dennen daarentegen slechts 2.7 gr.; heimeerdere gewicht der verspeende plantjes bedroeg dus 63 pCt. van dat der onverspeende. De stammetjes der bijzonder gunstig ontwikkelde onverspeende planten waren circa een cM. langer dan die der krachtigste verspeende planten; de lengte der middelmatige onverspeende grove dennen was daarentegen nagenoeg gelijk aan die der middelmatige verspeende planten, Tusschen de lengte van het wortelnet der verspeende en onverspeende planten bestond geen aanmerkelijk verschil; het wortelnet der verspeende planten was echter meer ontwikkeld en sterker vertakt dan dat der onverspeende, hetgeen uit het volgende blijkt: Zoowel de middelmatige verspeende als de middelmatige onverspeende planten werden doorgeknipt, teneinde het gewicht van het wortelnet afzonderlijk te kunnen bepalen; dit gewicht bij de 40 verspeende planten 31 gram of 20 pCt. van het totale gewicht en bij de onverspeende IG'/a gram of 16 Va pCt. van het totale gewicht, De gunstigere ontwikkeling van het wortelnet der verspeende planten valt nog meer in 'toog wanneer men het wortelgewicht uitdrukt in percenten van het gewicht der plantjes zonder naalden: dit getal bedraagt voor de verspeende planten 56 en voor de onverspeende 43. (1) i)e planten werden gekweekt op een tamelijk drogen en schralen zandgrond.

164