is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1890, no 7, 1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEOENVOEDER PERSEN.

die het ijzerwerk voor deze pers levert. We willen hiermede geenszins beweren, dat nu op eenmaal het hooien van gras of klaver, door het in groenen toestand persen en zoo bewaren vervangen zou behooren te worden, maar wel, dat goed behandeld, het persvoeder de voorkeur verdient boven slecht gewonnen hooi. Het vee zal er beter door gevoed worden en meer opleveren, terwijl het waarschijnlijk nauwkeurige, vergelijkende proeven, waarbij alle kosten en winsten in aanmerking zijn genomen en die uit den aard der zaak hoogst moeilijk ten uitvoer te brengen zijn, vooral wanneer ze niet op te kleine schaal genomen en lang genoeg volgehouden worden, ontbreken nog ook meer zuivere winst zal opleveren. Zooveel heeft de ervaring reeds geleerd, dat voor 3 kilogr. ingemaakt (geperst) voeder niet meer gras of ander groen gewas noodig is dan voor 1 kilogr. hooi, terwijl het eerste, wanneer het persen goed gelukt is, meer met het gras, dat het vee inde weide zelf verkrijgt, overeenstemt dan hooi. Het is b.v. reeds opgemerkt, dat boter van koeien, als deze geperst voeder kregen, meer op grasboter geleek, dan wanneer men ze hooi gaf. De twee, naar ons inzien grootste bezwaren aan de persmethode verbonden, de groote oplettendheid en zorgvuldigheid gepaard aan overleg die zij vereischt en ook het niet onaanzienlijke verlies trouwens bij het winnen van hooi bij ongunstig weder eveneens groot aan onbruikbaar voeder langs de buitenkanten der mijten en, wanneer het voeder nat opgetast wordt, aan voedende bestanddeelen, die alsdan inde bruine uitgeperste vloeistof verloren gaan, deze bezwaren zijn zeker vooreerst nog niet gering te achten. Maar ze zullen met den tijd en wanneer het persen van groenvoeder nog meer algemeen mocht worden, van zelf zeer verminderen door meerdere oefening en ervaring en door verbeteringen, die ongetwijfeld nog inde methodes van persen zullen worden aangebracht. Nu reeds is aan de laatste veel nadenken en scherpzinnigheid gewijd: het groote aantal nu reeds bestaande stelsels, waarvan wij vroeger reeds de voornaamste opnoemden, geeft daarvan overvloedig de bewijzen. Omtrent eene bijzonderheid betreffende het in het vorig opstel meer uitvoerig beschreven stelsel van den heer Ahrens, hier nog een enkel woord. De heer Stout maakte ons de opmerking, dat hierbij de 1 meter dikke laag stroo tot dekking der mijt gebezigd, nog al kostbaar is. Dit valt niet te ontkennen, doch zeer bezwarend is dit niet, omdat eerstens het stroo niet verloren gaat en ten tweede het groenvoeder boven op de mijt er beter door bewaard wordt. Kon men de geheele mijt op eene dergelijke wijze van de lucht afsluiten, dan zou het voorkomen van verlies aan voeder zeker ruimschoots de rente van de gemaakte onkosten dekken. Ter wille van de onpartijdigheid voegen we hier gaarne bij, dat het voor de pers van Blunt benoodigde ijzerwerk, vereenvoudigd model, kettingsysteem (1), aanmerkelijk goedkooper geworden is, nl. f35 in plaats van f72 voor één stel hefboomen. (Dein een langen ijzeren staaf bevestigde maximaal-thermometer, noodig voor (1) Waarin de «vereenvoudiging” van dit systeem bestaat wordt niet vermeld.

104