is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1891, no 5, 1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PHOSPHOKZDRE KALK IN HET VEEVOEDER.

Yerhaltnisse unter denen seine Yerabreichung besonders empfehlenswerth ist” tot bet resultaat, dat het onderzoek der voedermengsels voor onze huisdieren, voornamelijk voor jonge dieren en melkkoeien, op het gehalte aan phosphorzure kalk noodzakelijk is. De volgende opmerkingen uit het geschrift van Dr. Brümmer mogen hier medegedeeld worden: „Wij moeten als oorzaak van deze gevaarlijke ziekte der jonge dieren (Rachitis) alsmede als de hoofdzaak in verreweg de meeste gevallen, de armoede van het bloed aan kalkphosphaat aanzien, hetgeen veroorzaakt wordt: a) door het toedienen van voeder, dat zeer arm is aan kalkphosphaat; b) door het geven van voeder dat moeilijk verteerbaar of ook rijk aan kali is; c) door chronische (slepende) ziekte der verteringsen assimilatieorganen en d) door de aanwezigheid van groote hoeveelheden zuur inde verteringsorganen, ten gevolge waarvaan eene vermeerderde afvoering van kalkzouten plaats vindt of indigesties ontstaan.” Uit belangwekkende voederingsproeven met houtasch en beendermeel voor varkens, die aan de landbouw-proefstations van de Universiteit Wisconsin ten uitvoer gebracht zijn (vergel. Maandblad 1890, n°. 10 en 11) werden o. a. de gevolgtrekkingen gemaakt, dat door eene toegift van beendermeel en ook van houtasch in het voeder de sterkte der bovenarmbeenderen verdubbeld werd en dat de beenderen van op zulke wijze gevoede varkens 50 pCt. meer asch bevatteden dan van varkens die de bedoelde toegift niet ontvingen. (Men zie verder ook Maandblad 1890, n°. 4. Red. M.) LANG YOEDER OF HAKSEL? door Dr. J. BRÜMMER te Jena. Onderstaande korte opmerkingen over deze veel besprokene en meestal onjuist behandelde kwestie, diene tegelijkertijd als antwoord op eene mij onlangs gedane vraag. 1. Het ruwe of lange voeder, voornamelijk het stroo, moet voor het rundvee aan baksel gesneden worden: a) wanneer men de grootst mogelijke hoeveelheid ruw voeder door het vee wil doen verbruiken en dus te gelde maken, dus meer dan het gewoonlijk vreet. Dit bereikt men zooals men weet daardoor, dat men baksel met goed smakende voedermiddelen, dus voederkoeken, gekneusd graan, wortelgewassen enz. vermengt; b) wanneer het onbereide ruwe voeder ongezond, beschimmeld, uit veel zure grassen enz. bestaat en door broeiing of stoomen geschikter en smakelijker gemaakt moet worden (?); c) voeder dat op zich zelf zeer hard is, b.v. koolzaadstroo, paardenboonenstroo, riet (?) moet men reeds daarom tot baksel snijden om het gebruik er van voor de dieren gemakkelijker te maken; d) men zal steeds minstens zooveel baksel moeten voederen als noodig is tot vermenging met krachtvoedermiddelen en voornamelijk zulke, die betrekkelijk veel zetmeel bevatten, zooals het graan, of zulke waarvan de voedende bestanddeelen in ruwe oelstof (houtvezelstof) opgesloten zijn, zooals dit bij de zemels het geval is.

75