is toegevoegd aan je favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 2, 1933-1934, no 11, 28-12-1933

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Donderdag 28 Dec.

No. tl 2e Jaarg. 1933.

Maakt regeering en volksvertegenwoordiging Uw nooden kenbaar

VEERTIENDAAGSCH ORGAAN VAN DE NATIONALE BOND LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ Onder redactie van het Dagelijksch Bestuur. Secr. der Redactie: Jac. ter Haar Ezn., Ruinerwold, aan wien alle stukken moeten worden gericht. Abonnementsprijs voor leden f 1.- p. laar. Niet-leden f 2—, – Advért. en abonnem. in te zenden aan Drukkerij J. A. Boom & Zn., Meppei

Leert economen en politici den landbouw beten begrijpen'—

lAMDDOtW EN MAATSCHAPPIJ

Economische kennis kan slechts voor 25°|0 aan boeken worden ontleend,doch moet voor 75°1„ worden verkregen door waarnemingen der praktijk

Dit nummer bestaat uit zes bladzijden. EERSTE BLAD. Uitknippen en bewaren s.v.p. Verschijndata „Landbouw en Maatschappij” Eerste halfjaar 19341 11 Januari. 25 8 Februari. 28 Maart. 22 „ S April. 19 3 Mei. 17 31 14 Juni. 28 Advertenties uiterlijK op Woensdagavond voor verschijndatum posten aan het adres: J. A. BOOM 6 Zn., Meppel. Tel. Interc. No. 2036. Post Giron. 6864. Op de enveloppe of briefkaart duidelijk vermelden: Voor Landbouw en Maatschappij. Officieels mededeelden. Friesche Agrarische Bond, Bestuursvergadering op Vrijdag 15 Dec. 1933. Aanwezig alle leden en de adviseur, de heer Sijbesma. Tot voorz. en vice-voorz. worden Ibij acclamatie gekozen resp. de heeren Ooster-Ihoff te Nijega en G. Ruiter te Knijpe. Secr. jen pennm. blijven in functie en als adj.-secr. wordt aangewezen de heer D. de Boer te BUja. f. De heer Veilinga brengt een uitvoerig Verslag uit van de gehouden Hoofdbestuursvergadering van den Nat. Bond. Men was algemeen van oordeel, dat, om een krachtig nationaal verband te krijgen, de provinciale Bonden meer en vaker met elkaar in contact Imoeten komen. Bij ’t dagelijksch bestuur van C‘. en M. zal er op worden aangedrongen, of vaker hoofdbestuursvergaderingen te houden, óf ’t dagelijksch bestuur met meer provinciale afgevaardigden uitte breiden. Voorts was Imen van oordeel, dat men voor Friesland de uitvoering van en ’t adviseeren voor verschillende regeeringsmaatregelen, gerust aan de technische organisaties kan overlaten. 1 De pennm, doet hierna verslag over de financiën, waaruit blijkt, dat de kas weliswaar is versterkt, maar ook inde toekomst nog steeds de volle aandacht verdient. De propaganda wordt besproken en besloten, dat op dezelfde wijze zal worden doorgegaan. Ten opzichte van sprekers wordt geen definitief besluit genomen. Men is van oordeel, dat bij blijvende weigering van de A.V.R.O;, voor het doen bespreken van landbouw-economische onderwerpen voor den microfoon, geadviseerd moet worden, het lidmaatschap dier vereeniging op te zeggen. Overijsselsche Boerenbond Hoofdbestuursvergadering te Zwolle op Maandag 11 December 1933. Na opening en afhandeling dar gewone inleidende formaliteiten komt aan de orde: bespreking van het in te nemen standpunt t.o.v. de N.S.B. Het Bestuur onderschrijft het inge|:omen standpunt van het Nat. Bestuur volkomen. Vervolgens wordt de nieuwe mestregeling Ivan varkens besproken. Uit ©en door den secretaris bij de afdeelingen ingesteld© enquête bleek voldoende, dat er sterke oppositie tegen dit besluit gaat komen, al zullen de gemoederen een weinig tot bedaren zijn gekomen doordat het „ultimatum” van 1 Jan. is verplaatst naar 1 Maart. Ingekomen is een schrijven van den heer G. Wesseis, hoofdbestuurslid van onzen bond, dat hij zich gedwongen ziet, wegens ernstige huiselijke omstandigheden te moeten bedanken als lid van ons bestuur. De vergadering spreekt haar leedwezen uit over dit besluit van den. heer Wesseis en is van oordeel, dat getracht moet worden den heer W. toch nog als H.8.-lid te behouden. Een ingekomen schrijven, behelzende het organiseeren vaneen groote vergadering in. een der groote plaatsen van de provincie, wordt na eenige bespreking aangehouden tot een volgende vergadering. Uit den boezem der vergadering gingen stemmen op, dat de landbouw nog steeds onvoldoende profiteert van de genomen steunmaatregelen, ondanks het feit dat het landbouwerisisfonds groote inkomsten heeft. H. KOOL, secr.

Bij de jaarwisseling. .Wederom nadert een jaar zijn einde. 1933 slaat op het punt, plaatste maken voor 1934. Dit geeft ons aanleiding een ©ogenblik stil te staan bij wat het ten einde spoedende jaar bracht voor onzen landbouw, voor onze beweging en voor ons blad En ook bij wat wij hopen, dat het komende jaar ons brengen zal. De toestand van den landbouw. Inde eerste plaats iels over den landbouw. 1933 kan met recht een zonnejaar worden genoemd. De opbrengst en kwaliteit der gewassen waren dan ook meerendeels zeer bevredigend. Het financieele resultaat, ofschoon ongetwijfeld verbetering Is ingetreden, liet echter nog veel te wenschen over. Een jaar geleden betoogden wij', Üat, zal aan de landbouwende bevolking recht worden gedaan, er andere denkbeelden moesten post vatten bij de Regeering en bij het niet-landbouwende deel van ons volk. Beide moesten getrokken worden uit de verkeerde sfeer, waarin men met zijn opvattingen gevangen zat. Met voldoening moet worden geconstateerd, dat de Regeering inderdaad ineen andere sfeer is gekomen. Het na de verkiezingen opgetreden kabinet heeft niet lang geaarzeld, op landbouwgebied belangrijke maatregelen te nemen. Ofschoon de genomen maatregelen nog allerminst voldoende zijn, om den landbouw te geven wat hem toekomt en wij uitbouw dier maatregelen tot het door de Boerenbonden voorgestane systeem hoogst wenschelijk achten, zoo erkennen wij toch gaarne, dat de Regeering in onze richting is gegaan. De hoop is bij de landbouwers dan ook beginnen te herleven. Em het is zaak, de Regeering zooveel mogelijk te steunen door alleen opbouwende critiek uitte oefenen Zulks is temeer noodig, nu zich inde laatst; maanden een actie bqgint te ontwikkelen die er meer OjP gericht Is, den verleenden steun in te krimpen dan daaraan de noodzakelijke uitbreiding te geven, ■ Actie tegen den landbouwsteun. Deze actie komt eensdeels uit de kringen der Rotterdamsche Handelshoogeschool, anderdeels uit induslrieele kringen en vindt baar spreekbuis mede in onze groote pers. Wij weten niet, wat wij bij deze actie het meest moeten laken. Of het gebrek aan sociaai gevoel, waardoor men vrede heeft met het bestendigen vaneen toestand, welke hen, die van landbouwarbeid moeten leven, tot de slaven der andere bevolkingsgroepen heeft gemaakt. Of het gebrek aan kennis van de bestaande toestanden, zoodat men niet heeft begrepen, wat zich inde laatste jaren inzake de verhouding tusschen stad en platteland heeft afgespeeld. Of het onverstand, gevolg vaneen zeer verkeerde maatschappijbeschouwing, hetwelk ertoe zal leiden, dat, nu onze buitenlandsche hulpbronnen ons voor een groot deel ontvallen, wij ook nog onzen bodem zouden verwaarloozcn. Gelukkig ziet de Regeering en wel speciaal de Minister-president de zaak beter in. Niettemin vreezen wij van de actie gevolgen, welke èn voor onzen landbouw èu voor onze geheel© welvaart noodlottig zullen zijn. Daarom is het misschien nooit noodzakelijker geweest dan thans, dat -onze landbouwende bevolking zich als één man te weer stelt tegen de gevaren, die dreigen. Zij' heeft het recht en het gezonde verstand aan haar zijde. Dit

is edhter niet voldoende. Zij' moet daarvan zelf ook zoo sterk overtuigd zijn, dat zij bereid is alles te doen wat noodig is, om deze overtuiging over te dragen op anderen. Politieke en economische scholing en leiding, ziedaar wat onze landbouwende bevolking ontbreekt. Haar die te geven heeft bij de oprichting der Boerenbonden voorgezeten. Onze beweging in 1933. En zoo komen wij tot de geschiedenis onzer beweging. Deze heeft zich in het afgeloopeu Jaar krachtig uitgebreid .en verstevigd. Vooral dit laatste was noodig, om te voorkomen, dat zij werd tot een uit zijn kract t groeiende» jongeling. Vooral inden verkiezingsstrijd had dit noodlottig kunnen zijn. Velen in onze gelederen hadden niets liever gezien, dan dat wijl met eigen candidaten waren uitgekomen. Zij, die meer ervaring hadden, in dezen, waarschuwden daarvoor en hebben het pleit gewonnen. Thans zullen er weinigen zijn, die dit betreuren. Wijl hebben ons door onze politieke actie oneindig meer invloed verzekerd dan het geval zon zijn geweest, indien wij als politieke partij waren opgetreden en 1 of 2 Kamerzetels hadden veroverd, Intusschèn heeft, df u verkiezingsstrijd ons twee dingen geleerd. Inde eerste plaats, dat onze politieke partijen het verband met de maatschappij' ten eenen male kwijt zijn. Wie dit nog niet wist, vindt het overtuigende bewijs inden ommezwaai bij* de Vrijzinuig-d euro craten na de verkiezingen. En inde tweede plaats, dat onze boerenstand aan niets meer behoefte heeft dan aan voorlichting op economisch en politiek gebied. Velen toonden tot dusver van de economische en politieke vraagstukken niets te begrijpen, waardoor zij1 noodwendig een speelbal moesten worden van de politieke partijen, die met de boeren konden doen wat zij wilden. Onze gcheelc actie is er op gericht daaraan een einde te maken. Door onze lezingen, door onze cursussen in* economie en voorat door ons blad. > ' Ons blad in het afgeloopeu jaar. Als wij daaraan enkele woorden wijden dan mogen die gerust hierop neerkomen, dat ons blad in verschillende opzichten een succes is geweest Het heeft er niet weinig toe bijgedragen, dat de inzichten bij onze leden zijn verhelderd. En ook vleien wijl ons, dat, juist door de politieke actie, die wij voeren, aan ons blad in niet-landbouwende kringen meer aandacht wordt geschonken dan inden regel aan landbouwbladen ten deel valt. Alles wel beschouwd, is er dus veel, dat ons tot zekere tevredenheid mag stemmen. Mits wij maar één ding goed bedenken. Namelijk, dat wij nauwelijks staan aan het begin van onze actie. Wijl hebben nog het moeilijkste van onzen strijd voor den boeg. Als onze boerenstand zich niet als één man te weer stelt, loopt hij gevaar bet weinige, dat hij' in bet afgeloopeu jaar heeft bereikt, weer te verliezen. De toestand is veel gevaarlijker dan menigeen denkt. Laten allen, die tot onze organisatie zijn toegetreden, dit bedenken. Zi| zullen alles moeten doen wat‘in hun macht is om het bestuur in staat te stellen, propaganda te maken naar binnen en naar buiten. Naar binnen om te komen tot krachtige samenwerking van allen, die van onzen landbouw moeten leven. Naar buiten door invloed uitte oefenen op de groote en stedelijk© pers en daardoor op de publieke opinie. Als wij'maai* voortdurend op hetzelfde aambeeld gaan hameren, zal geen fatsoenlijk mensch op den duur de oogeu kunnen sluiten voor

het feit, dat ondanks den regeeringssleun de boeren voor hun producten slechts 80 pet. van den vooroorlogschen prijs ontvangen, terwijl zij hun arbeiders met 150 pet. en de producten en diensten van ‘tal van andere bevolkingsgroepen met om en bij de 200 pet, van voor den oorlog moeten betalen. iWlj zullen het hierbij laten. Moge het jaar 1934 voor onze leden en voor onze lezers een gelukkig jaar worden en moge dit jaar er toe bijdragen, dal men in andere kringen de positie van den boerenstand beter leert begrijpen. Daarmede zal niet alleen het belang van den boerenstand gediend zijn, maar ook bet belang van pos geheele volk. i BESTUUR EN REDACTIE^ Ons Propagandafonds Kerstmis en Oudejaar! De laatste verantwoording in 1933. .Wanneer onze lezers deze korte ontboezeming onder de oogen krijgen, is Kerstmis weer voorbij. De Kerstdagen, onze Christelijke feestdagen, die meer dan eeniges andere feestdag, ieder jaar opnieuw zoo bijzonder op ons gemoed werken, die ons telkenjare weer bomen vertellen van /een Blijde Boodschap. Juist in deze dagen heerscht er zoon bijzondere geest van vriendschap en eensgezindheid en heeft men dat gevoel van eenheid, «lat de meest losse familiebanden weer iets vaster aanhaalt, sterker dan eenig ander feestdag ineen jaar. Kerstmis en Oudejaarsavond, met de dagen er tusschen, zij stemmen ons allen tot nadenken en er komt iets meer van diè Christelijke naastenliefde over ons, welke zoo noodig en noodzakelijk ook in alle andere dagen des jaars ons wat meer moest bezielen. De laatste dagen des jaars, zij stemmen ons tlot (weemoed en tot overdenking. In gedachten gaan we al de gebeurtenissen inde achter ons liggende dagen van het jaar bijlangs en staan we stil bij al hetgeen ons vreugde bracht, maar ook bij wat ons verdriette, bij onze goede daden, maar ook bij hetgeen we verkeerd, half of niet deden. Op deze plaats en in dit kort bestek willen wij' daarover echter niet verder uitweiden, maar bij de eigen organisatie blijven. Dan kunnen wij zien we achter ons en maken wij' een vergelijking met het Vorige jaar met voldoening op den afgelegden weg terugzien. Velen, die zich eerst onze tegenstanders waanden, kwamen tot ons, vele ideeën door onze beweging gepropageerd, schoten wortel bij personen, waarvan wij als plattelanders het moeten verwachten. 1933 is voor onze organisatie een goed. jaar geweest. 1933 heeft aangetoond, dat onze beweging veel en nuttig werk kan doen. Er ligt nog een groot, maar ook een noodzakelijk werk voor onze organisatie klaar. Het spreekt van zelf, dat zulk werk financieele offers vraagt, maar deze kunnen op evenredige wijze worden opgebracht inden vorm van vrijwillige bijdragen. Wilt gij, die tot heden nog geen bijdrage gestort mocht hebben in ons propagandafonds, over het bovenstaande eens denken? Nog resten u dit jaar enkele dagen om uw verzuim goed te maken. Bedenkt daarom of het niet uw plicht is en bovendien een goede daad, dat ge, vóór Oudejaarsavond is gearriveerd, vóór twaalf klokkeslageu het jaar 1933 hebben uitgeluid, een bijdrage stort op het gironummer 19 2357, ten name van J a c. t er II aar Ez. te Rniinerwiodd, óf teekent op de u inde aïdeelingen aangeboden lijsten. Een bijdrage voor ons Nationaal Propagandalonds, ingesteld door het Dag. Bestuur, gevormd door vrijwillige bijdragen. Dat fonds kan, mits sterk gemaakt door uw aller bijdragen, uw bestuur in staat stellen steeds krachtiger tegen de onjuiste, onwaardige en misleidende bestrijding van den landbouwsteun, te velde te trekken. Daarnaast kan door de leiding inten-

INGEZONDEN MEDEDEELING. Aan onze medewerkers. Het is ons een behoefte allen, die lil 1933 op de een of andere wijze hebben! bijgedragen tot don uitbouw van ons blad, hetzij' door het leveren van artikelen, hiel* zij door het maken van propaganda, daar* voor hartelijk dank te zeggen, terwijl wif den wensen uitspreken, dat in 1934 de samenwerking even aangenaam mag zijiï als dit in het ,nu afloopende jaar het ge* val is geweest. t DE REDACTIE.' ■ ■'« Bij stortingen per giro gelieve men steeds duidelijk: te vermelden, voor welk doel het éeld bestemd is. JAC. TER HAAR, Ons insigne. Het doet ons genoegen te kunnen mei* dedeelen, dat uit talrijke afdeelmgcn bestellingen (soms 175 tegelijk) binnenkomen voor den in bet vorig nummer aangekondigden wandkalender. Niet m o gelijk is het, dat alle leden, die een kalender bestelden, reeds op 1 Jan. a.s. er gebruik van kunnen maken. Het drukken en verzenden vraagt —* mede doordat ook de Kerstdagen er tus* seben zijn gevallen nog eenigen tijd. Inden voorraad komt voorts al eelt groot gat, zoodat wij hen, die nog een „insigne inde huiskamer’' wensclieu, dringend aanraden omgaand hun bestelling te doen. ( Men kan dit doen bij den plaatselijken agent of afdeelingssecr., die wel voor doorzending zorg dragen. \ Men kan ook rechtstreeks aan ons Bureau bestellen, vooral uil die plaatsen',, waar nog geen afdeeling is. In dit geval verzoeken wij beleefd het geld vooruit te zenden en dan evenals we nu soms reeds ontvingen, wat extra voor ons pro* pagandafonds. Alle bestellingen worden zooveel moaeliik op volgorde uitgevoerd. " DE BONDSSECR. sieve propaganda worden gevoerd en de doelstellingen, welke wij allen onderschrijven, in ruimeren kring worden verdedigd, waardoor ontegeuzeggelijk meerdere uitbreiding zal volgen. Het schept voorts misschien de mogelijkheid ons bind ineen weekblad te veranderen. Moge de volgende verantwoording, do eerste in 1934, het bewijs leveren, dat bovenstaande wenschee een gewillig oor, hebben gevonden en dat het jaar 1933 een gunstig slot voor ons fonds heeft gevormd. AVij ontvingen onderstaande bijdragen inde afgeloopen veertien dagen, waarvoor onzen hartelijken dank: Afd. B Dr. 8.8. f 53,60; afd. G. Dr. 8.8, f2O: A. T. te R. f1; H. T. te R. f 1.10; A. P. te R. f2; R. T. te R. f2.50; N. N. te Rj, f2.50; H. H. te A. f2; F. T. D. te O. L. f1; Wi. M. A. te T. fl; A. J. H. te B. f1; P. J. A. te G. fl; afd. B. Gr.8.8. f67 50; R. H. te S. fl; afd. Dr. 8.8. te D. f50.50; K, J. te S. ft; afd. Dr. 8.8. te Wi. f58.85; ü. D te F. f2.50; E.d. B. te U. f1; P. K te B fl; E. t. H. te R. f5; E. L. te R. f 150; E. J. B. te E. f5; afd. Gr.8.8. te W f6O; afd. Dr. 8.8. te N. f2B; D. S. H. te W|, f2.50; afd. Dr. 8.8. te B. f3O; afd. Gr.8.8. tem f73.50; afd. Gr.8.8. te O. f2,50 J. v.d. M. f0.50; Wl A. f 0,50; L. H. f0 50; J. H. F. f 1.50; J. D. B. f0.50; Ml. Wi f0.50; C. H. fl; P. H. fl, allen te H, (Fr.); afd. B. Gr.8.8. f 149.50; afd, Dr. 8.8. f 19. Totaal f 587.05. De Boudssecr.-pen.n,