is toegevoegd aan je favorieten.

Nederlandsch weekblad voor zuivelbereiding en -handel; orgaan voor zuivelbereiders en handelaren in zuivelproducten, jrg 57, 1951, no 34, 21-08-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

#^ÉÉÉÉêÉsa

Coöperatieve Zuivel vereniging „Zuid-Nederlandse Zuivelbond” G.A. (C.Z.N.Z.) Op Dinsdag 28 Augustus a.s. houdt de Coöp. Zuivelver. „Zuid-Nederlandse Zuivelbond” G.A. een Algemene Vergadering in het Harmonie-Theater, Ramstraat 5, te Roermond, des namiddags te 3 uur. —o— Algemene ledenvergadering van het Kaascontrólestation „Noord-Holland” Nadat de voorzitter, de 'heer G. Nobel, zijn voldoening had uitgesproken over de grote belangstelling, waarin de Alkmaarse kaasmarkt zich geregeld mag verheugen, en waarin hij een grote propaganda meende te ontdekken voor onze kaas in het algemeen, opende hij de vergadering van het kaascontrólestation „Noord-Holland”, die Vrijdag j.l, werd gehouden in het Landbouwhuis te Alkmaar. Notulen, ingekomen stukken en mededelingen werden in ijltempo afgehandeld en ook het bestuursvoorstel tot wijziging van art 4 en art. 14 van het Huishoudelijk Reglement, dat nodig was in verband met de invoering vaneen nieuw contributieschema, gaf geen aanleiding tot discussie. Anders stond het met de vaststelling van de bijdragen der leden per 100 kg kaas over 1951. Deze bijdrage moest worden vastgesteld aan de hand van het nieuw ontworpen gedifferentieerde contributieschema. De heer Akkerman uit Schoorl begon met te verklaren, dat hij voorstander was vaneen gelijke omslag per kg kaas. De heer Oosterkamp uit ’t Zand wilde openbaarmaking van de cijfers op grond waarvan de bijdrage van het Botercontrólestation was vastgesteld en hij vroeg zich af of de kosten van het kaascontrólestation niet te hoogwaren opgevoerd. De discussie, die zich hierover ontspon, liep alleen over de publicatie der cijfers en het slot was, dat van bestuurszijde werd toegezegd, dat deze inde wintervergadering aan de leden zouden worden medegedeeld. Daarvoor was echter onder alle omstandigheden eerst overleg nodig met het Botercontrólestation. De heer De Boer uit Burgerbrug Wilde graag weten, hoe de contributieheffing plaats heeft aan de andere kaascontrólestations. Ir de Waal, directeur van ’t Kaas-

contrólestation „Noord-Holland”, deelde in het kort mede, dat men in Friesland is begonnen met een omslag per 100 kg, maar dat daar sedert jaren geen contributie meer wordt omdat de gelden, die aan boete worden betaald, de gehele exploitatie dekken. Bij het Kaascontrólestation Zuid-Holland-Brabant wordt aan het eind van het boekjaar bepaald hoeveel geld er nog te kort is, wanneer alle boetegelden inde exploitatierekening zijn verwerkt. De heer De Boer zag niet in, waarom de kleine fabrieken per kg meer zouden moeten betalen dan de grote en hij meende verder, dat het Zuidhollandse systeem ook in Noord-Holland behoorde te worden gevolgd. Dhr Ir Kranen, secretaris van de Bond van Coöp, Zuivelfabrieken, was van oordeel, dat, waar men hier te maken heeft zowel met particuliere als met coöperatieve fabrieken een gelijke omslag als ongewenst moet worden beschouwd. Het was billijk de kosten zodanig te verdelen, dat de werkelijk voor een fabriek gemaakte onkosten ook door die fabriek werden betaald. Het vorige dat jarenlang zonder critiek werd uitgevoerd, vond inde vorige vergadering plotseling grote tegenkanting van de zijde der kleine fabrieken. Nu het nieuw ontworpen systeem blijkt tegen te vallen voor de kleine fabrieken, behoort dit geen aanleiding te zijn het te laten vallen. Hierna werd het nieuwe contributiesohema zonder stemming aanvaard. Perspublicaties Bij de rondvraag uit de heer Kuipers uit Julianadorp zijn ontevredenheid over verschillende artikelen, die de laatste tijd inde pers zijn gepubliceerd en waarin aanmerking werd gemaakt op het feit, dat de boeten, die aan de fabrieken worden opgelegd, aan de exploitatierekening van het Kaascontrólestation ten goede komen. De heer Kranen, die zulk een vraag blijkbaar had verwacht, las daarop een verweer voor, dat ongeveer op het volgende neerkwam Toen ongeveer een haive eeuw geleden de contrólestatlons ontstonden, hadden deze ten doel de goede naam van het product te bewaren, het publiek een goed product te garanderen en onbillijke concurrentie en oneerlijke handel tegen te gaan. Wat nu de kaas betreft is er reeds sprake vaneen overtreding, wanneer 40 + kaas minder dan 41%% vet

Handels- en betalingsaccoord met Griekenland Onlangs te ’s-Graiverihage besloten besprekingen tussen een Griekse en een Nederlandse delegatie hebben geleid tot het afsluiten vaneen eerste handels- en (betalinigsovereenkomst, regelende het handelsverkeer in beide richtingen voor de periode van 1 Augustus 1951 tot en met 31 Juli 1952. Tot dusver was het accoord van 12 Mei 1926 van kracht, waatlbij Nederland en Griekenland elkander het recht van meest begunstigde natie toekenden. Naar raming bedraagt de om vang van de bij verdrag vastgestelde contingenten voor invoer in Nederland 10 millioen gulden; de uitvoercontingenten in totaal 24 millioen gulden, waarin de agrarische sector voor ca 12% millioen deelneemt. De voornaamste in het verdrag opgenomen uitvoercontingenten zijn voor kaas (450 ton), gecondenseerde gesuikerde melk (750 ton), gecondenseerde melk zonder suiker (1.500 ton) en melkpoeder (1.000 ton), caseïne 30 ton en diverse diëtische voedingsmiddelen, w.o medische melkproducten ƒ 200.000. bevat en de kaas, die het percentage van 41% niet kan halen, mag alleen worden verkocht aan verwerkingsinrichtingen waar ze tot zachte kaas wordt omgewerkt of onder bepaalde omstandigheden aan de leden van de fabriek. Ze komt dus nooit bij het publiek en spreker meende, dat hierin voldoende aanleiding ligt om de boeten ten goede te laten komen aan het kaascontrólestation. Ten aanzien van het vochtgehalte stelde hij vast, dat het initiatief tot vaststelling vaneen maximumvochtgehalte had gelegen bij de producenten zelf. Aangezien de kaas ’n bepaalde leeftijd moet hebben voor ze mag worden afgeleverd voor de consumptie, terwijl de kaas in die tijd blijft uitdrogen, ontvangt het publiek altijd kaas, die droog genoeg is. Er is dus sprake, zo meende spreker, vaneen zuiver interne maatregel en het zou onjuist zijnde boeten ten goede te laten komen aan het algemeen, in casu aan de Nederlandse schatkist. Hij wees er verder op, dat de boeten ineen andere verhouding worden betaald dan ze worden terugontvangen, omdat iedere fabriek naar rato van zijn productie van de boetegelden profiteert, terwijl ze worden betaald naar gelang er overtredingen worden vastgesteld. Spreker besluit met te zeggen, dat er geen land ter wereld is, waar de controle zo goed is als in Nederland, terwijl bovendien het hele stelsel werd geboren uit het initiatief van de producenten zelf. Nadat de aanwezigen dooreen applaus hun instemming hadden betuigd met deze woorden, sloot de voorzitter de vergadering.

651