is toegevoegd aan je favorieten.

Bijdragen voor de geschiedenis van het Bisdom van Haarlem, 1904, 1904

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het handvest van Ridder Jan van Persijn, volgens de Handv. van Monnickendam van 1273 ’), en volgens van 1275, komt ten minste voor: »Item van water noch van wege der Priesteren en sullen wij geen banne of boet(e) eysschen, maer sij sullen gebruijcken die vrijheyt der Vriescher Papen”

Mariahof had echter nog nauwelijks een goede 100 jaren bestaan, of het werd reeds vernield, In 1345 verscheen immers een woeste bende soldaten op het eiland, die het in brand staken en de ongelukkige kloosterlingen in zee wierpen. Wie had hen daarheen gezonden, of waar kwamen zij vandaan Het waren Hollanders, maar eenigen beweren, dat zij daarmede belast waren door Joanna van Braband, anderen, dat zij gezonden waren door keizerin Margaretha; doch weder anderen schijnen te meenen, dat zij op eigen gezag die barbaarschheid uitvoerden. Zoo schijft Btlderdijk ■‘) was de droefheid »over zijn dood (Graaf Willem IV); zijn gemalin Joanna »van Braband, was troosteloos. De goederen der Friesen »werden wegens hun opstand en den doodslag aan hunnen »Heer,verbeurd verklaard. Een woedende bende krijgsvolk, »ontzind van wraakzucht, stak over naar ’t eiland Marken, »waar een Friesch klooster van Monniken was, behoorende »aan de Abdij van Mariengaard omtrent Dokkum; en «verbrandde dit gesticht de Cellebroeders in zee smijtende,”

» Wagenaar schrijft dit alles aan de Gravin Weduwe

i) bl. 27.

2) d. I, bl, 380,

3) Het Handv, van Monnickend, geeft zeker een bedorven lezing, want het heeft: «voorts meer, van broken des dijckes of des weghes der Papen, dair sullen wij (hier is bepaald uitgelaten het woord: geen) bannen of eischen, maer der Papen vryheydt sullen sij gebruycken,”

4) Geschied, des vaderl,, d, 111, bl. 120.

9