Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naam van tidoer (7) draagt, wordt vervolgens gedurende de geheele maand iederen middernacht herhaald, en heeft dan ten doel, de geloovigen uit den slaap te wekken en hun te herinneren, dat zij door het nuttigen van spijs en drank zich hebben voor te bereiden tot voortgezet vasten des daags.

En wat is er nu van dat vasten in de heilige maand Ramadhan (Jav. Ramëlan)? Welk deel neemt de Javaan aan die onthouding, die hij in de gemeenzame taal poewösó of pösó en in de beleefde taal sijam noemt? Zeker zal. niemand beweren, dat het hier eene gemakkelijke taak geldt. De geloovige toch heeft zich in deze maand dagelijks van zonsop- tot zonsondergang, en dus telkens 12 uren achtereen, van alle spijs en drank te onthouden. Zelfs van zijne geliefkoosde tabak en sirih moet hij zich spenen. In 't algemeen heeft hij zich in acht te nemen, dat niets van buiten het lichaam binnenga. (8) Moet hier nog worden bijgevoegd, dat de vastentijd een zeer bijzonder heilige tijd is (altijd in mohammedaanschen zin) en dat alsdan ieder zingenot tot de verboden zaken behoort? Maar ook zonder dat komt de kleine man, d.i. de groote menigte, er hier rond voor uit, dat hij de poewösó overlaat aan de grooten en gegoeden, die over dag kunnen slapen, althans niet behoeven te werken, of zich aan zon of regen hebben bloot te stellen. Wel zijn er ook onder de geringe klasse, die niet geheel en al willen achterblijven, en daarom op den eersten en den laatsten dag van Ramëlan de vasten waarnemen; (9) doch dit doet weinig af aan de bewering, dat het gros der bevolking dit voorschrift niet onderhoudt. Des te liever ziet de Javaan, dat de priesters dit doen. Weet hij daarom maar eenmaal, dat zijn kaoem of modin in dezen niet nalatig is, dan maakt hij zich gaarne diets, dat dit de gansche desa of kampoeng ten goede komt.

Sluiten