Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aanteekeningen.

(1) Kaoem, Modin eti Lëbé zijn de gewone benamingen, waarmede in Midden- en Oost-Java de kampoeng- of desa-priesters worden aangewezen.

(2) De Soera-Jasin, het 36ste hoofdstuk van den Koran, wordt bijzonder heilig gehouden, wijl men zegt, dat Mohammed zelf deze soera »het hart des Korans" heeft genoemd. Ze wordt o.a. ook aan stervenden voorgelezen en soms gebezigd tot ontdekking van personen, die van diefstal worden verdacht. Tot dit einde wordt een këndi (waterkruik), waarop de naam des verdachten geschreven is, door twee personen vastgehouden, terwijl een derde de Jasin leest. Wanneer nu onder het lezen de këndi eene draaiende beweging aanueemt, geldt dit voor een bewijs, dat de verdachte werkelijk schuldig is.

(3) In Prof. N iemann's //Inleiding tot de kennis van den Islam" vind ik in eene noot op pag. 403, dat de nacht van den 15den Sja'b&n door de Makassaren de geluk aanbrengende nacht wordt geheeten. Deze benaming wordt zeker niet geheel en al verklaard door de opmerking, dat, volgens het geloof van den Islam, de engelen in dien nacht de registers indienen, waarin de handelingen der menschen zijn opgeschreven, en daarbij van God dan weder nieuwe ontvangen, terwijl de doodsengel, 'Izrail tevens de naamlijsten ontvangt van hen, die >in dat jaar" moeten sterven. Het in den tekst door mij vermelde kan, hoe vreemd het ook klinke, waarschijnlijk hier tot nadere opheldering dienen.

(4) T ah lil — het loven of vereeren van God door het uitspreken der woorden: Li-ilaha - ill a-' 11 ah o e: er is geen God dan Allah!

(5) Hierbij is wel het gevoelen gehuldigd, dat het oordeel over de geloovigen, 't zij ten goede of ten kwade, terstond bij, of kort na den dood wordt uitgesproken, en iedereen

Sluiten