Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om geschiktheid te geven voor het vervullen van verschillende maatschappelijke betrekkingen. Dat in Indië niet een grooter getal kweekelingen tot andere betrekkingen overgaan, zal wel verklaring vinden in de minder gunstige gelegenheden daartoe in de Buitenbezittingen, en daar vooral niet minder in de betrekkelijk aanzienlijke bezoldiging den onderwijzer toegelegd. De onderwijzer is daar ambtenaar, klimt bij genoegzame bekwaamheden en betoonden ijver geregeld op, en heeft ten slotte aanspraak op pensioen.

Op pag. 25 leest men onder het hoofd Makasser:

»De dagelijksche omgang tusschen de onderling zeer verschillende Maleische, Makassaarsche en Boegineesche kweekelingen was meer gedwongen dan vrij. Zij verdroegen elkander evenwel en ieder ging zijns weegs. De Makassaar beschouwt den meer eenvoudigen Boeginees als zijn mindere. De meer bekende en uiterlijk meer beschaafde Maleiers, van wie echter voor het onderwijs het minst is te verwachten, zien zoowel op Boegineezen als Makasaaren met eene zekere hoogheid neder."

Wat valt hieruit veel te leeren! Zou men meenen, dat hetzelfde verschijnsel zich niet in meerdere of mindere mate op alle kweekscholen zal voordoen, waar zóó verschillende elementen vereenigd zijn? Zelfs de Ainboinees en de AJinahasser kunnen het op den duur moeielijk met elkander vinden. Wat intusschen nog veel meer zegt: Het volksonderwijs kan niet voor alle nationaliteiten, stammen en standen het zelfde zijn. Is de gansche inrichting van het Inlandsch onderwijs veel te veel op Europeesche leest geschoeid, kan het daarom voor de Inlanders in Nederlandsch Indië ook geen volksonderwijs heeten, het zelfde zou waar zijn, als men eeu onderwijs, dat naar de behoeften van den Javaan uit het volk berekend was, ging overbrengen naar de Molukkeu, naar de Wester- en Oostereilanden, Sumatra, Borneo, enz. Het volksonderwijs heeft eischen, aan welke niet beant-

Sluiten