Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kweekelingen op de genootschaps-onderwijzers-kweekschool, voor dit onderwijs veel zin hadden. Dit onderwijs wordt voortgezet, tiet ligt in de bedoeling, de vermelde eerste oefeningen uit te breiden tot meer zelfstandige bewerking van verschillende houtsoorten en andere stoffen, daaraan te verbinden, voor zooveel mogelijk, timmeren en draaien, en terwijl het teekenen al sedert jaren met goed gevolg beoefend werd, dit voor leerlingen, die de noodige vatbaarheid daarvoor openbaren, te verbinden met boetseeren. De methode zal daarbij nog belangrijke wijziging moeten ondergaan. In welken, zin moge blijken uit het volgende, waarin ik mijne denkbeelden ten slotte zoo kort mogelijk wil bloot leggen.

Het gansche leerplan dient veranderd te worden. Tot nogtoe is het onderwijs geheel gericht op lezen, schrijven, rekenen en algemeene kennis. Het heeft daarbij niet ontbroken aan methode, laat mij liever zeggen, men heeft daarbij alle blijken gegeven van didactische bekwaamheden, en in vele opzichten hebbeu de vruchten aan betoonden ijver beantwoord. De Inlander was over het geheel leerzaam; aan aanleg bleek het hem niet te ontbreken. Jammer maar, dat de practische strekking ontbrak.

Het door mij bedoelde leerplan gaat zuiver uit van aanschouwing, en is voor den leerling geheel gericht op heldere aanschouwing, verbonden met spraakoefening en op het doen verwerven van vaardigheid in allerlei handenarbeid. Het sluit niet uit het onderwijs in lezen en schrijven; het neemt het rekenen op, als volstrekt noodig element, doch bepaalt dit tot toepassing op bedrijf en huiselijk leven. Het sluit in het teekenen en ook de toepassingen van de meetkunde. Het moet tevens strekken tot vorming van den smaak bij het kiezen van kleuren en het aanbrengen van versieringen.

Sluiten