Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het hoofd, al blijkt het ook daar vooral, hoezeer de geestelijke meerderheid of grootere geestkracht beslist, of de man dan wel de vrouw het meest in huis te zeggen heeft. In dit opzicht zijn alle gezinnen volstrekt niet aan elkander gelijk. Waar eenige welvaart heerscht, de man zijne waardigheid weet op te houden en te doen gelden, de verhouding tusschen beiden goed is, en de vrouw de vormen kent, zal zij den man altijd met eenige reverentie bejegenen, van zijnen »wil" spreken, en zich zelve v eene vrouw" noemen. In andere gezinnen daarentegen, waar de verhouding vrij koel is, of te wenschen overlaat, of waar armoede heerscht, inzonderheid als één van beiden opium gebruikt of aan het spel verslaafd is, daar zal men elkander op de grofste en ruwste wijze zien bejegenen, en de meest lage en gemeene taal tegen elkander liooren gebruiken.

En waar dan om deze of gene reden het een of het ander in de huiselijke verhoudingen niet in orde is, zal men het dikwijls aantreffen, dat de man van zijne meerderheid een schromelijk misbruik maakt. Dan zal hij in huis een tiran en onverdragelijk persoon zijn, en met zijne bezittingen handelen naar welgevallen. Hij zal koopen en verkoopen, zonder met zijne vrouw eerst te overleggen, of zich aan eene bedenking harerzijds te storen; schuift hij opium, dan moet hij zijn dagelijksch quantum hebben, des noodig moet de vrouw er maar voor zorgen, (hoe? is hem onverschillig), dat hij dat krijgt; of wel hij zorgt zelf alleen daarvoor, en laat zijne vrouw voor het eten en de kleêren voor al de leden des gezins zorgen. In deze laatstbedoelde gezinnen heerscht natuurlijk de armoede met hare gevolgen, en heeft de echtelijke woning hare beteekenis als gezin zoo goed als verloren. Met deernis ziet men dan wel eens de vrouw in zoodanig gezin

Sluiten