Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

informeerde deze zich naar mijne herkomst en mijne betrekking, waardoor het gesprek al aanstonds kwam op den godsdienst der christenen en ook op dien der mohammedanen, enz. Intusschen had de Boepati de goedheid mij met bösö (de beleefde taal) (18) toe te spreken en mij kakang (oudere broeder) te noemen, hetgeen ik met veel dank en genoegen aannam.

Ik vertelde veel van onzen godsdienst, en het scheen wel, dat de Raden Adipati dit met veel belangstelling aanhoorde. Hij gaf daaraan zelfs zijn' hoogen lof; vooral toonde hij zich getroffen wegens hetgeen ik hem vertelde van hetgeen onze Heer gedaan en geleden heeft. Vervolgens sprak de Raden Adipati: //Kakang, dat heb ik nog nooit zoo duidelijk hooren voorstellen als nu door kakang, die onderscheidene godsdiensten; daar zijn er dus wel veel; maar ik geloof, dat onder al die godsdiensten de christelijke de beste is. Dat blijkt ook trouwens uit alles."

Hier kon de oude Mevrouw zich niet weerhouden te zeggen: (in 't Maleisch) «daarom moet de Raden Adipati hier eens ernstig over nadenken."

»Ja, mama!" hernam de R A. »daarom vraag ik juist zooveel aan kaq (kakang) Asa, omdat ik deze zaak nog niet goed begrijp." Vervolgens wendde de Boepati zich wederom tot mij met onderscheidene vragen omtrent den godsdienst. En .toen ik in mijn antwoord daarop ook een en andermaal van den dood gesproken had, vroeg mij de Raden Adipati naar de verschillende beteekenissen, die men aan den dood of het sterven kan hechten?

Ik sprak daarop van pëdjah moesnö (dood door plotselinge verdwijning, zonder dat iemand weet waar men gebleven is) pëdjah bosoq (dood door ontbinding), pëdjah kang sampoernó (een heilig, zalig sterven)

Sluiten