Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Asa bedoelt hij hier: bösö madyö d.i. de middeltaal tuaschen krömö en ngoko, de taal der vriendelijke gemeenzaamheid.

(19) Saréngat: Zie het aangeteekende sub (14).

(20) «Geestelijk opgevat" enz. Ofschoon Asa hier weder den meesten nadruk legt op hetgeen hij Hakékat noemt, zoo mag men daaruit toch niet besluiten, dat hij aan de uiterlijke vormen van het Christendom geen genoegzame waarde hecht. Maar hij weet, dat het «geestelijke" en «inwendige" het voornaamste is, en dat, wanneer men eenmaal hiernaar streeft, de uiterlijke vormen wel niet zullen achterblijven.

(21) //Djöwö en Islam." Zie hierbij het aangeteekende sub. (11).

(22) «Zeden en gewoonten der Javanen." Gaarne zou ik van de hier door Asa bedoelde zeden en gewoonten eenigen willen noemen, die hij wel eens meer in dit verband te pas brengt. Het spijt mij echter, te moeten zeggen, dat hetgeen, waarop hij zich in dezen beroept, voor mjj niets frappants heeft, en ik ook niet geloof, dat anderen zich hierdoor laten overtuigen.

(23) Javaansche verhalen als gelijkenissen of zinnebeelden, waarvan men de strekking of bedoeling in 't Christendom kan aanwijzen! Wie zou deze niet met beide handen aangrijpen? Wie daarvan niet gaarne wijd en zijd mededeeling doen ? Tot mijn leedwezen moet ik echter ook hier aanmerken, dat ik in gemoede van die «verhalen" (door Asa trouwens in dit gesprek niet nader genoemd of aangewezen) geen enkel durf overnemen, wijl de toepassing mij te gezocht of te gewrongen voorkomt. Zie voorts het aangeteekende sub. (26)

(24) Kang-Asa." Men zou hier en verder willen vragen, waarom de Kegent niet liever een persoonlijk voornaamwoord bezigt? Doch wie de Javaansche taal kent, zal toestemmen, dat het in dit zeer eigenaardig geval voor den Boepati niet gemakkelijk was een'pronomen te vinden, dat in alle opzichten juist en gepast kon heeten. Het is dus waarschijnlijk om aan

Sluiten