Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er doen zich echter uitgaven op zoo'n statie voor, die door geen genootschap mogen worden gedragen. Daar onder behooren, onzes inziens o. a. die voor het bouwen van kerken. Wij hadden het voorrecht, dit jaar een keurig net bedehuis op te richten te Këndalpajak, waar ruim f 5200 mee heen ging. Het zij u niet onaangenaam te vernemen, hoe dit gebouw tot stand kwam.

De gemeente, ruim 1000 zielen groot, vindt hier haar middelpunt. De hoofdleeraar, de santris (kweekelingen), de boeken, de apotheek, alles is bier. Hier komen de jongelui gaarne om te trouwen. En nu hier geen passende plaats voor samenkomsten en plechtigheden! Dat kon immers niet ?

De bouwkundige ooms , te Malang, nam aan voor f 3000 eene kerk te zetten. Maar van waar de noodige fondsen tot bouwen? Zooals u weet, gaf een vriend tijdens ik er bij de inwijding van Mödjó-warnó's school van gewaagde, voor het doel dadelijk ƒ 500: een goed begin. Daarbij bleef het echter voorloopig. Wachten, wachten tot de benoodigde som bijeen zou gebracht zijn, maar hoe lang kon dit nog wel niet duren? Zoo kwam ik op de gedachte van een' hooggeachten belangstellende f 2500 te leenen. Ik begon nu met alle kracht. Meer dan zestig menschen, waaronder zeventien metselaars, kwamen iederen dag binnen. Het kerkgebouw vloog uit den grond.

Zooals u bereids vernaamt, ontving ik op den dag der eerste steenlegging van een' goeden bekende ƒ 1000. Af en toe kwamen er grootere en kleinere giften in. Ik moge ze hier verantwoorden:

Sluiten