Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wonen. De sanggar pamëlëngngan (een kawi-woord = bidkapel), zoo als de doekoen van Tënggër hem gaarne hoorde noemen, was eivol, 't Sprak gemakkelijk en 't geheel maakte een' heiligenden, hoogst aangenamen indruk. Zoo als de lieden daar allen in feestgewaad op veelkleurige kleedjes over matten gespreid, in rijën gezeten waren, blijkbaar hoogst voldaan over hun bedehuis, aandachtig en min of meer gespannen, zou ieder uwer een' indruk hebben ontvangen, voor heel bet leven gunstig stemmende voor dit werk.

De teekening van het front met eene beschrijving van het gebouw mocht ik u reeds voor geruimen tijd doen toekomen.

De plechtigheid ingeleid door 't zingen van een tweestemmig Kerstlied door de kweekelingen, ( voensen's zoetvloeiende en beteekenisvolle zangen gebruikten wij), door schoone woorden van Salomo's heerlijke inwijdingsbede geheiligd, werd nog verhoogd door den doop van elf nieuwelingen van Tënggër. Dat een der oudste doekoen's der Tënggëreezen aanwezig was - hij bracht mij zijn' jongsten zoon ter opleiding - verblijdde ons zeer. De man is bijna gewonnen. Nog een andere doekoen van dat gebergte, hoewel hij niet opkwam, is ook zeer gunstig voor het Evangelie gestemd. Maar wij komen hierop terug bij 't behandelen van Tënggër.

Met een enkel woord sprak ik zoo even van de kweekelingen. Wij hielden er tot 21. Zij kwamen en zij gingen. 15 bleven gestadig. Vorderingen waren bevredigend. Aan orde, netheid, zindelijkheid, bestendig doorwerken waren zij moeilijk te gewennen. Open en rond, vertrouwelijk en aanhankelijk betoonden zij zich hoogst zelden. Zes liepen stilletjes weg met kleeren en al. Het opnemen van zulke jongens in de Javaansche

Sluiten