Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Yoor enkelen hunner en ook voor een paar gewone helpers kon ik, - de Heer van Limburg stirum boven genoemd, leende mij daartoe renteloos f 500, — sawah's huren, ter aanvulling van hun niet te ruim inkomen, en om aan de vrouwen op het erf eenig voordeelig en geliefd werk te geven.

Achtmaal ontving ik de helpers en de ouderlingen uit de verschillende gemeenten gedurende eenige dagen bij mij, om de belangen hunner schapen te bespreken, hun de hoofdzaken der belijdenis te herinneren, en om hen te vrijwaren voor den staat van lethargie, waartoe de inlander zoo spoedig overhelt.

Aan reisgeld en onthaal was hiermede over de ƒ100 gemoeid.

Op Paschen, Pinksteren, Kerstfeest en Nieuwjaarsdag vierden wij met onze christenen feest. Daar ging zeker meer dan f 800 meê heen, waarvan het ff Vredefonds" f 70 gaf en het Genootschap bij de / 200 droeg, behalve de kerstgeschenken, door Gravin van limburg stirum en door den Heer herrmann van Soerabaja geschonken. Het leeuwendeel der uitgaven werd, zoo als betamelijk, door de lui zeiven gekweten.

Fronst nu niet uwe wenkbrauwen. Zegt niet, waartoe die koeien geslacht, die gamelan getokkeld, die wajang vertoond, die presentjes telkens en alweder uitgedeeld ? Denkt er om, wij zijn hier niet onder stoere Friezen noch onder koele, berekenende Hollanders. Wij hebben te doen met Oosterlingen, met kinderlijke inlanders, die wat willen zien van het geen zij behooren te gevoelen, en de hoofdzaak, hoor! die er goed aan doen, als ver verspreide, ver uit een wonende christen-Javanen, zoo bij gelegenheid, dan te Swaroe, dan te Pëniwen, nu te Wönö-rëdjó en eindelijk ook eens op Këndal-pajak allen

Sluiten