Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mitö en zijn zoon Mangoen zijn wakkere, ijverige mannen. De zaak is hun toevertrouwd. Eerstgenoemde is tevens ouderling, en de laatste gaat voor, als Kjaï Zakarias, de Evangelist op reis is. Deze oude heeft eene toelage van ƒ 120. Dit jaar moet hem bovendien voor een huis te Wönö-rëdjö eene handreiking van ƒ 80 worden toegestaan. Jammer dat de hooge jaren zich bij den zoo ijverigen als onbaatzuchtigen man bij toeneming doen gelden, 't Is opmerkelijk, maar de tact om te evangeliseeren is niet aan ieder onder de Javaansche christenen eigen. Enkelen munten althans als zoodanig uit. Dit was de ervaring van al uwe zendelingen in Oost-Java. Zoo hebben we nu hier genoemden Kjaï en zijn' schoonzoon Pak Warioen. Bijna alleen door deze twee neemt de gemeente toe, breidt zij zich uit. Gij denkt hierbij aan het woord van den vader der zending: »Hij heeft gegeven sommigen .... tot evangelisten." Zoo is het.

Van Bantoer (ook daar zijn enkele christen-inlanders) naar Pëniwen, is een' heele stap, ook geen reisje van Këndal-pajak uit. 't Is hier nu eenmaal een ver uit elkaar gelegen werkkring. Pëniwen blijft stationair, 't Heeft eens meer beloofd, en gaf in hooge mate niet vermoede moeite en zorg. Alleen door in den West-mousson het water der gezwollen beken buiten de leiding te voeren, en aldus verloren te doen gaan, is het te redden. Maar daardoor blijft de ontginning beperkt. Men bouwde er geheel uit eigen middelen en naar eigen idéé een net kerkje, half van bamboe, half van hout, dat de bewondering weg droeg van kruijt , toen hij laatst met mij deze gemeente bezocht. Pëniwen vormt een groot, goed onderhouden gehucht. De school telt er 36 leerlingen. Kjaï Zankioes houdt zich steeds veerkrachtig, opgewekt en blijmoedig. Joas Krómó, een mijner meest ontwik-

Sluiten