Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Indië onlangs verklaarde: //Alleen wanneer de Protestantsche zending in de Minahassa een eigen terrein had gehad, zou er sprake van hebben kunnen zijn, om uit dat terrein eene andere zending te weeren. Maar duizende inlanders in de Minahassa behoorden tot de katholieke kerk en de Protestantsche zending had er dus geen eigen terrein."

In welken zin Z.Exc. verklaart, dat //de Protestantsche zending in de Minahassa geen eigen terrein zou hebben gehad" is voor mij duister. Of zou daardoor verstaan moeten worden, dat sedert de Inlandsche gemeenten onder het opzicht van het Bestuur over de Protestantsche kerken in Nederlandsch-Indië gekomen zijn, liet Nederlandsche zendelinggenootschap zijne aanspraken daar verloren had P Maar dan zou vergeten zijn, dat de overdracht dier gemeenten aan de kerk aan voorwaarden verbonden werd, waaraan tot nog toe van de zijde der Regeering slechts gedeeltelijk voldaan is, en dat het Genootschap dan ook in de Minahassa nog steeds door zijne scholen, zijne kweekschool en zijne drukpers werkzaam is, waartoe het zich verbonden zal rekenen, tot dat in de herderlijke zorg voor de gemeenten ten volle zal voorzien zijn. Ten dezen blijft op het Genootschap een heilige plicht rusten. Het gaat daarbij te werk naar een vast beginsel, dat strekt om aan de Evangelieverkondiging onder de Inlanders in N. Indië de zoo hoog noodige uitbreiding te geven; maar niet minder om in stand te houden wat eenmaal verworven was.

En waar Z.Exc. zich beroept op de //duizende Inlanders in de Minahassa, die tot de katholieke kerk behoorden", daar mogen de cijfers voor zich zeiven getuigen van de waarde, daaraan te verbinden. Immers volgens eene zeer nauwkeurige opgave bedroeg het getal Roomschen in de

Sluiten