Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op goeden veet kunnen brengen. Wat dit heeft uitgewerkt, is mij niet bekend. Daar echter gedurende eenigen tijd geen klachten van de zendelingen waren ingekomen, mag worden aangenomen, dat de pastoor zijnen ijver getemperd zal hebben. Of was zulks ten gevolge van het afvaardigen van een' anderen pastoor?

In het laatst van 1874 namen de zaken op nieuw een ernstig karakter aan. Ten bewijze hiervan zij het genoeg het volgende request hier in te lasschen.

Aan Zijne Excellentie den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-lndie. (1)

Geeft met verschuldigden eerbied te kennen

De Zendelingvereeniging in de Minahassa van Menado, dat zij zich verplicht ziet Uwe Excellentie eerbiedig te naderen met bezwaren en bekommernissen voor de naaste toekomst van het goede Minahassavolk, hetwelk in zijne gelijkmatige ontwikkeling op maatschappelijk, zedelijk en godsdienstig gebied, gestoord dreigt te worden.

Adressante heeft reeds iu 1868 zich de vrijheid veroorloofd, de aandacht van Zijne Excellentie den GouverneurGeneraal van Nederl.-lndië te vestigen op de handelingen van den Roomschen pastoor de Vbies , die destijds, door in troebel water te visschen, zoowel leden van de Evangelischchristelijke gemeente, als ongedoopten, wist over te halen tot de Roomsche kerk.

De verdere loop der dingen heeft bewezen, dat het Roomsch worden van Evangelische christenen en het Roomsch-katholiek-christen worden van ongedoopten, zonder overtuiging, hoogstens bij overreding geschied was, terwijl bij de toongevers ontevredenheid en wrok oorzaken van overgang geweest waren.

Toen in 1873 pastoor Metz de Minahassa bezocht, vond Z.Eerw. te Ratahan van de ruim honderd bekeerlingen van

(11 Toen de Heer Mr. JAMES LOüDON.

Sluiten