Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestrijden, afbreuk trachten te doen, wellicht elkander veroordeelen! Ruim veld voorwaar voor alle ontevredenen, zoowel op maatschappelijk en staatkundig, als op godsdienstig en zedelijk gebied. Daarbij de inlandsche helpers van beide kanten. Zal adressante zich als tot heden steeds kunnen blijven onthouden van polemiek tegen Rome? Zal het hulppersoneel, dat haar in den dienst ter zijde staat, kunnen zwijgen? Zal het volk niet gaan twisten? En hoe zal het betrachten der waarheid in liefde kunnen behartigd worden ?

Adressante stelt zich voor, dat naast den zendeling-leeraar een pastoor zal optreden; eene Roomsche kerk naast de Evangelische; eene Roomsche school naast de gouvernements-, negery- of genootschapsschool verrazen; een kerkhof voor Roomschen naast de algemeene begraafplaats aangelegd worden zal; en de Roomsche onderwijzers en helpers of inlandsche missionarissen naast de Evangelische zullen arbeiden. En zij ziet daarin een' onberekenbaren jammer voor land en volk. Terwijl het Nederlandsche Zendelinggenootschap met weinig middelen veel tracht tot stand te brengen; de macht van het geld bij den inlander, in zake van godsdienst en onderwijs, vreest; het hulppersoneel niet dan met het hoog noodige bezoldigt; zal de Roomsche missie door macht van geld menig persoon voor hare belangen kunnen winnen, menige goede zaak kunnen verijdelen, en zich ten koste van de Evangelische zending trachten te vestigen en uit te breiden.

Adressante mag niet onopgemerkt laten, dat het Minahassavolk voor een groot deel geheel gechristianiseerd is. In sommige streken vindt men geen heidenen meer. In de districten Kakas, Langowan en Kawangkoan zjjn nog slechts weinig ongedoopten. Het volk is de Evangélisch-christelijke gemeente, en omgekeerd. Het doel van den pastoor, of liever van de Roomsche kerk, is dan ook niet, heidenen tot het Christendom te brengen, maar de christenen in de Evangelische zending over te halen. Wordt haar vrij spel gelaten, zij zal hoogstwaarschjjnlijk voor een deel slagen; want waar vindt men niet ontevredenen, kwaadwilligen, zwakken, vreesachtigen ? Maar de vestiging eener Roomsche

Sluiten