Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te zorgen, daar zij dan geheel bij vreemden in huis zijn, en dezen zelfs dikwijls de belofte doen bij het uithuwelijken van den jongen alles voor hunne rekening te nemen. Zoo ook wordt wel eens een overeengekomen huwelijk tusschen twee familiën eene aanleiding, dat een jongen reeds een paar jaar vóór de voltrekking van het huwelijk bij zijne aanstaande schoonouders inwoont, en aan alle werkzaamheden deelneemt. Anders zal een jongen het vee voor een ander weiden, en daarmeê jaarlijks eene zekere hoeveelheid padi verdienen. Ook komt hij op deze wijze wel in het bezit van een of meer buffelkalven, die hij dan tegelijk met andere buffels hoedt; en men kan zeggen, dat hij op deze wijze reeds voor zijne toekomst begint te zorgen, daar zulk vee in den regel door ieder goed vader als onvervreemdbaar eigendom van zijn' zoon wordt beschouwd, en door dezen mee ten huwelijk wordt gebracht. Tenzij tegenspoed, of - wat erger is! - opiumgebruik, spel of wat dies meer zij, de ouders nopen dit eigendom hunner kinderen aan te wenden, om in dringenden nood te voorzien; hetgeen, helaas! nog al veelvuldig voorkomt.

Het zal omstreeks het dertiende levensjaar zijn, dat een jongen besneden wordt. Dit feit moet aangemerkt worden als een mijlpaal op zijnen levensweg. Is hij dezen eenmaal voorbij, dan is het opmerkelijk, hoe hij in voorkomen en gedaante verandert; hoe hij dan spoedig opschiet, en ongemerkt een jongeling wordt, die aan allerlei werkzaamheden begint deel te nemen, hetzij als knecht bij vreemden, of als kind in huis. Op het tijdstip der besnijdenis zelve is hij meestal nog buffeljongen; en soms nog jaren daarna. Dat hangt van omstandigheden af. Maar ook is hij dikwijls - men kan moeielijk zeggen wanneer — niet lang daarna geen botjah-angon meer; hij heeft dit werk aan een ander overgedaan, en begint ongemerkt eene andere levenswijze te volgen. Vasten

Sluiten