Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoedanig ongeveer de zedelijke iuvloeden zijn, die op het kind werken en het zedelijk vormen. Het zedelijk-godsdieiistig leven nu des inlandschen gezins is niet overal gelijk. Teil eerste hebben wij te denken aan die gezinnen, wier leden gaarne tot de bon g so-poe tiha n willen gerekend worden te behooren. Deze staan allen, de een meer, de ander minder, onder Arabische of moslemsche invloeden, gemoedelijk vereenigd met eene groote hoeveelheid uit het vroegere Heidendom overgehouden. Dan hebben wij de gezinnen der b o ngsö - aban gan, d.i. de groote menigte, die volstrekt niet buiten den invloed van den Islam leven, maar het ritueele van den Isl&m meer of minder, of zoo goed als geheel verwaarloozen, en een, om zoo te zeggen, huiselijken godsdienst betrachten. En eindelijk eene klasse, wier gezinnen ook wel tot de bongsöa ban gan gerekend worden, maar waar alle zedelijkheid en godsdienst zoo goed als of geheel bannelingen zijn. En hoewel nu in deze drie klassen zooveel verscheidenheden zijn aan te wijzen als men zelf maar wil, meenen wij toch in deze drie de hoofd- of ineest algemeene trekken, die de bevolking kenmerken, aangewezen te hebbeii. Men kan zich nu zoo eenigszins voorstellen, hoe geheel verschillende zedelijk-godsdienstige indrukken het kind inoet ontvangen, al naar dat het in het eene of andere gezin geboren wordt en opgroeit.

In de gezinnen der bongsö-poetihan heerscht een niet te ontkennen godsdienstige toon. De oudere leden des gezins betrachten meer of minder nauwgezet de voorschriften van den Islam; ontvangen personen van gelijke gezindheid in huis; lezen en bespreken mohammedaansche geschriften; en behandelen onder elkander wat er in de mohanimedaausche wereld omgaat. Huiselijke feesten en plechtigheden worden djor het gezelschap van gelijkgezinden onderhouden, en men noodigt santri's uit om het

Sluiten