Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

feest, godsdienstig te vieren. Zij zijn alleszins godsdienstig, tot in hun bijgeloof, dat door Arabische formulen en handelingen eigenaardig een' mohammedaanschen tint verkrijgt. In kleeding, amuletten, spraak, het betrachten of nalaten van het een en ander, in één woord in hunne geheele type heerscht iets Javaansch-mohainmedaansch, gelijk zij in den grond ook veel meer bijgeloovigheden er op nahouden dan anderen. In zeer velen dezer gezinnen heerscht eenige welvaart, of tracht men althans zijn' stand fatsoenlijk op te houden, gelijk zij dan ook gaarne handel drijven, geld leenen, den oogst der velden van „den kiemen man" door vooruitbetaling opkoopen; en, als het niet anders kan, door allerlei zonderlinge practijken in hunne behoeften weten te voorzien, zoodat ook eenige beschaving in huis, kleeding eu vormen onmiddellijk in het oog valt, en zeer, zeer velen geen opium gebruiken of dobbelen; doch van feesten en godsdienstige handelingen, als ook besnijdenis- en huwelijksfeesten maken zij veel, soms al te veel werk, tot verkwisting toe.

Het kind in deze gezinnen is nog niet ter wereld, of er hebben reeds godsdienstig-bijgeloovige handelingen ten zijnen behoeve plaats; zoo ook bij en na zijne geboorte. Het groeit op onder den invloed der zoo even aangeduide toestanden in huis en omgeving; en als volwassene is het zoo goed een lid der b ong sö-poeti han als Nederlanders door geboorte, doop en opvoeding christenen zijn. De godsdienstige toestand des gezins geeft zedelijke indrukken aan het kind, als uitvloeisel van Javaansch-mohammedaansch-godsdienstige overtuigingen; de hoop van in gunst aangenomen te zullen worden door Allah (katrimahing-Allah) en de overtuiging tot zijn volk (oemat) te behooren, dringen de vermaning der ouders en hun voorbeeld aan tot navolging en betrachting, volgens mohamMEU.

N.Z.G. XXXI. 17

Sluiten